Shell moet op zijn tellen passen

Mark Moody-Stuart, de topman van Shell, zegt dat hij geen belangstelling heeft voor deals die niet strikt noodzakelijk zijn. Dat is geruststellend. Het op één na grootste beursgenoteerde olieconcern is de laatste tijd op het overnamepad. Het probleem is dat Moody-Stuart volgende maand terugtreedt, en met hem verdwijnen wellicht de financiële discipline en bezuinigingsdrift die zijn termijn als bestuursvoorzitter gekarakteriseerd hebben. Zijn opvolger, Phil Watts, heeft al drie van de agressievere deals van dit jaar gesteund.

Shell heeft beslist genoeg geld om een snellere groei te financieren. Hoge olie- en gasprijzen hebben de winst in het eerste kwartaal voor de vijfde opeenvolgende keer naar recordhoogte gestuwd. De vraag is hoe het concern de bijna vijf miljard dollar aan kasgeld gaat herinvesteren die nu op de balans staat. Dit jaar heeft Shell tot nu toe zes deals nagestreefd, die op zichzelf geen van allen groot zijn en ook niet allemaal zullen doorgaan. Maar bij elkaar gaat het toch om een flink bedrag, en ze lijken allemaal duur. Het huidige bod van twee miljard dollar, dat Shell op Barrett Resources heeft uitgebracht, houdt bijvoorbeeld een waardering van ongeveer 9 dollar per vat (olie-equivalent) in voor het Amerikaanse gasbedrijf. Dat ligt al een eind hoger dan het bedrijfstakgemiddelde van 7,70 dollar dit jaar, en kan nog hoger uitkomen.

Beleggers moeten ook op andere alarmsignalen letten. De OPEC heeft zijn productiediscipline laten verslappen en grotere Amerikaanse voorraden hebben de vraag ondermijnd. Beide ontwikkelingen hebben hun weerslag op de olieprijs. De bezuinigingsmogelijkheden van Shell zorgen er meestal voor dat de aandelenkoers buiten schot blijft als de olieprijzen dalen. Maar dat zou deze keer wel eens anders kunnen zijn als Shell echt in een nieuw tijdperk is beland van hogere groeicijfers, maar lagere winsten.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld