Nederlandse vrouwen moeten we hebben

Duitse uitgevers kijken verlekkerd naar het westen, naar het land dat Frau Antje inwisselde voor brutale schrijfsters en Calimero voor de Hollandse Bruce Chatwin. Het wachten is op `Siegfried': ,,Zoiets schrijven kan alleen Mulisch, de tovenaar.''

Komt het doordat Helmut Kohl, de oud-bondskanselier van Duitsland, Nederland zo vaak een voorbeeld noemde omdat het paarse kabinet erin slaagde te bezuinigen met een sociaal gezicht? Of is het zijn opvolger Gerhard Schröder, de sociaal-democraat, die vooral het banenwonder in de polder prijst? De grote buur is in ieder geval door Nederland geboeid en dat blijkt opvallend op het gebied van literatuur. In de populaire boekhandel Dussmann in de Berlijnse Friedrichstrasse liggen de Nederlandse auteurs prominent uitgestald: Die Prozedur (De Procedure) van Harry Mulisch, Allerseelen (Allerzielen) van Cees Nooteboom, Leo Kaplan van Leon de Winter, Ein Schwarm Regenbrachvögel (Een vlucht regenwulpen) van Maarten 't Hart.

Nederlandse schrijvers zijn in trek bij de Duitse lezer. Volgende week besteedt het Goethe-Instituut in Amsterdam in een lezingencyclus aandacht aan Nederlandse auteurs die populair zijn in Duitsland, zoals Leon de Winter, Jessica Durlacher en Margriet de Moor. Begin juni staan Nederlandse schrijvers, samen met Tsjechische, centraal tijdens een congres in Leipzig van de Duitse Schrijversorganisatie. Met sprekers als Margriet de Moor, Jan Brokken, Ivan Klima en Jachym Topol wordt het vierdaagse symposium `Literatur unserer Nachbarn' geopend.

Tegelijkertijd kijken de Duitsers reikhalzend uit naar komende herfst als bij Hanser de vertaling verschijnt van de nieuwste roman Siegfried van Harry Mulisch, die de Süddeutsche Zeitung oplangs `Hollands fantasievolste essayist' noemde. Net als zijn boek De ontdekking van de hemel, waarvan in Duitsland meer dan 350.000 exemplaren werden verkocht, belooft ook Siegfried in de Berlijnse Republiek een bestseller te worden. Vorige week trakteerde Mulisch bijna duizend fans in Berlijn al op een voorproefje. Tijdens een optreden met Günter Grass tijdens Wereldboekendag las hij een eerste hoofdstuk uit de Duitse vertaling van Siegfried. Eine schwarze Idylle en werd bedolven onder een golf van applaus.

,,Geen Duitser zou het wagen zo'n thema bij de kop te nemen'', zegt Wolfgang Matz, de redacteur van Mulisch bij uitgeverij Hanser in München. Siegfried is Mulisch' afrekening met Hitler, die samen met zijn vriendin Eva Braun een kind heeft – Siegfried – dat door de Führer wordt gedood omdat het joods bloed zou hebben. Matz: ,,Er is geen schrijver in Duitsland die dit thema zou durven en kunnen aanpakken. Stel je Günter Grass eens voor die probeert korte metten met Hitler te maken. Alleen al de gedachte is huiveringwekkend. Nee, dat kan enkel Mulisch, de tovenaar.''

Mulisch geldt in eigen land als de koning van de Nederlandse literatuur, in Duitsland is zijn tegenvoeter Cees Nooteboom de absolute nummer één. `De Bruce Chatwin van Nederland' is met zijn literaire reisreportages, zijn filosofische beschouwingen en zijn notities uit Berlijn in het buurland al vele jaren erg populair. Nooteboom houdt van het Duitse publiek. Hij reist stad en platteland af om lezingen te houden en met zijn lezers te debatteren.

De derde plaats wordt in Duitsland ingenomen door Margriet de Moor. Met Eerst grijs, dan wit, dan blauw brak ze er door. Intussen is vrijwel haar hele oeuvre vertaald. ,,In Duitsland is de afgelopen jaren het besef doorgedrongen dat Nederland meer is dan een land van tulpen en Frau Antje. Er blijken in het polderland ook interessante boeken te worden gemaakt'', zegt Carel ter Haar met lichte ironie in zijn stem. Ter Haar, oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Holland, werkt al dertig jaar als neerlandicus aan de Universiteit van München. Hij geldt als kenner bij uitstek van het culturele leven in de twee buurlanden.

,,Nederland is geen literair rariteitenkabinet meer voor de Duitsers. We zijn een serieuze partner. De verhouding tussen beide landen is vanzelfsprekend geworden. Dat is een nieuwe ontwikkeling. Van een Calimero-complex, een gevoel van minderwaardigheid, is bij de Nederlanders niets meer te bespeuren,'' meent Ter Haar.

