`Echtscheiding hoeft kind niet te schaden'

Wat is het beste voor een kind: gelukkig gescheiden of ongelukkig getrouwde ouders? de discussie hierover is weer begonnen na een CBS-rapport over de jeugd. Hoe het ook zij, `echtscheiding is slecht. Punt.'

`Scheiden geeft lijden' of `Beter een scheiding dan een slecht huwelijk'? De periodiek oplaaiende discussie over de psychologische langetermijneffecten van een echtscheiding op kinderen, kreeg gisteren weer een nieuwe impuls met de publicatie van het onderzoeksrapport `Jeugd 2001: feiten en cijfers'.

Een begeleidend artikel bij het CBS-rapport stelt: ,,Niet zozeer een echtscheiding is nadelig voor de levensloop van kinderen, maar de aanwezigheid van conflicten tussen de ouders en het hebben van ouders met problemen''. De auteur hiervan is onderzoeker Karin Wittebrood van het Sociaal en Cultureel Planbureau in het artikel `Liberale Jeugd'.

Decennialang was Wittebroods stelling gemeengoed onder jeugdwelzijnswerkers en pedagogen. De boodschap: scheiden is slecht voor kinderen, maar een slecht huwelijk brengt nog veel meer schade toe.

Vorig jaar kwam de discussie echter op gang naar aanleiding van Amerikaans onderzoek. Sociologe Judith Wallerstein stelde toen in haar boek The unexpected legacy of divorce, dat een scheiding een nadeliger effect heeft op de levensloop van kinderen dan het hebben van ongelukkig getrouwde ouders. Tot deze conclusie kwam zij na 25 jaar een groep kinderen gevolgd te hebben van gescheiden ouders. Zij stelt dat zij als dertigers nog steeds last hebben van bindingsangst en minder goed zijn in het onderhouden van een duurzame liefdesband dan mensen van wie de ouders tijdens de kindertijd bij elkaar zijn gebleven.

Onderzoeker Wittebrood meent dat de tegenstelling tussen onderzoekers over dit onderwerp niet zo groot is als men vaak denkt. Er zou volgens haar redelijke overeenstemming bestaan over de effecten van echtscheiding op kinderen. Haar artikel baseerde zij onder meer op recent wetenschappelijk onderzoek van Tamar Fischer, sociologe aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Daarin benadrukt Fischer dat andere factoren dan de scheiding zelf bepalen of, en zo ja in hoeverre een kind op de lange termijn schadelijke effecten ondervindt.

Onderzoek waarin de schadelijke effecten van een scheiding zwaarder worden aangezet, is Wittebrood wel tegengekomen, maar vond zij minder plausibel. Zij blijkt niet op de hoogte dat haar artikel is meegestuurd met het CBS-rapport en onthoudt zich liever van verder commentaar. ,,Ik ben bestuurskundige, geen psycholoog. Ik wil niet pretenderen deskundig te zijn op dit gebied''.

Volgens Peter Cuyvers, stafmedewerker van de Nederlandse Gezinsraad, is er de laatste tijd weer sprake van ,,een conservatisme-golfje''. ,,De boodschap dat scheiden slechter is voor een kind dan ouders met een slecht huwelijk, wordt in één adem genoemd met verhalen over het belang van family values en de verloedering op straat''.

Wetenschappelijk onderzoek zou deze stelling echter niet bevestigen. Cuyvers: ,,Uit zowel nationaal als internationaal onderzoek blijkt dat bijna negentig procent van de kinderen van gescheiden ouders later goed terecht komt''. Gebleken is volgens hem wel dat zij iets vaker scheiden, maar de verschillen met kinderen van niet gescheiden ouders zijn procentueel volgens Cuyvers te klein om morele druk op ouders uit te oefenen dat zij bij elkaar moeten blijven.

Cuyvers: ,,Echtscheiding is slecht. Punt. Net als frontaal met de auto ergens tegenaan botsen. De meeste kinderen hebben een paar jaar last van een echtscheiding en sommigen langer. Maar onderzoek laat vooral zien dat conflictueuze relaties een stuk slechter voor hen zijn dan de echtscheiding zelf.''

Problemen ontstaan vooral als kinderen het gevoel hebben te moeten kiezen tussen hun ouders, zegt Cuyvers. ,,Dan ontstaat een loyaliteitsconflict en ervaren zij een innerlijke verscheurdheid. Die hoeft niet te ontstaan als ouders bij een scheiding duidelijk maken dat zij allebei van het kind blijven houden en dat de breuk niet de schuld van het kind is''.