De dood is Frans

Charles de Gaulle is terug, par personne interposée. Tour-baas Jean-Marie Leblanc heeft zich deze week verzekerd van een praalgraf, wellicht van een triomfboog. Straten en pleinen zullen naar zijn naam vernoemd worden; in zowat alle rotsen van Normandië wordt het familiewapen van de Leblancs gebeiteld; grootse waterwerken, tunnelbouw en het tricolore rakettenschild zullen aan hem worden opgedragen.

Vive la France, vive la République!

Leblanc is gek, wat zeg ik, Leblanc is een crimineel. Hij heeft de mooiste sportwedstrijd van het jaar – de Tour de France – eigenhandig onthoofd. Gedreven door nepotisme en chauvinisme waant Leblanc het billijk en rechtvaardig om vedetten als Cipollini en Pantani, Zülle en Escartin aan de start te weren ten faveure van ene Vasseur, ene Heulot, ene Halgand, ene Robin. Kan Charles Trenet misschien ook nog op de fiets? Dood, zegt u? Maakt niet uit, als de dood maar Frans is.

Wielerliefhebbers kunnen deze zomer rustig met vakantie, ver weg uit het Avondland, naar een Aziatische archipel. De Tour 2001 is een gotspe, het rijden en bekijken niet waard. Wat eens La Grande Boucle was, is verworden tot Veenendaal-Veenendaal, en dat drie weken lang. Een wedstrijd voor tweederangscoureurs, met acht Franse ploegen en een paar Baskisch baretten van de jodelploeg Euskaltel-Euskadi. Jawel, Lance Armstrong koerst ook mee, maar die zit al in de slag met de Rabo's Boogerd en Dekker: gekochte glorie is geen glorie.

Het argument van Leblanc dat de Franse jeugd een kans moet krijgen, is natuurlijk een zelfbedachte leugen. Het Franse wielrennen is op sterven na dood. Op de dope-generatie van de Virenques en Brochards volgde een peilloos zwarte gat. In het peloton rijdt niet één Franse renner die geacht mag worden een klassieker te winnen. Of een bergrit. Of een sprint. Een schim van Anquetil en Poulidor is in geen honderd jaar te bekennen. En de ouwe Jalabert kan zich niet eens meer staande houden op een keukenladder. Edith Piaf was taaier.

Met Il magnifico Mario Cipollini had de Tour een visitekaartje in moderniteit, glamour, bravoure, homo-erotica. Cipollini won sinds '93 twaalf ritten, was drager van de gele en de groene trui. Niet een rimpeling op het filmfestival van Cannes was vergelijkbaar met zijn gracieuze en toch messcherpe heupswing. Een renner als mooie Mario smeek je, bid je, verleid je om in lengte van jaren de Tour te vereren met een glimp van zijn aanwezigheid. Zoals Gino Bartali op zijn 83ste organisch bij de Giro hoorde, zo hoort Cipollini op zijn 95ste iconisch bij de Tour. Tenzij fietsen opeens een orgie voor boerenkinkels zou zijn. Type Jeroen Blijlevens.

In 1998 heeft Marco Pantani de doping-Tour gered. Wellicht reed hij zelf ook met Epo-benen rond, maar wielrennen is een katholieke sport: wat niet gesignaleerd is, bestaat niet. Enige dankbaarheid voor de kopman van Mercatone Uno zou de Société du Tour de France niet hebben misstaan. En als je dan toch de keuze hebt tussen het poëtisch-zangerige Mercatone Uno en het prozaïsch-vloekende Bonjour-Toupargel, kies dan tenminste voor klank in de benen. Niet voor pap.

Het ordinaire nationalisme van Jean-Marie Leblanc moet gesanctioneerd worden. Door renners, door sponsors, door ploegleiders, door de media, door de UCI van Hein Verbruggen. Ik zou de ploegen Telekom, Rabo en US Postal de raad willen geven: laat de fietsen in de schuur, huur wat Italiaanse scooters in en blijf straks, op 7 juli in Duinkerke, lekker op een terrasje zitten wanneer Leblanc de rode vlag hijst. Ridiculiseer deze gepatenteerde Stalin van het cyclisme weg, terug het schijthuis in van zijn tricolore ingewanden. Helaas, de solidaire wielergemeenschap is zo laf als de kerk van Rome. En dus rijden Armstrong en Ullrich toch weer voor winst en sprinten Steels en Kirsipuu zich de kots uit de mond. J.M., de tiran naast God, heeft het laatste woord.

Zou het voetbal nog enige troost kunnen bieden? Nee! Stel je maar eens voor dat je fan van de Glasgow Rangers bent. Opeens zitten Dick Advocaat en Jan Wouters naast elkaar in de dug-out. Assistenten van elkaar. Oude mannen met meer wind dan swing in de heupen. Twee door verraad, verdriet en misverstanden geteisterde hoofden. Vensterbankplanten van een leven zonder lach, zonder opwinding, zonder hoop. Reuma in de ziel. Het schrale hoofd kaal van weemoed.

Doe mij dan toch maar Mario Cipollini, desnoods in de Giro.