Tapdansen op Wehrmachtlaarzen

Het Amerikaanse publiek gilt van het lachen om Hitler bij de musical `The Producers'. Een enkele Europeaan heeft bedenkingen.

The Producers is sinds twee weken de musical die iedereen in New York wil zien. Mel Brooks heeft zijn gelijknamige film uit 1968 verbouwd tot de meest daverende hit sinds The Lion King en Phantom of the Opera. Concurrerende theaters aan de overkant van de straat hebben kassa's verhuurd aan het St James Theatre om de stroom te helpen verwerken. Wie nu voor 100 dollar een kaartje koopt mag het wonder over een jaar aanschouwen.

Het was dus met een zekere tevredenheid dat ik me op mijn stoel op het zijbalkon installeerde naast de Argentijnse die op straat het kaartje van haar afwezige vriend had verkocht, voor half geld wegens beperkt zicht. Een uitverkochte show over slechte showbusiness, dat beloofde wat.

De louche producer Max Bialystock (`I used to be the king of Broadway') danst en zingt vanaf de eerste minuut een vrolijk eind weg. Op de gevel van zijn theater in de knipperende lichtbak zijn laatste mislukking: Funny Boy, de Broadway-bewerking van Hamlet. Kosten noch moeite zijn gespaard, de actie is snel, de ondersteunende acteurs wervelen zingend en dansend over het toneel, de decorwisselingen zijn rap, de overgangen tussen de scènes lopen gesmeerd.

Het verhaal is niet ingewikkeld: de losse opmerking van Bialystocks jonge accountant Leo Bloom dat een goed gefinancierde flop meer geld opbrengt dan een succes waarin iedereen mee deelt, leidt tot een stroomversnelling van absurde gebeurtenissen. Eerst wordt een rondborstige Zweedse secretaresse aangenomen die alles kan behalve Engels. Dan begint de zoektocht naar een echt slecht stuk. Het wordt gevonden bij een verstokte nazi in Greenwich Village, die acht duiven met swastika-vleugelbandjes heeft gedresseerd om met hem het bruine repertoire te zingen. Zijn Springtime for Hitler, geregisseerd door een mallotige drag queen, moet borg staan voor een première die tevens de laatste avond is. Bialystock verleidt zijn vaste harem gefortuneerde oudere dames om de benodigde dukaten bij elkaar te brengen die een finale vlucht naar Rio mogelijk maken.

En dan volgt het hart van The Producers, de opvoering in de opvoering van `Springtime for Hitler, de nieuwe neo-nazi musical'. Hitler breekt zijn been en de edelnicht annex regisseur neemt de rol over. De Führer kan niet meer kapot. In de film, die hoofdrolspeler Zero Mostel destijds een Oscar opleverde, reageerde het publiek eerst geschokt om gaandeweg steeds ongeremder enthousiast te zijn over de doldoorgevoerde idioterie. In de Broadway-zaal heeft het echte publiek die overgangstijd niet nodig. Vrijwel vanaf de eerste minuut slaat de lach van de stalles over naar het eerste balkon en terug.

Edelkitsch

Dirndls, Pretzels und Bratwurst, de edelkitsch golft over het toneel, tapdansen op Wehrmachtlaarzen, SS-can can met bierpullen, het kan niet op. Het Amerikaanse publiek slurpt de opeenvolging van komische vondsten en Hitler-varianten op als een dubbele latte met abrikozenslagroom. En ik voel me steeds ongelukkiger worden. De Argentijnse naast mij is de enige andere toeschouwer in zicht die onbewogen blijft: ,,Amerikanen maken alles vulgair'', slist zij. De zaal hinnikt van het lachen. De tekstgrappen in de twee oude en vijftien nieuwe songs die Brooks voor de musical-versie heeft geschreven, liggen er dik genoeg bovenop om niemand te ontgaan.

Met de twee mislukte theaterondernemers loopt het anders af dan in de film, maar wel goed. Recensenten erkennen dat het laatste halfuur (na Hitler) wat gezocht blijft, maar zwaaien Mel Brooks en zijn acteurs (Nathan Lane als Max Bialystock en Matthew Broderick als zijn compagnon Bloom) de hoogste lof toe. The New York Times juicht dat alle remmen los zijn in dit `Amerikaanse antwoord op de commedia dell'arte', schijnbaar uit de tijd dat je nog grappen mocht maken over zwarte Ierse politiemannen, homoseksuelen, joden en nazi's: ,,Schrille stereotypen worden opgeblazen tot buitenmaatse komische archetypen''.

