DE GROTE TREK NAAR HET WESTEN

Op 1 april trad de Vreemdelingenwet in werking, een nieuwe poging de stroom asielzoekers te kanaliseren. Maar over het aantal illegale migranten is niets bekend.

'Je kunt Europa niet dichttimmeren', zegt fotograaf Ad van Denderen. Tien jaar geleden begon hij aan zijn project over Schengen.

Grenzen bestaan niet meer, migranten trekken rond met behulp van mensensmokkelaars en de mobiele telefoon.

Een selectie uit een omvangrijk fotoproject, het verhaal van een moderne nomade en een gesprek met de fotograaf.

GEEN LAND WIL MIJ HEBBEN

Masoud:

'Het kanaal tussen Polen en Duitsland was niet zo breed, dertig meter of zo. Ik was

twintig jaar, ik had geen spullen bij me en dacht niet na over het zwemmen. Ik dacht over ná het water. Dáár ligt Duitsland, dáár moet je heen, zei de man die mij naar de grens had gebracht.

'Het was middenin de nacht, heel donker. Het zwemmen was makkelijk, er was niet veel stroming. Ik klom op de kant en stond tussen de bomen. Er was nergens een huis te zien. Ik ging lopen. Na een half uur hoorde ik het geluid van een auto. Daar werd ik bang van, dus bleef ik door het bos lopen. Tot acht uur 's ochtends. Ik kon niet slapen. Ik was nat en vertrouwde niemand. Ik was bang voor lawaai.

'Na een halve dag lopen kwam ik in een kleine plaats. Ik zag een jongen die er Arabisch uitzag, hij was Irakees. Hij gaf mij geld voor een treinkaartje naar Berlijn. Dat was de enige Duitse stad die ik kende. Op het station in Berlijn ben ik op zoek gegaan naar Arabisch-sprekende mensen. Ik vertelde ze dat ik niks had: geen geld, geen huis, geen paspoort, geen kleren en ik vroeg ze wat ik moest doen. Toen zei iemand dat ik naar Nederland moest gaan. Dat is nu tien jaar geleden.

'Ik ben in 1971 in Jerusalem geboren, daar heb ik tot mijn vijfde gewoond. Ik herinner mij er niets van. Mijn ouders zijn Palestijns. Mijn moeder kwam om bij een bombardement. Niet vermoord of zo, het was eigenlijk een ongeluk. Met mijn vader ben ik daarna naar Zuid-Libanon gegaan. Daar woonden we in zelfgemaakte houten hutten. Toen ik acht was, ging mijn vader dood en ben ik bij vrienden van hem gaan wonen.

'Libanese en Palestijnse militairen controleerden ons. We moesten dingen voor hen doen, in ruil voor eten en zo. Het was een soort gevangenis, heel veel mocht niet. Ik ben ook nooit naar school geweest, alleen naar koranles.

'Op mijn zestiende had ik dromen. Ik wilde weg uit de gevangenis. Met hulp van een vriend ben ik naar Syrië gereisd. In een kleine auto, zonder papieren, stiekem over de grens. We zijn doorgereden naar Turkije en daarna direct naar Bulgarije. De grens oversteken is geen probleem. Bij de grens zijn altijd mensen die dat regelen, die alles weten over controles. Douanemensen in die landen verdienen nauwelijks geld. Je geeft ze tien dollar en ze vragen niks meer.

'Die vriend van mij kende weer mensen in de Oekraïne. Daar ben ik tweeëneenhalf jaar geweest. We konden bij een kennis wonen, maar er was geen werk en ik had geen geld. Ik deed de hele dag niks. Het was geen leven, ik teerde op de zak van anderen en dat is moeilijk. Ik moest altijd naar ze luisteren. Nadat de Sovjet-Unie uit elkaar viel, kreeg ik last op straat. Ik had geen legitimatie en geen geboorte-akte. Ik had helemaal niks. Dan werd ik weer gearresteerd en na een nacht vrijgelaten. Ik had er geen zin meer in en besloot verder te vluchten.

'Met de trein ben ik naar Polen gegaan, door de conducteur om te kopen. In de trein kwam ik een Syrische man tegen, hij had een vriendin in Lublin en ik kon bij hen wonen. Die man bracht mensen uit Oost-Europa naar West-Europa, met auto's. Dat is illegale handel, mensensmokkel. Ik wilde niet meewerken en daarom moest ik na een half jaar weer weg. Die man bracht mij naar het kanaal tussen Polen en Duitsland.

'Via Berlijn ben ik met de trein naar Nederland gegaan. Op het Centraal Station in Amsterdam ben ik weer op zoek gegaan naar Arabisch-sprekende mensen. Ik vroeg naar een moskee en kwam terecht op de Weesperzijde, de grote Marokkaanse moskee. Daar heb ik een nacht geslapen. Ik kreeg van verschillende mensen een paar gulden en ik kwam een oude man tegen bij wie ik een paar weken kon logeren.

