Vrijhandel en veiligheid

MET EEN SALOMONSOORDEEL is een hooglopend en principieel conflict tussen Nederland en de Verenigde Staten bijgelegd. Zakenlieden, diplomaten en politici uit beide landen konden gisteren in meer of mindere mate opgelucht ademhalen: ASML, de Nederlandse producent van machines waarmee chips worden gemaakt, mag het Amerikaanse technologiebedrijf Silicon Valley Group (SVG) overnemen onder voorwaarde dat een militair-strategisch bedrijfsonderdeel van SVG wordt afgestoten. Amerika's nationale veiligheid komt daarmee niet in gevaar – de hoofdreden die een overeenkomst lang in de weg heeft gestaan.

Nederland is een van de grootste investeerders in de Verenigde Staten. Voor ondernemingen met ambitie is het land van de onbeperkte consumptie een dankbare markt. Nederlandse firma's hebben er het afgelopen decennium voor miljarden dollars bedrijven opgekocht. Overnames in de VS leveren doorgaans geen problemen op. Bepalend zijn de beurskoers en de vraag of de betrokken bestuursvoorzitters met elkaar door één deur kunnen. Met de overneming van de Silicon Valley Group lagen de zaken gecompliceerder. ASML uit Veldhoven liep op tegen de grenzen van de vrijhandel en zag zich geconfronteerd met Amerikaans protectionisme uit welbegrepen eigenbelang. Een dochterbedrijf van de Silicon Valley Group maakt namelijk onderdelen voor spionagesatellieten. Het Pentagon verzette zich tegen overneming van SVG omdat militaire technologie zou kunnen `weglekken' naar landen en groeperingen die de VS vijandig gezind zijn. De laatste maanden is op hoog politiek en zakelijk niveau overleg gevoerd over de deal. De aanvankelijk amicale toon veranderde toen de kern van het conflict werd blootgelegd: vrijhandel versus de nationale veiligheid van de VS, zelf overigens strijder tegen protectionisme waar ook ter wereld.

DE VRIJHANDEL heeft uiteindelijk gewonnen. Dat is een goede zaak, hoewel de veiligheidsoverwegingen van de VS zonder meer legitiem waren. Door het bereikte compromis van afstoten van het militair-strategische bedrijfsonderdeel (en als dat mislukt het onder toezicht stellen hiervan door de Amerikaanse autoriteiten) is de angel uit een venijnig geschil gehaald. De kwestie moest ook niet verder escaleren. Flink wat prestige van Nederlandse en Amerikaanse ministers en een enkele EU-commissaris was er intussen mee gemoeid. De geclausuleerde overneming van de Silicon Valley Group dient verschillende doelen. Voor ASML is het af te stoten bedrijfsonderdeel minder interessant omdat het de Veldhovenaren vooral gaat om de rest van de onderneming. Die biedt toegang tot 's werelds grootste chipmaker: Intel. President Bush zelf omzeilt met dit compromis lastige vragen. De oorspronkelijke overeenkomst tussen de twee bedrijven had hem hoogstwaarschijnlijk de woede bezorgd van een machtige politieke en zakelijke lobby in Washington.

Veertien jaar geleden, onder de Republikeinse regering van president Reagan, liep een soortgelijk conflict anders af. Toen verbood Washington de overname van de Amerikaanse chipmaker Fairchild door het Japanse Fujitsu. Ook toen waren, naast de angst voor Japanse overheersing van het Amerikaanse bedrijfsleven, vrijhandel en nationale veiligheid de inzet. President George W. Bush handelt anders dan zijn partijgenoot Ronald Reagan destijds. Hij geeft er een hoopgevend signaal mee af.