De nieuwe seriositeit overheerst in het dagelijkse literatuurbedrijf tussen beide landen. Duitse uitgevers houden nieuwsgierig in de gaten wat er in de Nederlandse boekenwereld gebeurt. ,,We volgen heel nauwgezet welke boeken verschijnen,'' zegt Ulrich Sonnenberg van de afdeling Verkoop bij Suhrkamp. De uitgever uit Frankfurt timmert aan de weg met auteurs als Nooteboom en A.F.Th. van der Heijden. Afgelopen herfst bracht Suhrkamp Das Liebeswerk (Gewassen Vlees) van Thomas Rosenboom op de markt en ook Van der Heijdens Die Schlacht um die Blaubrücke is net verschenen. Van zijn romancyclus De tandeloze tijd, zijn inmiddels op deel drie na alle delen in het Duits zijn gepubliceerd.

Lezersmarkt

De basale belangstelling voor de Nederlandse literatuur is er, stelt Sonnenberg vast en dat vindt hij een goed teken. ,,Na jaren hebben Nederlandse schrijvers een serieuze plaats op de Duitse lezersmarkt veroverd''. Begin jaren negentig was dat nog anders. In Nederlandse dag- en weekbladen verschenen koppen als `Het buitenland leest ons niet graag', `Nederlanders kunnen schilderen, niet schrijven' en `Nederlandse auteurs klagen altijd, ze kunnen niet en willen niet'. In deze kritische artikelen gaat het overwegend om mannelijke schrijvers, oordeelde destijds Laurette Artois, die Nederlandse taal en literatuur doceert aan de Johann-Wolfgang-Goethe universiteit in Frankfurt. Hoe het met de vrouwelijke auteurs uit Nederland is gesteld, moet nog bewezen worden, meende Artois.

Inmiddels zijn haar stoutste verwachtingen overtroffen. Schrijfsters als Margriet de Moor, Hella Haasse, Anna Enquist, Renate Dorrestein, Jessica Durlacher, Connie Palmen, Tessa de Loo en Nelleke Noordervliet hebben hun naam in Duitsland gevestigd.

Margriet de Moor hoort bij de top. Net als Nooteboom schopte zij het tot de toonaangevende literaire talkshow van Marcel Reich-Ranicki: ze werd uitbundig geprezen door de gevreesde critici van het Literarische Quartett. Erst grau, dann weiss, dann blau werd in Duitsland een bestseller waarvan, net als van Nootebooms Rituale, 300.000 exemplaren werden verkocht.

,,Dat was de grote doorbraak,'' zegt Lutz Wolff, hoofdredacteur bij uitgever DTV (Deutscher Taschenbuch Verlag) in München. Dit hoge verkoopcijfer is volgens hem nooit meer door een van zijn Nederlandse schrijvers gehaald. Van de meeste Nederlanders verkoopt DTV gemiddeld 10.000 boeken – een oplage die voor literaire werken van minder bekende schrijvers door Duitse uitgevers al succesvol wordt genoemd. De brede belangstelling voor Nederlandse romans in Duitsland is vooral door de vrouwelijke schrijfsters veroorzaakt, stelt Wolff. ,,De verbroedering tussen Nederland en Duitsland is door de vrouwen tot stand gebracht.''

Waaraan hun succes te danken is? Vrouwelijke auteurs gelden volgens de DTV-lector als bijzonder geëmancipeerd, avontuurlijk en progressief en dat is in hun boeken terug te vinden. Veel Nederlandse literatuur die in de jaren negentig in het Duits werd vertaald ging over thema's als scheidingen, vrijheid, zelfbewustzijn. ,,Vrouwen wilden zich niet meer rechtvaardigen voor wat ze deden. Dat leverde brutale literatuur op die door Duitse vrouwen werd verslonden,'' zegt Wolff.

Jacht

Het grote keerpunt vormde de Frankfurter Buchmesse van 1993, die gewijd was aan de Nederlandstalige literatuur. Christoph Buchwald, volgens Wolff `een van de pioniers' bij de ontdekking van Nederlands talent, had het nodige voorwerk geleverd. Buchwald – die bij Hanser, Luchterhand en Suhrkamp werkte – heeft bij deze uitgevers een spoor van Nederlandse auteurs achtergelaten. Ook het Literair Produktie- en Vertalingsfonds hielp een handje bij de promotie van het Nederlandse boek in Duitsland en trok royale subsidies uit voor de vaak kostbare vertalingen.

