Perzikhemd en zijn nakomelingbezorger

Lulu Wang (Peking, 1960) kwam in 1986 aan in Nederland en leerde verbluffend snel Nederlands. Haar debuut Het lelietheater (1997), over een opgroeiend meisje in China, verscheen in 14 landen en er werden 550.000 exemplaren van verkocht. Reinjan Mulder schreef in zijn recensie in deze krant dat het een van de wonderlijkste boeken was die hij ooit had gelezen. Er stonden lelijke, ontsierende zinnen in, maar ook de prachtigste zinnen. `Mijn taal is als een mooie halfbloed, als een kind van een Chinese en een Nederlandse ouder, waarin de mooie kanten van beide culturen zijn gecombineerd,' zei Lulu Wang in een interview met NRC Handelsblad.

Waren de lelijke zinnen slechts schoonheidsfoutjes en kon Wang, dankzij haar Chinese achtergrond de Nederlandse taal verrijken? Helaas, met haar tweede boek, Het tedere kind, over een vrouw in China die als baby door haar vader is verkracht, ging het helemaal mis. Wang zou, zo schreven de kranten, het incestthema misbruikt hebben om een pornografisch verhaal te vertellen vol onverteerbaar slecht proza. Wat was er gebeurd? Had de schrijfster te veel sterallures gekregen? Had uitgeverij Vassallucci haar te veel de vrije hand gegeven?

Iedere schrijver verdient een nieuwe kans. Nu is er Seringendroom, het vervolg op Het lelietheater. We volgen daarin de 17-jarige Dingxiang, een meisje dat zeer hoge resultaten scoort tijdens haar staatsexamen. Ze wordt toegelaten op de Universiteit van Peking, waar ze met medestudenten discussieert over diverse onderwerpen, variërend van Mao en het Westen tot de Franse en de Engelse literatuur. Ook wordt ze verliefd op een man wiens naam ze aanvankelijk niet kent; ze noemt hem `Perzikhemd'. Dingxiang worstelt met de traditie: moet zij toegeven aan de liefde en zich schikken naar de rol die van een Chinese vrouw verwacht wordt (trouwen en onderdanig zijn) of zal ze haar opleiding afmaken en zich richten op de kennis?

Wie, zoals ik, het dankwoord als eerste leest, heeft aanvankelijk goede hoop op een behoorlijke roman. Wang bedankt, behalve haar geliefde uitgeverij Vassallucci, namelijk ook twee `literaire wonderdokters'. Al na een paar bladzijden vroeg ik me echter af wat de rol van deze dokters is geweest, en of zij niet wat meer wonderen hadden kunnen verrichten. Zelden heb ik een boek onder ogen gekregen met zoveel vreemde en lelijke zinnen, pagina's vol pijnlijk proza. Het dankwoord verborg die waarschuwing bij nader inzien in zich. Zo bedankt ze haar lezers: `Moge de duizenden blaadjes van de seringenbloesem mijn dank aan u allen naar u vervoeren op hun zoete lente-adem.' `Bloemrijk' taalgebruik, heet dat waarschijnlijk.

Het is alsof Wang bepaalde Chinese uitdrukkingen letterlijk heeft vertaald. Dat is ongetwijfeld verfrissend bedoeld, maar het leest als een beroerde vertaling. `Ook Dingxiang wilde haar hoofd tot een punt slijpen en de mensenhaag binnendringen.' Nederlandse uitdrukkingen daarentegen komen te letterlijk over: `Voor de eerste keer rezen haar haren niet te berge bij het verlaten van de bibliotheek.' De mierzoete en erotisch bedoelde metaforen werken op den duur op de lachspieren: `Opa zoog met zijn ogen dicht en lippen trillend van ongeduld aan zijn pijp, als betrof het een tepel die honingzoete melk prijsgaf'. Dan zijn er de zinnen die niet kloppen: `Oma kneep de wallen onder haar ogen dicht'; `Wauw, hun ogen vierden een festijn!' of `Om twee uur 's middags naderde Dingxiang in haar aanstekelijkste blouse en broek de bewuste leeszaal.' En Wang schuwt niet het overmatige gebruik van kleur. Als iets niet `helwit' is, dan is het `krijtwit', `hagelwit', `melkwit' of `sneeuwwit'. Wangs lievelingskleur moet overigens wel `perzik' zijn; deze kleur duikt overal te pas en vooral ook te onpas op. `Maar diens perzikkleurige charme verdunde haar afkeer tegen de nieuwe wending die moeder aan het geval wilde geven.'

Het ontsierende taalgebruik heeft een dramatisch effect op de plot. Als je al niet door een vreemde zin uit het verhaal wordt gegooid, dan bekruipt je bovendien het akelige gevoel dat bepaalde thema's worden ingezet omdat ze commercieel interessant zijn. China is niets meer dan een exotisch decor en de strijd van vrouwen in China verwordt tot een leeg kitscherig namaakfeminisme. Als het erop aankomt, wil elke vrouw toch het liefst eens lekker genomen worden, zo blijkt uit Wangs erotische verkrachtingsscènes. `Ze wilde zich uit zijn benauwende omarming bevrijden, maar ergens diep in haar lichaam zong haar intuïtie een maf liedje: ze zou pas kunnen worden bevrijd als ze bijna in zijn omhelzing zou stikken. Zijn mannelijkheid voelde aan als een vuurpijl. Ze sloot haar ogen. De doorgaans zo tedere en beleefde Jianben ademde almaar ruiger en ruiger. Hij perste zijn nakomelingbezorger feller en feller tegen haar bekken aan.' `Nakomelingbezorger'? Ik heb onmiddellijk een betrouwbaar woordenboek geraadpleegd. Het staat er gelukkig niet in.

Lulu Wang: Seringendroom. Vassallucci, 564 blz. ƒ42,–

Nederlandse literatuur