DE GEPANTSERDE BONDSCOACH

Bert Goedkoop (45) staat voor de ondankbare taak om het nationale volleybalteam voor een vrije val te behoeden. Gelukkig voor de nieuwe bondscoach is hij een optimist. ,,In topsport is het nooit goed genoeg.''

Bert Goedkoop komt de Sporthallen Zuid binnen, schudt de hand, opent een kale ruimte met wat tafels en stoelen, gaat zitten, recht zijn rug en koelt zijn blik. De werkdag is begonnen; een kille zakelijkheid maakt zich van de bondscoach meester.

Zijn ziel opent Goedkoop alleen in de intimiteit van de vriendenkring en zeker niet in gesprekken met de media. De Amsterdamse vrijgezel gedraagt zich vriendelijk en voorkomend, maar niet warm. ,,Ik hoef met jou ook geen pilsje te drinken'', zegt hij licht provocerend. ,,Tenzij je héél verstandig over volleybal kunt praten, dan houd ik het misschien een poosje vol. Een biertje drink ik met vrienden. Een interview beschouw ik als een onderdeel van mijn werk. Eerlijk gezegd doe ik het liever niet. Ik zal het nog grover stellen: het interesseert me niet eens wat je schrijft en ik zal het ook niet lezen.''

De toon is gezet. De publiciteit kan Goedkoop gestolen worden, sedert hij eind 1997 als bondscoach van de nationale vrouwenploeg zat opgesloten in de kerkers van roddel en achterklap. De toenmalige clubcoaches Agnes Brunninkhuis (AMVJ) en Appie Krijnsen (VVC) verweten Goedkoop publiekelijk dat hij onverantwoord met `hun' internationals omging. Hij zou de speelsters zowel fysiek als psychisch kapot maken. Bovendien droeg Goedkoop de last van het gerucht dat hij een intieme relatie onderhield met spelverdeelster Riëtte Fledderus.

Alle commotie culmineerde in interventie van NOC*NSF, een rapport van oud-international Kirsten Gleis en begin 1998 uiteindelijk in het vertrek van Goedkoop. Hij hield de eer aan zichzelf, omdat normaal functioneren in zijn ogen niet meer mogelijk was. En met de pers had hij het helemaal gehad.

Goedkoop wordt niet graag aan die periode herinnerd. Met een sarcastische glimlach: ,,Ik ben het vergeten. Het is ook al zo lang geleden.'' Maar heeft hij aan die incidenten geen krasje overgehouden? Zelfverzekerd: ,,Ben je gek. Ik weet toch hoe topsport werkt. Dat is één groot conflictmodel.'' Verder doet Goedkoop er het zwijgen toe. Het verleden heeft hij begraven. Actueel is het nationale mannenteam, waarmee hij zijn geschonden reputatie hoopt te repareren.

Conflicten en Goedkoop lijken echter onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hij zocht begin jaren tachtig de confrontatie met de Nederlandse Volleybal Bond (NeVoBo) in een poging Nederland eindelijk eens boven zeeniveau uit te tillen. Vervolgens had hij een belangrijk aandeel in de komst van Arie Selingernaar Nederland. Ook al zo'n man die een spoor van geschillen achterliet en in wiens voetsporen hij vijftien jaar later mag treden.

Goedkoops laatste publieke botsing dateert van de Olympische Spelen in Sydney, waar hij na de uitschakeling door Joegoslavië Nederlandse spelers verweet mentaal niet weerbaar genoeg te zijn. Gerbrands reageerde als door een adder gebeten en noemde de man die toen nog verantwoordelijk was voor het opleidingsinstituut van het nationale team, ,,een laffe hond''. Opnieuw was een conflict geboren. Maar deze aanvaring heeft de bondscoach inmiddels wijselijk met zijn voorganger uitgesproken.

Geheel in stijl ging ook de benoeming van Goedkoop tot mannencoach, begin dit jaar, gepaard met commotie. Met één verschil: de kritiek gold dit keer nietde persoon Goedkoop, maar de procedure. De belangrijkste internationals voelden zich gepasseerd bij de aanstelling van Goedkoop. Maar van scepsis heeft de nieuwe bondscoach niets gemerkt. ,,Ik ben onmiddellijk naar Italië gereisd om de routiniers te spreken. Ik was snel klaar, want na twee minuten reageerden ze al enthousiast. Trouwens, die kritiek leg ik uit als betrokkenheid. Prachtig toch dat spelers zich medeverantwoordelijk voelen.''

Maar diezelfde internationals moeten er rekening mee houden dat ook zij op enig moment met Goedkoop zullen botsen. De bondscoach beschouwt topsport als een aaneenschakeling van conflicten en vindt dat topspelers daar mee om moeten kunnen gaan.

,,Het is toch ook logisch'', klinkt het Cruijffiaans. ,,In topsport is het nooit goed genoeg. Omdat het grensverleggend is. Elke dag weer ga je als spelerde strijd met jezelf aan om beter te worden. Dat gegeven alleen al impliceert een conflict. Net als een wedstrijd. Je hebt eerst het conflict met jouw concurrent voor een plek in het team en vervolgens het conflict met de tegenstander. En tot slot kun je ook nog in conflict komen met de mening van publiek en pers.''

Alle wrijvingen hebben van Goedkoop een man in een pantser gemaakt. De bondscoach heeft afstandelijkheid tot zijn tweede natuur ontwikkeld. Gevoegd bij een naar arrogantie neigende zelfverzekerdheid, maakt dat Goedkoop niet in ieders ogen sympathiek. De volleybalcoach kan er niet mee zitten. ,,Ik laat me maar door één persoon afrekenen: mezelf. Ik kan mezelf ook het best beoordelen.Ik heb ook mijn eigen doelstellingen, die ik voortdurend evalueer. En als ik die niet haal, trek ik zelf mijn conclusies. Daar heb ik anderen echt niet voornodig.''

Maar er zijn meer Goedkoops. Zijn harnas van zakelijkheid is ook een façade waarachter een passie voor de sport schuilgaat. Vanaf 1988, het jaar waarin hijzich van speler tot trainer transformeerde, reist Goedkoop de wereld over om zich in het volleybal te verdiepen. Olympische Spelen, World League, Europees of wereldkampioenschap, de Amsterdammer is er bij om van de ontwikkelingen op de hoogte te blijven. Zijn kennis is onomstreden. In de loop der jaren klonk luider dan welke kritiek ook de waardering voor Goedkoops vakmanschap. Wie je ook spreekt, zijn kwaliteiten als trainer zijn boven elke twijfel verheven.

Als een man met die reputatie dan verkondigt dat het volleybal heeft stilgestaan, neem je dat voor waar aan. Goedkoop: ,,De laatste vier jaar heb ikgeen nieuwe ontwikkelingen kunnen ontdekken. Een beetje begrijpelijk is dat wel, omdat de nieuwe spelregels het spel danig hebben veranderd. Coaches waren drukker met aanpassing dan met evaluatie en innovatie. Ik vind de topploegen tegenwoordig eenheidsworsten; ze spelen alle in dezelfde stijl en volgens dezelfde patronen. Hooguit verrassen teams door hun niveau. De kunst is om nu in te schatten hoe over drie, vier jaar wordt gespeeld.''

Zijn kritiek ten spijt, hoeft van Goedkoop evenmin vernieuwing te worden verwacht. ,,Omdat ik daar eenvoudigweg de tijd niet voor heb. Volgende week zaterdag staat voor de World League Brazilië al voor onze neus. We zullen elkaar dan een hand geven en er in de wedstrijd het beste van moeten maken. Hoe kan ik in vredesnaam binnen tien dagen nieuwe systemen invoeren? We moeten wel realistisch blijven. Overigens ben ik wel van plan enige veranderingen door te voeren, maar dat zijn details in aanval en blokkering. Het grote publiek zal er niets van merken, hooguit enkele insiders.''

