Brahms danst, Lalo dartelt

Met de Nationale Dodenherdenking nog maar een half uur achter de rug, moest het Rotterdams Philharmonisch Orkest haar reguliere concert in De Doelen gisteravond wel beginnen met een passend ingetogen werk. Het officiële Rotterdamse herdenkingsconcert werd dit jaar in de belendende Jurriaanse Zaal verzorgd door de Griekse zangeres Maria Farandouri, die de Mauthausen-cyclus van Mikis Theodorakis vertolkte.

Het Adagio voor strijkorkest Les fleurs pâles du souvenir van de Belgische componist Guillaume Lekeu (1870-1894) is een melancholiek, soms bijna letterlijk op Wagner geënt werk (Lekeu viel van bewondering flauw in Bayreuth), dat desondanks kleurloos blijft aandoen. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest heeft in alom bejubelde uitvoeringen van Wagners Tristan und Isolde en Parsifal een indrukwekkend stijlgevoel opgebouwd voor het laatromantisch idioom waarvan Lekeu zich met gulle hand bediende. Iets van de glans die Sir Simon Rattle eerder dit seizoen uit het orkest toverde, bleef ook in dit werk behouden. Werkelijke vervoering bleef onder de ingetogen leiding van Philippe Herreweghe echter uit, zodat eigenlijk alleen de lange en fraaie soli van concertmeester Gerard Hettema en solocellist Marien van Staalen rechtvaardigden dat juist met dit werk werd begonnen.

De op helderheid en precisie gerichte symfonische aanpak van Herreweghe kwam beter tot zijn recht in Brahms Eerste serenade. Met strakke hand, kleine pasjes en uitnodigende gebaren ging Herreweghe hier voor in een soms dansende, dan weer marcherende uitvoering, waarbij hij in de opbouw van het werk de kracht van beheersing bewees. Haar expressieve lading ontleende deze uitvoering echter niet zozeer aan de structuur, als wel aan de wisselwerkingen tussen de stemmen en de liefdevolle manier waarop Herreweghe elke orkestgroep de kans bood op eigen merites te schitteren.

Anders dan in Brahms' Serenade, zijn in het Celloconcert van Édouard Lalo behalve exactheid, verfijning en stijlgevoel ook rauw temperament en een macho-achtig ongebonden, gedecideerde invulling van de frasering bepalend. Aan cellist Pieter Wispelwey bleken Lalo's fado-achtige uithalen zeer besteed. Terwijl hij in het ongrijpbaar dartele, folkoristische Intermezzo wondertjes van subtiliteit in de stokvoering bereikte, maakte Wispelwey de maatstrepen vloeibaar door middel van minieme finesses in de timing en kwam Lalo in felle kleuren tot leven, als onder een blakerende, Spaanse zon.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Philippe Herreweghe m.m.v. Pieter Wispelwey (cello). Werken van Lekeu, Lalo en Brahms. Gehoord: 4/5 De Doelen, Rotterdam. Herh.: 6/5, aldaar. Radio 4: 6/5, 14.15 uur.