De verroesting van het trotse Canadese leger

Het Canadese leger, ooit het vierde ter wereld, heeft een ijzersterk imago. Maar achter die façade kwijnt het door jarenlange bezuinigingen weg. Een reprise van de bevrijding van Nederland zou er vijftig jaar na dato niet inzitten.

Trots toont Sergeant Dean Jones van de Royal Canadian Dragoons het compacte Coyote-pantservoertuig van de Canadese landmacht. Een stuk of twaalf staan er in de garage van de Dragoons, een oud regiment dat in 1945 betrokken was bij de bevrijding van Nederland, op de Canadese legerbasis Petawawa. De pantserwagens, een vrij nieuwe aanwinst van het Canadese leger, zijn ingezet bij recente surveillancemissies van Canadese vredestroepen in voormalig Joegoslavië.

,,Deze wagens waren zeer in trek in Kosovo'', verklaart Jones, terwijl hij het interieur van het viermansvoertuig laat zien. Met de Coyote, een achtwieler van Canadese makelij en uitgerust met gevoelige waarnemingsapparatuur, kun je een tank op tien kilometer afstand betrappen, zegt Jones. ,,Onze rol bestaat vooral uit verkenning. Dat is de belangrijkste focus van het Canadese leger in Bosnië en bij missies in Afrika.''

Die, bescheiden, Canadese bijdrage bleek uiteindelijk een te zware belasting. De Canadese aanwezigheid in Kosovo werd voortijdig afgebroken wegens een te dunne spreiding van 's lands troepen. Canada, dat begin jaren negentig nog met zo'n 5.000 man betrokken was bij grootschalige vredesmissies in onder meer Somalië, Bosnië, Cambodja en Cyprus, concentreert zich nu op 1.500 manschappen in Bosnië. Een kleinere groep van zo'n 475 Canadezen bewaakt, samen met een Nederlands contingent, de grens tussen Eritrea en Ethiopië. Ongeveer 150 Canadezen zijn bij de oude VN-missie op de Golan Hoogvlakte, en dan is er nog een handvol waarnemers in onder andere Congo en Sierra Leone.

,,De druk om meer dan 4.000 Canadezen in het buitenland te hebben was te groot'', verklaart Ron Carson, veteraan van vredesmissies op Cyprus en in Angola, de slinkende rol van Canadese troepen. Carson rijdt door Petawawa, een uitgestrekte legerbasis in het afgelegen heuvellandschap aan de grensrivier tussen Ontario en Québec. ,,Het is aan de regering om te bepalen waar we naar toe gaan'', zegt hij bij het opdraaien van Peacekeeping Way. ,,Als ze willen dat we diverse taken aannemen, dan komen we in de knel.''

Dat is de koele beschouwing van wat er over is van het militaire vermogen van Canada. In militaire kringen is de huidige staat van het leger een bron van controverse en schaamte. Critici spreken van de teloorgang van het leger sinds het einde van de Koude Oorlog. Het Canadese leger – in zijn hoogtijdagen bij de bevrijding van Nederland in omvang het vierde ter wereld – is in de jaren negentig geslonken van 84.000 tot 57.000 man. Grootschalige bezuinigingen hebben de Canadese troepen volgens sommigen gereduceerd tot ,,padvinders met vuurwapens''.

,,Het Canadese leger is smartelijk onderbezet,'' zegt David Rudd, directeur van het Canadese Instituut voor Strategische Studies in Toronto. ,,De regering wil de troepen wel inzetten, maar wil er eigenlijk niet voor betalen. Pas in de afgelopen paar jaar is men zich gaan realiseren dat er te veel missies zijn en te weinig geld.'' Hoge werkdruk en lage lonen leiden tot overbelasting van de beschikbare mankracht, zegt Rudd. Soldaten raken overspannen en vertrekken. ,,Het grootste probleem voor het leger is dat het verloop onder het personeel veel groter is dan het vermogen om nieuwe mensen aan te trekken,'' zegt hij.

Daar komt nog bij dat een groot deel van het militaire materieel nodig aan vervanging toe is. ,,Als de begroting voor materieel niet substantieel toeneemt,'' zegt Brian MacDonald, kolonel b.d. en defensie-analist in Toronto, ,,dan hebben we te maken met een versnellende verroesting van het Canadese leger.''

Hoe is het Canadese leger zo in verval geraakt? Defensie heeft zwaar moeten inleveren bij bezuinigingsrondes in de jaren negentig om de Canadese begroting op orde te krijgen. Ook andere NAVO-landen hebben hun militaire uitgaven verminderd sinds het einde van de Koude Oorlog, maar Ottawa sneed extra diep in het budget: van 12 miljard dollar in 1993 tot minder dan 10 miljard dollar vorig jaar (1,1 procent van de totale begroting). Binnen de NAVO besteedt alleen Luxemburg een kleiner aandeel van zijn begroting aan defensie.

De bezuinigingen gingen evenwel niet gepaard met beperking van de Canadese rol bij internationale vredesoperaties. Canada, dat een bovengemiddelde bijdrage leverde aan de Tweede Wereldoorlog, mag zichzelf graag beschouwen als een internationale vredesstichter. Canadezen zien zichzelf bijkans als de uitvinders van de naoorlogse vredesmissie, en zijn er trots op aan vrijwel elke missie te hebben deelgenomen. Het is het imago dat Ottawa graag koestert.

,,We teren min of meer op onze reputatie'', zegt majoor-generaal b.d. Lewis Mackenzie, een van Canada's meest gerespecteerde militairen, die in 1992 het bevel voerde over VN-troepen in Sarajevo. Volgens Mackenzie, een veteraan van zes vredesmissies, telt het inzetbare leger van Canada minder dan 20.000 man, en legt Canada zich steeds meer toe op lichtere taken als verkenning. ,,We hebben geloofwaardigheid als vredesstichters omdat we in de vorige eeuw het goede voorbeeld hebben gegeven toen het erop aankwam te vechten'', zegt hij. ,,Tegen deze achtergrond hebben we een verplichting om meer te doen. Ik schaam me dat we onze bijdrage niet leveren.''

Wellicht mede in reactie op de kritiek – die een hoogtepunt bereikte toen George Robertson, secretaris-generaal van de NAVO, Canada publiekelijk maande meer aan defensie te besteden – heeft Ottawa wat meer geld beschikbaar gesteld. Om te beginnen stijgt het defensiebudget weer mee met inflatie, zodat het dieptepunt van 9,3 miljard dollar is gepasseerd. Bovendien kondigde minister Art Eggleton van Defensie onlangs een stijging aan van de soldij om het personeelsverloop af te remmen.

Maar er is meer nodig om het Canadese leger op zijn huidige peil te houden – laat staan te herstellen, menen de critici. Voorspeld wordt dat het aantal manschappen nog tot onder de 50.000 zal zakken voordat het stabiliseert. Volgens de Canadese Rekenkamer is een investering van 4,5 miljard Canadese dollar vereist om een leger te houden dat er nog toe doet.

Eggleton heeft inmiddels een nieuwe doelstelling voor zijn troepen. Langdurige betrokkenheid bij vredesmissies moet plaatsmaken voor een aanpak van `snel naar binnen, en snel weer weg', verklaarde hij onlangs. ,,Beseffend dat onze middelen niet onbegrensd zijn, overwegen we een early-in/early-out strategie, waarbij onze troepen als eersten worden ingezet om een gebied te stabiliseren, en dan worden afgelost,'' aldus Eggleton. ,,Ergens naartoe om er tien, twintig, dertig jaar te blijven is iets dat we niet te vaak meer willen doen.''