John Lahr schrijft in The New Yorker dat de musical weer heeft gevonden wat men vreesde dat nooit meer terug zou komen: plezier. ,,Brooks zet hier wreedheid om in travestie, met een fantastisch corps de ballet dat de benen hoog zwaait in swastika-formatie, zingend tot `ev'ry hotsy totsi nazi'.'' USA Today concludeert dat de beste avond uit op Broadway nu `deze op het Derde Rijk geïnspireerde slapstick van een joodse zeventiger is'.

Daar sta je dan, buiten een theater dat gonzend van tevredenheid uitgaat, waar zich later op de avond nog steeds rijen minder gelukkigen hebben gevormd, die misschien in februari 2002 naar binnen mogen. Ik realiseer me dat ik niet geamuseerd ben door de Hitler- (en de homo-)humor, die veel sterker is aangezet dan in de film. De satire is harder en de lach is vetter. Het hout waarvan de planken in de Broadway-productie worden gezaagd is aanzienlijk dikker. De film had destijds kwaliteiten die verwantschap vertoonden met een klassieker als The Ladykillers; Gene Wilders naïeve accountant kon een neef zijn van Monsieur Hulot.

Destijds was niet iedereen even opgetogen over de film. New-Yorkse critici als Pauline Kael, Stanley Kaufman, Renata Adler en Andrew Sarris waren niet lovend. Sommigen vonden de joodse show business-humor niet geschikt voor een film. Brooks moest op het laatste moment toegeven aan de pressie van zijn distributeur en de film een andere titel geven dan, u raadt het al, Springtime for Hitler. De filmkomiek Peter Sellers vond The Producers zo mooi dat hij later nog rondliep met het idee een soort vervolg te maken, waarin de 90-jarige Hitler wordt achtervolgd van de Zuid-Amerikaanse jungle tot op het toneel van de Royal Albert Hall.

Grappen maken over Hitler mag, dat is wel het minste dat de man heeft verdiend. Waarom dan mijn ontreddering? Michael Berenbaum is directeur van Steven Spielbergs Shoah Foundation, die in 26 talen getuigenissen van meer dan 50.000 overlevenden in 36 landen op de band heeft vastgelegd. Hij geldt als een van Amerika's meest vooraanstaande kenners van de holocaust. Berenbaum heeft de musical nog niet gezien, maar hij kan zich mijn reserve wel indenken: ,,Ik was destijds minder weg van de film dan veel van mijn vrienden. Ik vond dat je over zo'n sonovabitch geen lol maakt. Wat zich hier misschien ook wreekt is de afstand – voor de meeste Amerikanen is de Europese ervaring ver weg. Europeanen voelen dit anders. Humor is overigens een veelgebruikt instrument onder slachtoffers van de holocaust. Ik herinner me dat ik als vijftienjarige dagboeken van slachtoffers las en mezelf haatte als ik grinnikte om de humor die zij opbrachten te midden van zoveel weerzinwekkends. Zoals van dat jongetje in een Pools getto dat wordt gevraagd: wat zou je wensen als je de zoon van Hitler was? Hij kon al het moois op aarde wensen, maar hij zei: `Dat ik wees was.' Humor verbergt woede, humor is een wapen van slachtoffers om de werkelijkheid aan te kunnen.''

Chaplin

Aan het US Holocaust Museum in Washington is Arthur Berger verbonden, die in een eerder leven in Nederland werkte als cultureel attaché van de Amerikaanse ambassade. Hij zegt: ,,Amerikanen maken grappen over alles. Zelfs Amerikaanse joden, die familieleden in de holocaust hebben verloren – dat geldt ook voor mijn familie – zien geen bezwaar tegen holocaust-humor. Brooks maakt Hitler net zo belachelijk als Chaplin probeerde in The Great Dictator. Chaplin hoopte dat de mensen hem daarom niet meer serieus zouden nemen – een vergissing natuurlijk. Je mag aannemen dat het voor Brooks ook een uitermate serieus onderwerp is. Maar hij maakt er slapstick van. Misschien hebben de mensen op Broadway zich niet eens gerealiseerd waar het over ging.''

