Wachten op de vogel

Wat gebeurt er eigenlijk in die gedichten van Jacques Prévert? Op het oog heel veel maar eigenlijk ook bijna niets. Is het bijvoorbeeld iets om te zeggen dat twee slakken naar de begrafenis van een herfstblad gaan? Zijn dat niet gewoon twee trage, zwartige slakken in de herfst en verder niets? Misschien wel maar ze hebben toch wel `een zwart lintje om hun horentjes'. En ze zijn zo sloom die twee. Als ze aankomen is het alweer lente en dan hebben ze de pest in omdat er niets te begraven valt.

Maar daar is de zon

De zon die zegt

Neem toch even de moeite

En neem even plaats

En neem een glaasje bier

Als u dat belieft

Allemaal onzin, maar aantrekkelijke onzin. Zinnen als `Neem toch even de moeite/ en neem even plaats' zijn bijzonder genoeg om bij stil te staan. Omdat er zo curieus met het woord `nemen' wordt omgesprongen, alsof je echt hapjes en stukjes moeite en plaats zou kunnen nemen. Dat is weer de verdienste van Wim Hofman die het Nederlands hier hetzelfde maar toch iets anders laat doen als het Frans, waar staat `Prenez, prenez la peine/ La peine de vous asseoir'.

De bundel We schilderen een vogel is alweer de tweede verzameling Prévert-gedichten die Wim Hofman vertaalde en illustreerde. Hofman kan veel – geweldig goed schrijven in verschillende genres, voor kinderen en volwassenen, in proza en poëzie, tekenen en schilderen en linoleumsnijden, en dus ook vertalen. de Franse versjes rijmen over het algemeen, al maakt Prévert geen gebruik van heel keurig regelmatig rijm maar meer van verspringende en half verborgen rijmklanken. Gelukkig heeft Hofman niet geprobeerd dat precies zo na te doen, want het is wel virtuoos als iemand dat lukt, maar meestal levert het keurig op dezelfde manier metrisch en rijmend vertalen toch een eigenaardige stijfheid op die in het origineel ontbreekt. Hofman maakt veel gebruik van assonanties en binnenrijmen en soms rijmt hij gewoon even niet, maar altijd heeft hij op de klank gelet.

Het titelgedicht is misschien wel het bijzonderste gedicht van de bundel. het is een gedicht dat helemaal gaat over het maken van kunst, meer in het bijzonder over het maken van een schilderij – maar in zekere zin gaat het daardoor ook over wat er in een gedicht kan gebeuren. Het begint met `Eerst schilderen we een kooi/ met het deurtje open'. Dan schilderen we `iets leuks' voor `de vogel'. Welke vogel? Er is geen vogel immers, er is alleen nog maar een schilderij. Dat zetten we `in een tuin/ in een bos/ of in een woud' en dan maar wachten. Op `de vogel'. 'Soms komt de vogel snel/ maar het kan ook jaren duren/ voordat hij zover is'. We moeten wachten, desnoods jaren. Stel dat de vogel komt, dan wachten we tot hij de kooi ingaat. Dat die kooi geschilderd is, maakt de vogel blijkbaar niets uit. Maar ons wel. Want dan

sluiten we zachtjes met ons penseel het

deurtje

en dan

wissen we de tralies uit een voor

een zorgen ervoor geen veertje van de

vogel te raken

en dan schilderen we de boom voor de vogel en als de vogel dan zingt dan is het een goed schilderij. Een hoofd raakt aan het tollen door dit wonderlijke spel met verf en werkelijkheid, een spel dat alleen in woorden gespeeld kan worden. Prachtig.

Jacques Prévert: We schilderen een vogel. vert. Wim Hofman. Querido, 40 blz. ƒ28,50

Nederlandse literatuur