Waar was jij tijdens de oorlog, zwijn?

Berlin en The Fall zijn twee boeken van de hand van de Amerikaanse striptekenaar Jason Lutes. Berlin is het eerste deel van een drieluik over het Duitse interbellum, The Fall een kort misdaadverhaal, dat tegelijkertijd uitkomt. De verbindende factor is Lutes' prachtige, ingetogen vertelstijl die zowel geschikt is om de geschiedenis tot leven te wekken als om suspense te creëren.

Tot twee keer toe stopte Jason Lutes (1967) met het tekenen van strips. De eerste keer omdat hij ging studeren, de tweede keer uit teleurstelling over de banale wereld van Amerikaanse mainstreamstrips. Lutes is dan ook een van de duidelijkste voorbeelden van de scherpe tweedeling tussen kwaliteits- en pulpstrips die zich op dit moment aftekent. Zowel inhoudelijk als stilistisch staat hij mijlenver af van de ongeloofwaardige `comics' waar Amerika om bekend staat. Waar de superheldenauteurs experimenteren met nieuwe conventies om `actie' via een stilstaand, maar wild getekend beeld weer te geven, kiest Lutes in Jar of Fools en zijn nieuwste boeken voor sober en intiem drama in klare-lijnstijl. In een vast stramien van overzichtelijke kaders laat hij zijn personages van vlees en bloed acteren. Soms valt er een stilte, is de conversatie eigenlijk niet interessant (maar tegelijkertijd wel veelzeggend), of loopt iemand eenzaam over straat terwijl hij nadenkt.

Dat Lutes een van de meest gewaardeerde tekenaars van de serieuze Amerikaanse strip is, dankt hij aan zijn eerste boek Jar of Fools (1995). De wijze waarop hij in een traag, weloverwogen ritme scènes over een goochelaar, een kruimeldief en zijn dochter en een depressieve jonge man in beeld bracht, werd alom geprezen. In de gebundelde uitgave van Berlin – zoals gebruikelijk in Amerika voorgepubliceerd in losse deeltjes – maakt hij gebruik van dezelfde stijl. Het verschil met Jar of Fools is het ambitieuze onderwerp, namelijk de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. In het eerste boek van dit drieluik (september 1928 tot mei 1929) maken we kennis met de kunstacademiestudente Marthe Müller en de journalist Kurt Severing. Ze ontmoeten elkaar in de trein naar Berlijn. Zij is opgewonden over het vooruitzicht van de grote stad, hij heeft net onderzoek gedaan naar een geheim vliegveld, waar de Duitsers hun luchtmacht opbouwen. Voordat de twee iets met elkaar krijgen, volgen we hun levens in het roerige Berlijn van het interbellum.

Via Marthe maken we kennis met experimenterende kunstenaars en de wereld van de huurkazernes waar zij woont. Via de linkse intellectueel Kurt volgen we de politieke chaos waarin Duitsland na de verloren oorlog verzeild raakte. Op de achtergrond speelt voortdurend het conflict tussen de communisten en nationaal-socialisten. Een college over perspectief, dat door de schilders, die liever willen werken in de stijl van Franz Masereel (van wie een boekje in de pauze wordt besproken), wordt gevolgd door Kurt die verslag moet doen van een roerige partijbijeenkomst waar nationaal-socialistische knokploegen de orde verstoren.

De decadente kunstwereld en de politieke tegenstelling zijn twee standaardthema's die velen te binnenschieten bij het vooroorlogse Duitsland, maar Lutes is subtieler. Het is bijna ondoenlijk het web van relaties dat Lutes gebruikt om de spanning van het vooroorlogse Berlijn op te roepen, kort weer te geven. Qua vertelstructuur lijkt Berlin namelijk op de filmcyclus Heimat van Edgar Reitz. Net als in die film krijgen de bijpersonages allemaal hun eigen hoofdstuk, waardoor een fraai en veelomvattend mozaïek ontstaat. Bovendien heeft Lutes werk gemaakt van de documentatie. De feiten kloppen, de beelden zijn overtuigend en hij kiest interessante gebeurtenissen uit, zoals de presentatie van de Graf Zeppelin (die natuurlijk wordt verstoord door een ruzie tussen communisten en aanhangers van de `dolkstoot-theorie': `Von Hindenburg heeft het bloed van de oorlog aan zijn handen.' `Waar was jij tijdens de oorlog, bolsjewistisch zwijn?') en een bijeenkomst ter nagedachtenis van de communiste Rosa Luxemburg.

Toch zijn die spektakelscènes zeldzaam, want Lutes concentreert zich vooral op het weergeven van het dagelijks leven van de Duitsers in die tijd. En met een verbazingwekkend inlevingsvermogen weet hij het interbellum weer tot leven te wekken. Af en toe verlaat hij het realisme als zich iets bijzonders voordoet. Als Marthe en Kurt elkaar voor het eerst kussen, volgt een sequentie van semi-abstracte beelden, eindigend met twee silhouetten die tien centimeter boven de grond zweven. Die poëtische momenten zijn goed gedoseerd, zodat ze verrassend en krachtig blijven en geen afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van het verhaal. Dit soort intermezzo's gebruikte Alan Moore ook al in From Hell maar vooral de verstripping van Paul Austers roman City of Glass, door David Mazuchelli staat bekend om die versmelting van realisme en de grafische mogelijkheden van de zwart-witstrip. Berlin heeft het in zich net zo'n moderne stripklassieker als die twee boeken te worden.

Omdat Berlin al eerder is getekend, maar nu pas gebundeld op de markt komt, verschijnt het aanzienlijk dunnere The Fall tegelijkertijd. Samen met scenarist Ed Brubaker (verantwoordelijk voor een aantal goede afleveringen van Batman) vertelt Lutes wederom een ingewikkeld verhaal. De tankstationbediende Kirk komt op het spoor van een moord die tien jaar geleden is gepleegd. Hij gebruikt een gevonden creditcard voordat hij het verlies meldt en wordt vervolgens gechanteerd. Tijdens het werk als tuinman dat hij moet verrichten voor Mara die van zijn diefstal weet, ontdekt hij allerlei mysterieuze aanwijzingen en gaat hij op onderzoek uit.

Hoewel The Fall inhoudelijk weinig te maken heeft met de historische roman Berlin, wordt het verhaal op dezelfde wijze verteld en ademt het dezelfde ingetogen sfeer. Al bij de eerste pagina's wordt dat duidelijk, door de efficiënte en geheimzinnige manier waarop het verleden kort wordt neergezet. Een vrouw valt van grote hoogte, dan een handtasje dat naast twee herenschoenen op de grond ligt (de moordenaar?), in drie plaatjes inzoomen op de vrouw die dood in een park ligt, gevolgd door bomen, vallende bladeren en opvliegende vogels. De sequentie eindigt bij een tuinman die bladeren aanharkt, waarna de prikkelende openingsbeelden verduidelijkt zullen worden.

De intelligente manier waarop Jason Lutes zijn stempel drukt op de heterogene genres van historische roman en kort misdaadverhaal, maken hem tot een duidelijke en interessante auteur. Zowel in The Fall als in Berlin zijn de personages uitgewerkte en geloofwaardige karakters en beide verhalen blijven onvoorspelbaar en spannend.

Jason Lutes: Berlin, City of Stones, Book One. Drawn & Quarterly, 212 blz. ƒ52,- Jason Lutes en Ed Brubaker: The Fall. Drawn & Quarterly, 48 blz. ƒ13,-

Buitenlandse literatuur