'Ik liep de hele dag door de stad, probeerde contacten op te doen. Op de Dam leerde ik mensen kennen die duivenvoer verkochten aan toeristen. Dat ben ik toen ook gaan doen, dan kon ik aan het eind van de dag eten kopen. Ik kon ook een kamer delen met een van die mannen, voor vijf gulden per dag. Als we duivenvoer verkochten, kwam soms de politie. Als ik ze niet zag aankomen, legden ze een hand op mijn schouder en vroegen ze van alles. Waarom ik hier was en zo. Eten, zei ik dan. Ik sprak nauwelijks Nederlands. De politie zei dat ik weg moest gaan, maar ik kwam steeds weer terug. Ik heb drie jaar duivenvoer verkocht.

'Ik ben zes keer gearresteerd en in 1995 kwam ik voor het eerst in de gevangenis. Drie maanden. Ik snapte het niet. Ik deed toch niet veel kwaad? Ik wil geen crimineel zijn. Er was ook geen proces bij de rechtbank en na drie maanden kwam ik plotseling vrij. De politie is wel heel menselijk en aardig hier. Ze gaven mij een treinkaartje naar Brussel. Maar in Brussel hield de politie me aan en stuurde me direct terug naar Nederland. Toen ben ik weer duivenvoer op de Dam gaan verkopen. Wat moet ik anders? Geen baas wil mij hebben.

'In 1997 kwam ik weer in de gevangenis. Zes maanden, eerst in Tilburg en daarna in Zwolle. Ik moest werken in de gevangenis. Zo raar! Buiten mag ik niet werken, maar in de gevangenis moest ik werken. Ik vond het heel erg om in de gevangenis te zitten. Nederland kan mij nergens naar toe sturen, omdat ik statenloos ben. Daar kan ik niks aan doen, dat is niet mijn schuld. Maar ik zat wel tussen criminelen.

'Toen ik vrij kwam, kon ik geen duivenvoer meer verkopen. Het mocht niet meer. Ik ben naar het Amsterdams Solidariteits Komité Vluchtelingen gegaan en heb mijn verhaal verteld. Ik kreeg 25 gulden per week en kon in een kraakpand slapen. Het was winter, heel koud. Een grote hal in een oude fabriek, gebroken ramen, geen verwarming, geen deken, geen matras. Daar heb ik twee jaar gewoond. Daarna moest ik uit het kraakpand en kon ik geen geld meer krijgen van het askv.

'Dus stond ik weer op straat. Werkloos, dakloos, thuisloos, rechteloos, medische-zorgloos. Ik ben al twee jaar bezig een vergunning als statenloos burger te krijgen. Ze willen dat ik aantoon dat ik statenloos ben, maar dat kan ik niet, omdat ik statenloos ben. Hoe kan dat nou? Dat snap ik echt niet. Geen land wil mij hebben, ik kan niks aantonen. Ik ben alle ambassades langs geweest. Als ik terug zou kunnen naar Israël of Libanon, zou ik morgen gaan. Maar ik zit in de grote gevangenis Nederland en kan niets. Ik ben niets. Ik mag niet werken en ik mag geen huis huren. Hoe kan ik leven als ik niks mag? Dat vraag ik je. Hoe kan dat?

'Ik slaap nu in een ander kraakpand, op een zolder. Er is geen water en geen verwarming. Soms krijg ik vijfentwintig gulden van een vriend of kan ik ergens een uurtje schoonmaken.

'Ik heb lang gedroomd. Niet over rijk worden of een mooie auto hebben. Dat is niet belangrijk. Ik wil gewoon een normaal mens zijn. Dat verdien ik ook. Nederland is na tien jaar mijn land geworden. Ik zou hier graag willen blijven, eerlijk blijven. Mijn dossier is wit, ik ben geen crimineel. Ik zou echt niet bang hoeven zijn, maar ik ben nog altijd bang. Ik heb geen hoop meer. Ik leef in angst en stilte.'

(tekst Yasha Lange)

JE KUNT EUROPA NIET DICHTTIMMEREN

Ad van Denderen:

'Eind jaren tachtig werkte ik aan een fotoverhaal over Koerdische vluchtelingen in Oost-Turkije. Toen begreep ik pas dat er iets groots gaande was in de wereld. Daarvóór was het beeld dat mensen na een ramp massaal van huis en haard wegtrokken om net over de grens te gaan zitten wachten totdat ze konden terugkeren. Maar in Oost-Turkije zag ik voor het eerst een paar honderd Iraniërs in pensions zitten, die helemaal niet van plan waren om terug te keren. Dat zijn de eerste foto's die ik bewust voor dit project maakte.

