Pelgrimage naar wantrouwend Griekenland

Het centrum van Athene is vandaag veranderd in een vesting: 700 agenten waken over een ordentelijk verloop van het omstreden pausbezoek, waarbij heel wat oud zeer tussen de Romeinse en Griekse kerk op tafel komt.

Zelf noemt paus Johannes-Paulus II het een `pelgrimage'. In het voetspoor van de apostel Paulus, die omstreeks 50 na Christus de Atheners opwekte te geloven in de `onbekende god' voor wie hij ergens in de stad een altaar had aangetroffen. Op het programma staat de bestijging van de rots Areopágos tegenover de Acropolis, waar Paulus deze rede heeft uitgesproken.

De aartsbisschop van Athene en heel Griekenland, Christódoulos, zal hem tijdens deze plechtigheid vergezellen en er zal een gemeenschappelijke verklaring in het Latijns en Nieuwgrieks worden uitgegeven, waarin staat over welke dingen beide kerken het eens zijn. Respect voor het leven als zodanig (dus verwerping van abortus en euthanasie), bevestiging van de grote rol die het christendom in Europa heeft te spelen, en betuiging dat technische en economische vooruitgang slechts een klein deel van de mensheid ten goede komt.

In Griekenland is de laatste weken meer de nadruk gelegd op wat de beide godsdiensten scheidt, niet alleen door de tegenstanders van het bezoek, maar ook bij de velen die zich daar schoorvoetend bij neerlegden, zich beroepend op de `traditionele Griekse gastvrijheid'.

Aartsbisschop Christódoulos, aanvankelijk ook geen voorstander, heeft de grootste moeite gehad het bezoek door de twaalfkoppige synode te loodsen, nadat president Stefanópoulos de paus tijdens het bezoek aan het Vaticaan had uitgenodigd in zijn hoedanigheid van staatshoofd. Veel bisschoppen bleven tegen, bijna alle kloosterlingen en vooral ook de machtige groep die nog steeds de `oude kalender' aanhangt, in plaats van de hier pas in 1923 ingevoerde kalender van (paus!) Gregorius VII.

De afgelopen dagen is het in Athene tot felle en schilderachtige, maar niet grootscheepse, demonstraties gekomen, waarin werd geëist, het bezoek van de `voorloper van de antichrist' en de `leider van de satanisten' alsnog af te gelasten. In deze kringen wordt ook algemeen geloofd dat de Poolse paus een jood is.

De verontwaardiging gold echter niet zozeer de verwachte gast als wel de Griekse kerkleiding die aan zijn bezoek actief meedoet, al komt het niet tot een gemeenschappelijk gebed. Vooral het feit dat de aartsbisschop vandaag ook de ambtswoning van de nuntius zal betreden, waar de paus logeert, wordt bejammerd als een `erkenning van het Vaticaan en de ketterij die deze paus belichaamt'.

De paus zal echter ook het paleisje van de aartsbisschop bezoeken en daar zal hij alle klachten moeten aanhoren die de Orthodoxe Keken al sinds het schisma van 1054 over Rome heeft. Het Vaticaan streeft, aldus de orthodoxen, nog altijd naar `suprematie' en het doet dat met duivelse middelen: sinds de vijftiende eeuw functioneren de `Uniaten', dat zijn katholieken die de Byzantijnse rites volgen en hun kerken volgens Byzantijnse architectuur bouwen. Wolven in schaapsvacht dus, of, Griekser: het paard van Troje.

De paus heeft er op het laatste moment van afgezien een onlangs tot kardinaal bevorderde Uniaat mee te nemen die nu in Rome het toezicht heeft over de kerkelijke contacten in het Midden-Oosten. Er zijn ook slechts 2.000 Uniaten in Athene, met een (grote) kerk. Maar in de Oekraïne, waar hij in juni op bezoek gaat, vormen de machtige Uniaten voor de Orthodoxen het grootste hoofdbreken.

De paus zal ook het een en ander te horen krijgen over de kruistochten, al heeft hij daarvoor al eens zijn verontschuldigingen aangeboden. Deze golden immers niet speciaal de kruistocht van 1204, die door de Venetianen naar het toenmalige Constantinopel werd geleid. Daar werden verwoestingen aangericht, veel heviger dan die van de Turkse veroveraars in de vijftiende eeuw.

Voorts zijn de meeste Grieken ervan overtuigd dat het Vaticaan op de Balkan een duistere rol heeft gespeeld, zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog tegen de orthodoxe Serviërs (middels de latere kardinaal Stepinac), als de laatste tien jaar. Duitsland en de paus worden hier met grote stelligheid gezien als de `ontbinders van Joegoslavië'. De paus zal ten slotte worden herinnerd aan het feit dat het Vaticaan al 27 jaar zwijgt over de Turkse bezetting van Noord-Cyprus.

Dat omgekeerd ook de katholieken in Griekenland niet tevreden zijn over hun rechtelijke positie is tijdens de discussies die aan het bezoek vooraf gingen duidelijk gebleken. Hetzelfde geldt trouwens voor de andere religieuze minderheden. Artikel 13 van de grondwet stipuleert godsdienstvrijheid, maar artikel 3 omschrijft de Orthodoxe Kerk, die door 96 procent van de bevolking wordt aangehangen, als de `overheersende'.

Wat het huidige bezoek aangaat, klagen de katholieken over de hele linie dat voor de mis die de paus morgen zal opdragen slechts een klein overdekt basketbalstadion is aangewezen dat plaats biedt aan 18.000 bezoekers. Het aantal katholieken in Griekenland bedroeg vanouds ongeveer 45.000, maar dit is minstens verdriedubbeld door de aanwas van Filippijnse en Poolse immigranten.

    • Frans van Hasselt