Na de Buchmesse 1993 brak een ware jacht los op schrijvers uit de Lage Landen. ,,De stemming rondom de Nederlandse literatuur was euforisch'', zegt hoogleraar Ter Haar uit München, die ook leesrapporten schrijft voor Duitse uitgevers. Werden er in 1990 van de 137 in het Duitse vertaalde Nederlandse boeken (fictie en non-fictie) 38 romans geteld, in 1995 was het aantal vertalingen tot 239 gestegen, waarvan 58 romans, zo blijkt uit cijfers van de Vereniging van Duitse Boekhandels in Frankfurt. Elke uitgever moest en zou een Nederlander in zijn fonds hebben. ,,Ich brauche niederländische Weiber'', riep een Duitse uitgever in die jaren uit. Er was sprake van een echte hype, zegt Ter Haar. Dat ging ook gepaard met flops. Zo raakte uitgeverij Twenne, die zich geheel op Nederlandse schrijvers was gaan toeleggen, sommige boeken aan de straatstenen niet kwijt en ging failliet.

Nu de vrolijke ontdekkingsjaren voorbij zijn, blijkt de opgetogen stemming wel degelijk een serieuze ondertoon te hebben. De belangstelling is genormaliseerd op een stabiel niveau. ,,Er is een kwalitatief stevige bovenlaag van Nederlandse romans ontstaan'', stelt Ter Haar vast. En de interesse is er niet uitsluitend voor de sterren als Mulisch, Nooteboom, De Moor en Leon de Winter, die het overigens met hun oplagecijfers (variërend van 50.000, 100.000 tot 300.000) kunnen opnemen tegen Duitse auteurs als Martin Walser, die van zijn jongste boek Ein springender Brunnen 200.000 exemplaren verkocht.

Ook een tweede generatie van jongere auteurs is bezig een reputatie op de Duitse markt te vestigen zoals Arnon Grunberg, Charlotte Mutsaers, Adriaan van Dis, Thomas Rosenboom en Marcel Möring.

In Nederlandse literatuur domineren volgens Wolff de vrouwen en dat vindt de Duitse lezer aantrekkelijk. Bovendien hebben Nederlandse schrijvers zich bewezen als goede vertellers. Ze schrijven boeiend en ongecompliceerd. De lezer weet snel waarover het verhaal gaat en de personages komen net zo snel tot leven. Wolff: ,,Duitsers kunnen zich met de Nederlander identificeren.''

Volgeboekt

Dat de Nederlandse literatuur in Duitsland op een stevig fundament rust, merkt ook Helga van Beuningen aan haar orderportefeuille. Van Beuningen geldt als een van de topvertalers in Duitsland, samen met Gregor Seferens, die onlangs de Else Otten-prijs kreeg voor zijn Duitse vertalingen uit het Nederlands. Van Beuningen – die verre Nederlandse voorouders heeft – is de `Duitse stem' van Cees Nooteboom.

Midden jaren tachtig kon ze nog geen bestaan opbouwen van het vertalen van Nederlandse romans in haar afgelegen woning in Bad Segeberg, in het hoge noorden bij de Ostsee. Nu is ze steeds anderhalf tot twee jaar volgeboekt. Suhrkamp is haar belangrijkste opdrachtgever en ze heeft er zeker al dertien of veertien Nootebooms opzitten. Van diens schrijfkunst, zijn ,,onnavolgbare lichtvoetigheid en zijn ironisch-melancholische ondertoon'', kan ze niet genoeg krijgen. ,,De stijl van zijn reisverhalen maakt Nooteboom voor de Duitsers tot een bijzondere Europese auteur'', vindt Van Beuningen. Ze heeft net de laatste hand gelegd aan Marcel Mörings Modelvliegen, dat in de herfst op de Duitse markt verschijnt.

Maar terwijl de aanvankelijke Duitse culturele ambivalentie ten aanzien van Nederland heeft plaatsgemaakt voor nieuwsgierige belangstelling, is de interesse van Nederlandse zijde voor de hedendaagse Duitse literatuur mondjesmaat. Het is tijd dat dat verandert, vinden Van Beuningen en Ter Haar. Nu de grote buur de afgelopen jaren zijn oog ook westwaarts, op het literaire polderlandschap heeft laten vallen, kan Nederland zich niet langer permitteren onverschillig met de rug naar de Duitse republiek te blijven staan, zeggen zij.

Cultuur en literatuur zouden net zo'n belangrijk bindmiddel tussen de Europeanen moeten zijn als de euro. Van Beuningen: ,,Via de taal raken mensen geïnteresseerd in elkaar en in elkaars literatuur. De roman is toch de spiegel van het leven.'' Zij hoopt dat de politiek in Nederland de trend zal keren en Duits weer op scholen verplicht stelt. ,,Juist nu Europa verder integreert, is het toch een vereiste dat de twee buren elkaar verstaan.''

In het Goethe Instituut te Amsterdam spreken de komende weken vier Nederlandse auteurs over hun ervaringen op de Duitse literaire markt: Leon de Winter (10 mei), Koos van Zomeren (23 mei), Jessica Durlacher (14 juni) en Margriet de Moor (21 juni).

Aanvang 20u. Herengracht 470. Inl. 020-5312900.

Nederlandse letteren