Kirsten Geisler

Massa's zijn synoniem met onbehagen. Je hoeft op Koninginnedag maar in Amsterdam te hebben rondgelopen om dat te beseffen. Massa's mensen, massa's oranje hoedjes, massa's reizigers, zelfs als je geen NS-directielid bent kun je je daar knap onbehaaglijk bij voelen. En dat wordt alleen maar erger als een massa zich tot in het oneindige kan uitbreiden, zoals in het sprookje van de koning, het schaakbord en de graankorrels.

Op de tentoonstelling Virtuarium: The Fly van Kirsten Geisler bij Galerie Akinci schiet er even zo'n beeld voorbij. Een vlieg is het dit keer, die zich binnen enkele seconden honderden keren vermenigvuldigt. Dat lijkt onaangenaam, maar toch roept het beeld nauwelijks angst of ongemak op. De verklaring is simpel: als toeschouwer heb je net de confrontatie met één vlieg achter de rug. Een vlieg van twintig centimeter groot, met zes harige poten en twee rode bolle ogen die je recht aankeken. Daarna zijn die rotvliegjes kinderspel.

De Duitse kunstenaar Kirsten Geisler, woonachtig in Haarlem, specialiseert zich sinds enkele jaren in het op de computer scheppen van virtuele wezens. Al sinds 1995 werkt ze aan een Virtual Beauty, een vrouw die je als toeschouwer op het computerscherm zelf kunt manipuleren en bewerken. Dat project deed me niet veel, vermoedelijk omdat het te makkelijk aansluit bij het vooruitgangsoptimisme dat toch al als een penetrante geur om de computer- en internetwereld heen hangt.

Wat dat betreft is zo'n vlieg een stuk interessanter. Een vlieg is niet mooi, of leuk of aardig, en als hij je twintig centimeter groot aankijkt is hij behoorlijk beangstigend, hoe virtueel hij verder ook is. Bovendien weet Geisler hem spannend te presenteren. Als de toeschouwer bij Akinci binnenkomt hoort hij een onheilspellend, kloppend muziekje dat af en toe wordt onderbroken door een snerpend brommen. Dat is afkomstig van drie lcd-schermen waarop de vlieg (een gewone huisvlieg overigens, de Musca domestica) je in volle glorie en drie standen opwacht: gezien van voren, van boven en van opzij. En dan mag je hem aanraken. Druk je op zijn voorkant, dan steekt hij een soort harige tong uit en begint enthousiast zijn voorkant te `wassen'. Druk je op zijn gestreepte lijf dan stoot hij het gebrom uit. Een zet tegen z'n achterkant of z'n vleugels levert wild gefladder op, en wat gedraai met z'n harige achterwerk.

Hoe simpel, bijna pretpark-achtig deze sensatie ook is, hij werkt wel. Ik betrapte mezelf bij iedere aanraking op een oprecht, bijna misselijkmakend gevoel van afschuw. Dat komt ongetwijfeld doordat Geisler de vlieg perfect heeft uitgevoerd. Ook als je hem niet aanraakt trilt er af en toe een pootje of een vleugel.

Toch ga je je als toeschouwer al snel afvragen waar die diepgewortelde afschuw dan vandaan komt. Maar daar haakt Geisler af. Haar installatie mag er dan wel heel semi-wetenschappelijk uitzien, maar dat lijkt vooral te dienen om haar eigen technische verworvenheden te tonen, een bekend euvel onder computerkunstenaars. Zo laat Geisler zien hoe de verschillende animaties worden ontwikkeld, hoe ze een computervlieg laat opstijgen en is er ook een lcd-scherm waarop een vlieg op normale grootte rondtrippelt. Dat laatste is een slimme zet, omdat daardoor de vlieg van alledag in je geheugen blijft meespelen. Het beest wordt geen monster op afstand, maar iets dat ieder moment naar binnen kan komen suizen.

De ironie van de Fly is dat Geisler er met hulp van de meest geavanceerde computertechnieken in slaagt de primitiefste, nauwelijks te analyseren onderbuikgevoelens op te roepen. Ze constateert ze, maar werkt ze niet verder uit. En zo verlaat je de galerie toch met een raar, onwezenlijk Efteling-gevoel.

Kirsten Geisler: Virtuarium, The Fly. T/m 26-5 in Galerie Akinci, Lijnbaansgracht 317, Amsterdam. Open di- za, 13-18u. Inf. www.akinci.nl