Cézanne blijft in Kunsthal

Een Franse rechter heeft beslag gelegd op een werk van Paul Cézanne, dat deel uitmaakt van de Gustav Rau-tentoonstelling. Het schilderij mag daarom niet reizen en blijft nu in de Rotterdamse Kunsthal.

Het gedwongen verblijf van een meesterwerk van Paul Cézanne in Rotterdam krijgt wellicht een mooie draai. Aanstaande maandag reist de tentoonstelling Meesterlijk verzameld (de collectie-Rau) van de Rotterdamse Kunsthal door naar Keulen. Op last van de rechter blijft het schilderij De zee bij l'Estaque, dat deel uitmaakt van de expositie, achter in Rotterdam. De Amsterdamse advocaat van de Kunsthal H.F. Doeleman stelt voor dat de Kunsthal het topstuk mag tentoonstellen zolang het beslag duurt. Dat kan nog wel even duren en Cézannes zijn zeldzaam in Nederland.

De eerste zorg van de Kunsthal is intussen de verzekering van het kostbare schilderij, die wegvalt bij de verhuizing van de expositie. Daarvoor wil Doeleman nu snel overleg tussen de drie betrokken partijen: de Kunsthal als `derdebeslagene'; de eigenaar van de Cézanne, de bejaarde Duitse filantroop en verzamelaar dr. Gustav Rau; en de beslagleggers, de erfgenamen van de in de oorlog beroofde Parijse galeriehouder Josse Bernheim. De Kunsthal realiseert zich dat het een zorgplicht heeft voor het kostbare werk, maar staat als derde geheel buiten het onderliggende geschil en wil dus een voorziening.

De eigenlijke rechtszaak is op 26 januari aanhangig gemaakt bij een rechtbank in Parijs. Drie kleinkinderen van Bernheim stellen dat de Cézanne hun toebehoort. Pas door raadpleging van het Art Loss Register kwamen de nazaten op het spoor van het verloren kunstwerk, dat in de oorlog ontvreemd zou zijn door een beheerder en in 1981 door Rau werd gekocht op een veiling bij Sotheby's in Londen.

Juridisch van belang is dat de Cézanne ten tijde van de veiling al getoond was op een expositie in een algemeen bekende plaats als het Metropolitan Museum in New York (1960). Het Art Loss Register dateert van 1991. Na de aanschaf door Rau is het doek onder meer nog te zien geweest in de Royal Academy in Londen (1995-96). Waren de Franse nazaten niet rijkelijk laat toen zij vorig jaar in Parijs beslag op de Cézanne lieten leggen, toen de expositie daar in het Palais de Luxembourg te zien was?

Het Franse beslag was geen belemmering voor transport van het stuk naar de tentoonstelling in de Kunsthal. De vordering in Parijs is pas aanhangig gemaakt toen het doek al in Nederland was. De vraag rijst waarom een Nederlandse beslagrechter boodschap zou hebben aan een Franse rechtszaak van Franse erfgenamen tegen een Duitse kunstbezitter die zijn collectie heeft ondergebracht in stichtingen in Zwitserland en Liechtentein terwijl het gaat om een roof die op Franse bodem heeft plaatsgevonden. Het zogeheten EG-Executieverdrag, waarbij zowel Frankrijk als Nederland partij zijn, maakt dit echter mogelijk.

Er zijn weinig precedenten van een buitenlands beslag op een stuk in een belangrijke internationale tentoonstelling. In 1997 werd op verzoek van nazaten van de oorspronkelijke Oostenrijkse eigenares beslag gelegd op schilderijen van Egon Schiele uit het bezit van de Weense Leopold-stichting op een expositie in het Museum of Modern Art (MOMA) in New York. Het MOMA vreesde dat veel Europese schilderijen nooit meer zouden worden uitgeleend aan een Amerikaans museum en slaagde erin de rechter te overtuigen het beslag op te heffen.

Moet de Kunsthal dat nu ook niet proberen? Advocaat Doeleman is niet optimistisch: de rechter zal in het algemeen slechts tot opheffing overgaan indien voor iedereen duidelijk is dat de hoofdvordering zal worden opgeheven. Dat gebeurt niet snel.