'Ik heb me beperkt tot Schengen, tot de grenzen van Europa. De grote verhaallijn is dat de humanitaire hulpverlening en de ontwikkelingshulp totaal zijn mislukt: de grenzen zijn geslecht, mensen zijn totaal mobiel geworden.

'Vroeger was het zo geregeld: arme Afrikaanse families hadden tien, twaalf kinderen, genoeg om te zorgen voor je oude dag. Nu pak je dat anders aan: het doel is een lid van de familie in het Westen zien te krijgen om de familie te onderhouden. Kleine dorpen sturen hele groepen jongens vooruit in de hoop dat ze daar geld van terugzien. Het is een investering geworden. En dan zie je steeds hetzelfde patroon: zo gauw een volk aan de wandel gaat, ontwikkelen ze kanalen en dat oefent weer aantrekkingskracht uit op nieuwe groepen. Als er geen systeem is om legaal het land binnen te komen, dan komen ze illegaal en wordt het moeilijk ze te tellen.

'In het begin kwam ik meer echte politieke vluchtelingen tegen. Inmiddels komt het merendeel om economische redenen. Iedereen noemt zich politiek vluchteling en heeft een verhaal klaar, maar de waarheid achterhaal je niet.

'Je leest nu veel over georganiseerde mensensmokkel, zoals bij het beruchte Dover-transport. Maar de overgrote meerderheid gaat toch individueel of in kleine groepjes met een lokale gids de bergen over. Sommigen zijn heel lang onderweg. Zo ken ik een Iraakse Koerd die al drie jaar op weg is. Hij had in Irak een toneelstuk gemaakt over de chemische oorlogsvoering. Hij vluchtte naar Teheran en heeft daar een jaar gewerkt. Daarna ben ik hem in Turkije tegengekomen, een jaar later in Athene en vervolgens dook hij in Rome op. Het laatste wat ik van hem hoorde - we bellen elkaar af en toe - was dat hij in Calais zat, op weg naar Engeland. Al die jongens hebben hun netwerk, ze wisselen telefoonnummers uit en zoeken bekenden op. Deze Iraakse Koerd is bepaald geen zielige man; die vindt uiteindelijk zijn plek wel.

'Wat is een vluchteling? Ik noem het liever migranten. Het merendeel is op zoek naar een beter leven. Als je het met een westerse › blik bekijkt, loont het de moeite niet. Een illegaal blijft een paria van de samenleving. Het is een uitzichtloos bestaan. Er zijn er ook die teruggaan. Albanezen pendelen bijvoorbeeld veelvuldig op en neer. Albanië is nog een boevenstaat. Zodra de criminaliteit wat daalt, zullen er een heleboel teruggaan.

'Je ziet steeds wisselende stromen. De Oekraïeners gingen bijvoorbeeld eerst massaal naar Tsjechië om in de bouw te werken. Toen de wetgeving in Tsjechië werd aangepast, stroomden ze door naar Portugal. Als iemand een bericht de wereld instuurt dat Nederland over twee weken zijn grenzen sluit, ontstaat er een golf die eerst nog probeert hier gauw de grens over te komen. Dat gaat via de informele, goed georganiseerde tamtam. Alle migranten hebben tegenwoordig gsm, dus ze kunnen elkaar goed bereiken.

'Je hebt de Spanje-route, de Turkije/Grieken- land-route, de Bosnië-route, de Belgrado-route, de Polen-route. Alles is afhankelijk van je geld. De Turkije-route liep eerst via Athene, maar nu vaak via de Albanese maffia naar Italië. De Polen-route is redelijk opgedroogd. De controle is opgevoerd, de Duitse douane gebruikt busjes met warmtestraling, waarmee je in het donker kunt detecteren. Bovendien is Polen ook welvarender geworden, en dus voor velen nu een eindstation.

'De vluchtroutes zijn verbazend primitief, maar de bestrijding ook. De Italianen hebben bijvoorbeeld een groot oorlogsschip in de Adriatische Zee, dat alle bootjes doorgeeft aan de Guardia Financia. Ze weten vrij goed wat er waarvandaan vertrekt. De Guardia Financia heeft speciale snelle boten voor de kustbewaking, die in Italië werden gebouwd. Toen ging de Albanese maffia die boten gewoon bij die Italiaanse fabriek kopen! Toen hebben ze de fabriek gesloten en nu hebben de Albanezen hun eigen fabriek in Albanië.