Ondanks de wetenschap dat Nederland aan kwaliteit heeft ingeboet, heeft Goedkoop de sportieve lat redelijk hoog gelegd. In de World League, waarin Nederland naast Brazilië is ingedeeld bij Duitsland en de Verenigde Staten, wil hij tweede in de groep worden. Daarenboven opteert hij voor een plaats bij de eerste zes tijdens het Europees kampioenschap, half september in Tsjechië. En tussendoor – half augustus in Den Bosch – verlangt de bondscoach tijdens een kwalificatietoernooi ook nog plaatsing voor het wereldkampioenschap, volgend jaar in Argentinië.

Een mening over het rallypoint-systeem heeft Goedkoop niet. Of anders gezegd: hij wíl geen standpunt innemen. Omdat het geen zin heeft. Het systeem is nu eenmaal ingevoerd en elke discussie over nut en noodzaak beschouwt de bondscoach als verspilde energie. Hij stelt simpelweg vast dat de druk op spelers is toegenomen en de doorstroming van jeugdig talent is afgenomen.

Goedkoop: ,,Elke bal is belangrijk, dus spelen trainers op zeker. Kijk maar eens hoeveel routiniers je tegenkomt. Toen ik dertien jaar geleden afscheid nam van het Nederlands team was ik met 32 jaar de oudste. Tegenwoordig zie je maar wat vaak spelers van 35 jaar en ouder.''

Indachtig die vaststelling van Goedkoop gaat het Nederlandse team een zware periode tegemoet, want in de personen van Peter Blangé, Martin van der Horst, Misha Latuhihin en (voorlopig) Bas van de Goor is veel routine verloren gegaan. Goedkoop: ,,We hebben één voordeel: Nederland is niet meer olympisch kampioen. Die ballast torsen we niet langer mee.''

Maar feit blijft dat de absentie van spelverdeler Blangé zwaar zal wegen. Een vaststelling waar Goedkoop geïrritteerd op reageert. ,,Ja, lekker belangrijk. Wat moet ik met de opmerking dat zijn opvolger minder is. Ik kan daar niets mee. We zullen het met Kars van Tarel en Dirk Jan van Gendt moeten doen. Vergelijken met het verleden is niet eerlijk. Zo blijft er altijd een schaduw over het team hangen. Ron Zwerver is toch ook gestopt. En hoe lang heeft Marco van Basten niet tegen de naam Johan Cruijff moeten vechten? Zelfs toen hij al heel goed was.''

Het nieuwe Nederland wil Goedkoop stutten op de pijlers enthousiasme en ambitie. De gouden generatie was volgens de bondscoach aan vervanging toe. Zijn uitdaging is om met de nieuwe lichting het succes te kopiëren. Hoewel dat vrijwel ondoenlijk is, erkent Goedkoop: ,,De mannen die in 1996 olympisch goud in Atlanta wonnen, waren wel erg lang en bovendien extreem goed.''

Met andere woorden: dat succes was eenmalig? Goedkoop zegt nooit `nooit', maar hij sluit zijn ogen evenmin voor de werkelijkheid. En die is dat in Nederland een aantal jaren eendimensionaal is gedacht. Goedkoop: ,,In de periode 1988-1992 is alle aandacht naar de nationale ploeg uitgegaan. De opleiding is indertijd verwaarloosd en daar gaan we nu vrijwel zeker de prijs voor betalen.''

Niet dat de bondscoach zich wil indekken tegen een vrije val, maar Goedkoopzal bijkans magische krachten moeten aanboren om Nederland voor niveauverlies te behoeden. Maar de Amsterdammer is geen tovenaar, ook al houdt hij dankzij zijn talrijke reizen de spiritualiteit als trainer vast. Goedkoop vindt dat hij alleen geïnspireerd en gemotiveerd blijft zo lang hij de sporthal kan blijven afwisselen met zwerftochten door de wijde wereld. ,,Na een periode van arbeid heb ik een sabbatical periode nodig. Niet dat je er veel aan hebt als trainer, maar als mens heeft het me wel verrijkt. Ik ben er bijvoorbeeld begripvoller door geworden.''