Bier en sigaretten

DE NEDERLANDSE JEUGD is tevreden over het bestaan, maar leeft ongezond. Jongeren zijn te dik, ze drinken stevig en ze paffen er lustig op los, blijkt uit een onderzoek van het CBS. Op het eerste gezicht is sprake van een welvaartsverschijnsel. Jongeren beschikken over voldoende geld en vrije tijd om zich van uiteenlopende genotsmiddelen te voorzien. Het is ook een kwestie van jongerencultuur en groepsgedrag, waaraan de tabaks- en de drankindustrie met hun publiekscampagnes op alle mogelijke manieren bijdragen.

De effecten van het drankgebruik, in hoofdzaak bier, waren maandag zichtbaar in Amsterdam. Dat de boel zó uit de hand liep, had mede met de alcoholconsumptie te maken. Maar niet alleen Koninginnedag is voor veel jongeren een welkome aanleiding om het eens flink op een drinken te zetten. De drankindustrie, de bierbrouwers voorop, moet zich hiervan rekenschap geven en overgaan tot een actiever beleid om drankgebruik onder jongeren te ontmoedigen. De oubollige kreet `geniet, maar drink met mate' maakt geen enkele indruk, zeker niet op jongeren die juist mateloos zijn in genieten. Campagnes kunnen veel doelgerichter zijn – en niet wegduiken voor de sociale vraagstukken die met grootschalig drankgebruik gepaard gaan.

De grote drankconcerns moeten beducht zijn dat ze niet in dezelfde hoek terechtkomen als de tabaksindustrie. Deze heeft zich jarenlang verzet tegen iedere vorm van matiging. Ze bestookte regeringen met lobby's en deinsde er zelfs niet voor terug om wetenschappelijke studies naar de gezondheidseffecten van nicotine te manipuleren. Nu zijn de sigarettenfabrikanten in het defensief gedrukt door juridische acties van nicotineverslaafden en zijn strengere overheidsmaatregelen tegen roken aan de orde van de dag.

DE WERELD Gezondheidsorganisatie (WHO) heeft deze week in Genève onderhandeld over een verdrag om roken aan banden te leggen, dat in 2003 in werking moet treden. Onder leiding van de Noorse secretaris-generaal Gro Brundtland heeft de WHO van de antitabakscampagne een speerpunt van het beleid gemaakt. Van twee kanten staan de voorstellen onder druk: de antirooklobby vindt dat de plannen lang niet ver genoeg gaan, de tabaksindustrie probeert zoveel mogelijk maatregelen tegen te houden. Ook sommige landen zijn terughoudend. Een algeheel verbod op reclame is voor de Verenigde Staten onaanvaardbaar omdat het indruist tegen het grondwettelijke recht op vrije meningsuiting.

Brundtland verdient alle steun. Ze heeft bereikt dat de tabaksindustrie eindelijk erkent hoe verslavend en schadelijk voor de gezondheid roken is. Vooruitlopend op een internationaal verdrag moet Nederland niet schromen zelf maatregelen te nemen om roken én drinken drastischer te ontmoedigen dan tot nu toe het geval is. Het komt de gezondheid van jongeren alleen maar ten goede.