Volgens Berger is er sprake van een cultuurverschil. Amerikanen zijn niet vlug beledigd door zieke humor, zegt hij. ,,Ik weet dat Nederlanders ook gevoel voor humor hebben, zeker vergeleken met Fransen. Maar zo ver als Amerikanen gaan... President Bush maakte vorige week op het jaarlijkse diner voor Witte Huis-correspondenten een serie grappen waarbij hij het foto-album van de familie projecteerde, onder andere met zijn broer Jeb [gouverneur van Florida, MC] als vierjarig, naakt jongetje. Zou de koningin of enig ander Europees staatshoofd dat doen?''

Het Holocaust Museum, dat sinds de opening in 1993 zestien miljoen bezoekers heeft ontvangen, zou The Producers niet binnen zijn muren halen. Twee weken geleden werd er wel een musical over het leven van Charlotte Salomon uitgevoerd, die met veel succes een tijd in Philadelphia te zien was geweest. En eerder deze week ging er de film Conspiracy in oostkust-première, een productie van het filmkanaal HBO.

Conspiracy is een reconstructie van de Wannsee-conferentie van 20 januari 1942. Op die dag kwamen op het landhuis buiten Berlijn vijftien vooraanstaande figuren uit nazi-Duitsland bijeen om `het joodse vraagstuk' te bespreken. Onder de doelbewuste leiding van Reinhard Heydrich (gespeeld door Kenneth Branagh) werd het plan voor de Endlösung vastgesteld. Diverse `deskundigen' waren het in onderdelen niet eens met het drastische voorstel dat op tafel lag. De film laat zien hoe zij hun geweten, menselijkheid en gezond verstand geleidelijk laten wegetsen door Heydrich en zijn kompaan Adolf Eichmann. Wanneer de realiteit van het plan te dichtbij komt, onderbreekt de voorzitter voor drank, spijs en een persoonlijk gesprekje.

Het première-publiek is na afloop op een goede manier stil. Geen vragen, wel waardering. Bestuursvoorzitter rabbi Greenberg van het museum had al gewezen op het unieke karakter van de Wannsee-vergadering. In twee uur werden de industriële en bureaucratische voorwaarden voor de massa-vernietiging gedefinieerd. Regisseur Frank Pierson heeft `de banaliteit van het kwaad' willen laten zien.

Voor Michael Berenbaum biedt de avond een weerzien met het museum dat hij tien jaar lang hielp opzetten. Hij was als adviseur verbonden aan het filmproject, om over historische zuiverheid en goede smaak te waken, vertelt hij. ,,Mij hadden ze daarvoor niet nodig. Daar was iedereen veel te zorgvuldig voor. Ik hoop dat deze film een toneelstuk wordt. Dit is een goed voorbeeld van mijn stelling dat je bij holocaust-thema's geen drama hoeft toe te voegen. Het drama vertelt zichzelf. Verbeter het niet, tracht hoogstens vroedvrouw te zijn.''

De musical The Producers heeft ruim 10 miljoen dollar gekost, de film Conspiracy 9 miljoen. De film lijkt qua benadering het lijnrechte tegendeel van de musical. Ernstige, historische reconstructie versus ver doorgevoerde ridiculisering. Kan het alle twee? Arthur Berger: ,,Brooks maakt Hitler, niet de slachtoffers belachelijk. Is Nederland met zijn reality shows niet nog een stap verder gegaan?'' Michael Berenbaum: ,,Ik weet niet of The Producers over de holocaust gaat. Misschien gaat het wel over Amerika.''

De Europese opvoeringsrechten van `The Producers' zijn verworven door Joop van den Ende. Hij overweegt een Duitse versie van het stuk te brengen in zijn theater in Berlijn. De film `Conspiracy' is in september te zien bij de BBC.

[streamliners] Het Amerikaans publiek gilt van het lachen om Hitler bij de musical 'The Producers'. Een enkele Europeaan heeft bedenkingen.

Amerikanen zijn niet vlug beledigd door zieke humor