'Van die kustwacht moet je je niet te veel voorstellen. Ik ben een keer mee geweest. Die Albanese rubberboten varen heel hard, 90 km per uur. Enteren is dan heel moeilijk. Je kunt ze alleen maar najagen. Schieten doet de kustwacht niet, want ze zijn als de dood dat de maffia gaat terugschieten. Wij joegen een kwartier achter zo'n bootje aan, maar elke keer dat we hem tot op tien meter genaderd waren, gooide die stuurman het roer om en dan ben je hem weer kwijt. We zagen die boot naar de kust varen en gaven door dat ze eraan kwamen. We hoorden wat schoten en even later kwam die vent met een lege boot terug. Ik denk dat niet meer dan 5 procent gepakt wordt. Dan wordt de boot in beslag genomen, de stuurman gaat de gevangenis in en de rest wordt teruggestuurd naar Albanië.

'Die Albanese smokkel is veel beter georganiseerd en veel harder dan bijvoorbeeld die vanuit Marokko naar Spanje. In steden als Vlore durft de politie amper te komen, daar heeft de maffia volledig vrij spel. In een baai bij Vlore staan allemaal villa's van 4 of 5 miljoen gulden. Naast die villa's, onder afdakjes, lig- › gen de rubberen sloepen voor de overtocht. Ze worden bewaakt door bloedhonden. Er hangt daar een heel dreigende sfeer. We zijn snel weer vertrokken.

'De vluchtelingen worden met busjes naar Vlore gebracht en ingescheept. Men zegt dat er van iedere vluchteling een polaroidfoto wordt gemaakt, waarop ze zijn naam en het adres van zijn familie zetten. Als het misgaat, sturen ze die foto aan de familie. De maffia heeft zelfs een klantenregistratie.

'De Azië-route verloopt zonder problemen tot Istanboel. Daar lopen de migranten vast. Ze zitten in pensions en hotels. In Istanboel koop je een plek in een minibus die naar Griekenland rijdt. Vlak voor de grens worden de illegalen gedropt. Met een gids lopen ze naar de rivier. Eén van de begeleiders zwemt naar de overkant. Met opblaasbootjes trekken ze zich dan langs een touw naar de overkant. Dan lopen ze vijf nachten door. Op een afgesproken plek staat een minibus te wachten. Staat die er niet, dan is de chauffeur mobiel te bellen. Dat nummer krijgen de migranten in Istanboel op een papiertje. De bus rijdt ze vervolgens naar Athene. Daar worden ze in huizen van de maffia opgesloten tot ze betaald hebben. Het gaat er daarbij soms heftig aan toe. De deal is logisch: betalen na aankomst. Als de vluchtelingen niet kunnen betalen, bellen de smokkelaars met hun familie en dan worden ze vaak in elkaar geslagen, terwijl vader via de telefoon mee kan luisteren.

'Het is goedkoper als een gids ze gewoon de grensrivier overzet. Er zijn gidsen die die route wel 32 keer hebben gelopen. De vluchtelingen verdwalen nog al eens. Omdat de kleine kruideniertjes in de grensstreek goed aan ze verdienen, waarschuwen ze vaak als de politie in aantocht is.

'De Turks-Griekse grens is natuurlijk problematisch, omdat de twee landen in onmin leven. Er is een 5 km brede bufferzone, die militair terrein is. Daarna komt de grenspolitie. De grenspaden worden aan het eind van de middag netjes aangeharkt, zodat elke voetstap zichtbaar wordt. De specialisten kunnen aan de voetstappen zien om hoeveel mensen het gaat en wanneer ze er zijn langsgekomen. De politie rijdt dan om de vluchtelingen heen en wacht ze op. Dan spannen ze een ijzeren draad over de weg en kruipen in de bosjes. Als de groep eraan komt, springen ze te voorschijn, schieten in de lucht, waarna de mensen in paniek tegen die draad oplopen. Ze gaan naar de plaatselijke gevangenis van Ferres, en worden de volgende dag illegaal weer teruggedumpt naar Turkije.

'Je kunt Europa niet dichttimmeren. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen asielzoekers en immigranten. Of we het nu willen of niet, ze kómen toch. Ik verbind daar geen moreel oordeel aan, het is een realiteit. De politiek kan hier nauwelijks op reageren. Ik denk dat Europa de komende paar jaar ingrijpend gaat veranderen.' M

(Tekst Laura Starink)

Ad van Denderen is fotograaf. Hij exposeerde onder meer in het Stedelijk Museum in Amsterdam, De Beyerd in Breda en de National Portrait Gallery in Londen. Voor zijn project 'De grenzen van Schengen' kreeg hij subsidie van de Stichting Anna Cornelis en de Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst. De serie is onderscheiden door het Centre National de l' Audiovisuel in Luxemburg.

[streamliners] 'Een illegaal blijft een paria van de samenleving. Het is een uitzichtloos bestaan.'

'Alle migranten hebben tegenwoordig gsm, dus ze kunnen elkaar goed bereiken.'