Wapenfeiten van een kunsthandelaar

Edward Speelman, de Londense kunsthandelaar van Nederlandse familie, die in 1994 op 84-jarige leeftijd in Lausanne overleed, moet een charismatische persoonlijkheid zijn geweest. In de inleiding van de catalogus bij de kleine tentoonstelling van negentien werken uit zijn privécollectie die nu is te zien in het Haagse Mauritshuis, haalt Christopher Brown, nu directeur van het Ashmolean Museum in Oxford, herinneringen op aan de man die hem dertig jaar geleden, tijdens rondleidingen in de National Gallery van Londen, wegwijs maakte in de Hollandse en Vlaamse schilderkunst. Hij beschrijft Speelmans wapenfeiten op de kunstmarkt, vooral als intermediair voor de schatrijke Londense projectontwikkelaar Harold Samuel die zijn buitenhuis tot iedere prijs wilde versieren met een collectie Hollandse schilderijen.

In 1963 verwierf de kunsthandelaar in New York voor Samuel een Luitspeler van Frans Hals voor het destijds ongehoord hoge bedrag van 600.000 dollar. Brown schrijft dat Speelman direct na deze opzienbarende transactie `volkomen onaangedaan' naar de paardenrennen ging, en vervolgt, met een mengeling van bewondering en ironie: `Onnodig te zeggen dat Speelmans paard Blanc-Blue won'. Misschien typeert de anekdote degene die haar opdist nog wel meer dan de hoofdpersoon zelf, maar het beeld dat erdoor van Speelman als gentleman-kunst-

handelaar ontstaat, past wonderwel bij de schilderijen uit diens verzameling.

In de wereld van Guus Geluk bestaat immers geen twijfelachtig knoeiwerk, zijn tweederangs kunstenaars afwezig, en horen rommelige tafereeltjes niet thuis. De privécollectie van Speelman – die na diens dood grotendeels in bruikleen is gegeven aan de National Gallery in Washington – bestaat vrijwel geheel uit werk van Hollandse en Vlaamse schilders uit de 16de en 17de eeuw. Maar de genrestukjes die uit die tijd zo worden gewaardeerd, ontbreken hoegenaamd – en zelfs de Dobbelaars voor een taveerne van de Antwerpse schilder David Teniers en een tafereel van kolfspelers op het ijs van Hendrick Averkamp tonen heldere composities met figuren van een bijna klassieke allure.

Edward Speelman zocht het blijkbaar in de overzichtelijkheid en in de aantrekkelijkheid van aandachtige bestudering van textuur, details en atmosferisch effect. Niet voor niets is geen enkel van de werken in de tentoonstelling geschilderd op doek: de dragers zijn houten panelen, koper en, zoals in een landschap van de 16de-eeuwse schilder Hans Bol, perkament. Zulke materialen staan garant voor harde, gladde oppervlakken die de schilder in staat stellen glanzende kleuren te creëren en met een fijn penseel alle details minutieus weer te geven. Bol zag bijvoorbeeld kans om in zijn werkje van nog geen vijftien centimeter hoog, een wijds uitzicht op een berglandschap te schilderen, met minuscule huisjes en een verbluffende hoeveelheid figuurtjes en andere details.

In andere werken is de menselijke activiteit juist afwezig of van ondergeschikt belang. Het strak en koel geschilderde interieur van de Pieterskerk van 's-Hertogenbosch van de hand van Pieter Saenredam, of de schepen op een kalm water van Willem van de Velde de jonge sorteren, ook door de piekfijne staat waarin alle schilderijen uit de collectie verkeren, bij uitstek een voornaam effect. Een werk dat ook al zo prachtig aansluit bij het gereserveerd-aristocratische beeld dat Christopher Brown in zijn typering van Speelman oproept, is een schilderij van Jan van der Heyden. Het stelt een op een Amsterdamse gracht geïnspireerd fantasiestadsgezicht voor. De gevels van de grachtenhuizen zijn rijk en op het protserige af gedecoreerd, maar gaan grotendeels schuil achter de kruinen van de hoge groene bomen op de kade.

Een werk dat het allemaal nog eens samen lijkt te vatten, is het kleine schilderij dat Sally Speelman na het overlijden van haar echtgenoot schonk aan het Mauritshuis. Het is in 1705 voltooid door de Zeeuwse schilder Adriaen Coorte, en stelt een stilleven voor dat bijna niet simpeler kan: een half pond wilde aardbeien met daartussen een wit bloemetje, tegen een donkere achtergrond. Maar juist de eenvoud van de nauwkeurig geobserveerde en subtiel belichte rode vruchtjes steekt ontroerend af tegen de uitbundige bloemstillevens waarvan er elders in de tentoonstelling ook een paar hangen. Wie of wat Edward Speelman in werkelijkheid ook geweest moge zijn, deze bescheiden tentoonstelling is in elk geval een passende hommage aan een kunsthandelaar met een uitstekende neus voor kwaliteit.

Tentoonstelling: Te mooi voor de handel; uit de privé-collectie van Edward en Sally Speelman. Mauritshuis Den Haag. T/m 22/7. Catalogus (Engelstalig): 56 blz., ƒ55,00.