Gewoon lekker spelen

Janine Jansen (23) is de meest gevraagde Nederlandse vioolsoliste van het moment. Komende maand soleert ze bij het Residentie Orkest en het Nederlands Philharmonisch Orkest.

,,Die foto in dat witte pak, dat bèn ik niet.'' Janine Jansen trekt een afkeurend gezicht. Te diva-achtig, te wulps? ,,Ik weet het niet'', glimlacht ze. ,,Ik herken mezelf er gewoon niet in. Die foto in die jurk, dat ben ik weer wel.''

Janine Jansen (1978) is het grootste en meest gevraagde viooltalent van de jongste generatie. Als kind won zij prijzen op de Iordens viooldagen en het Oskar Back Concours, tijdens haar studietijd bij Philipp Hirshhorn en Charles-André Linale aan het Utrechts Conservatorium volgden de Bourse Hennessy Mozart ('94), een eerste prijs op het Concours International de Musique de Chimay ('97) en de Philip Morris Finest Selection Prize ('98). In 1999 behaalde Jansen haar diploma Uitvoerend Musicus. Beoordeling: 10. Maar toen soleerde zij ook al regelmatig bij vrijwel alle Nederlandse orkesten, `behalve het Concertgebouworkest'.

Janine Jansen is een violiste van het intuïtieve type, voor wie goed musiceren onlosmakelijk is verbonden met `het uitstralen van speelplezier' en `het overdragen van gevoel'. ,,Een rationele benadering van muziek staat me tegen'', legt ze uit. ,,Als ik speel weet ik wel ongeveer hoe een stuk in elkaar zit, maar veel gaat toch gewoon vanzelf. Een compositie met potlood tot op het bot uitpluizen dat is niets voor mij. Ik wil gewoon lekker spelen! Analytisch nadenken over muziek maakt me kriegel, zelfs op repetities. Dan denk ik: `Hè God, speel toch gewoon'. Want wat is nu interessant aan muziek? De theorie? Of de emoties die je ermee kunt overbrengen?''

Er zijn talloze lofzangen geschreven op de bekoorlijkheden van `het vioolmeisje'. Lieflijk tuttig, innemend onschuldig, aangenaam verlegen. Janine Jansen heeft verschillende gezichten, maar een prototypisch vioolmeisje is ze in geen geval. De femme fatale in gestroomlijnde outfits van Mart Visser op de door Erwin Olaf gemaakte publiciteitsfoto's staat in schril contrast met de no nonsense-verschijning van alledag. Paardenstaart, slobbertrui, spijkerbroek, pantoffels. Een scholier op zondag. Haar meisjeslach kaatst kort door het propere rijtjeshuis in Soest-Zuid. ,,Ik ben niet iemand voor verf op mijn gezicht en nette kleren. Voor een concert is het een ander verhaal. Dan geven een mooie jurk en make-up me een zeker gevoel. Allemaal ijdelheid natuurlijk, maar het hoort er ook een beetje bij. Je hoopt toch dat het publiek niet alleen je spel waardeert, maar het totaal.''

Ademtochten

Het is bij uitstek het totaal van Jansens podiumaanwezigheid dat tijdens concerten indruk maakt. In haar toonvorming gaan technische beheersing, zinnelijke kracht en een spontane trefzekerheid hand in hand. Uiterlijk wiegt ze zwierig mee met de muziek die ze speelt. ,,Isaac Stern zei laatst op een masterclass dat ik dat meewiegen moest afleren'', grinnikt Jansen. ,,Maar dat lukt nooit. Stijf spelen voelt voor mij vreselijk onnatuurlijk aan.'' In kamermuziekverband verplaatst Jansens beweeglijkheid zich naar haar gezicht. Met grimassen en ademtochten coördineert ze de wisselwerking met en tussen haar medespelers. ,,Een pittige tante'', vatte een dame uit het publiek afgelopen zomer na een uitvoering van Schuberts Forellenkwintet op het Amsterdamse Grachtenfestival goedkeurend samen.

,,Ik ben me zulke dingen totaal niet bewust'', zegt Jansen. ,,Gelukkig ook maar. Het maakt dat ik zelfbewust kan blijven. Ik geef mij tijdens optredens totaal bloot voor een zaal met wildvreemden, en toch schaam ik me niet. Ik voel me zelfs heel vrij als ik speel. Dat lukt alleen maar als je niet teveel stilstaat bij hoe mensen je waarnemen. Ik ben ik, ik breng mijn interpretatie van de muziek over, en als mensen dat willen horen, ben ik gelukkig. Je moet als solist zeker zijn over wat je doet. Natuurlijk ben ik dat niet altijd: als ik een nieuw stuk voor het eerst voor publiek speel, lig ik daar al een maand tevoren van wakker. Maar uiteindelijk is zelfverzekerdheid wel noodzakelijk om als musicus te kunnen overleven en overtuigen.''

Janine Jansen groeide op in een muzikaal gezin. Haar vader Jan Jansen is organist van de Domkerk in Utrecht, haar moeder is zangeres en `naait bij gelegenheid wel eens een rok' voor Janines optredens. ,,Die geborgenheid is belangrijk voor me'', vertelt ze. ,,Toen ik mijn diploma haalde in Utrecht, werd mij van alle kanten aangeraden `toch vooral een jaartje in New York verder te studeren'. Dat vond ik vreselijk, want ik wilde helemaal niet weg. Deels omdat ik toen al samenwoonde, deels omdat ik het eigenlijk onzin vond. Als ik naar het buitenland zou willen, is dat omdat een bepaalde docent me trekt. Maar ik heb er eerlijk gezegd geen behoefte meer aan les te nemen bij één docent. Het is nu belangrijker mijn interpretaties uit te diepen door masterclasses te volgen bij musici die ik intuïtief inspirerend vind.''

Jansens romantische muziekopvatting weerspiegelt zich in haar voorkeuren. Ze volgde masterclasses bij de Amerikaanse violist Joshua Bell (,,Omdat hij zo echt met emotie speelt'') en bij Menahem Pressler, pianist van het Beaux Arts Trio, die ze bewondert om de aanstekelijke zeggingskracht van zijn Beethoven-interpretaties. Maar inmiddels is Jansen zelf eveneens object van bewondering. In haar zoektocht naar een betere viool diende zich afgelopen jaar een anonymus aan, die aanbood bij te dragen aan de aanschaf. Het werd een Stradivarius uit 1727 – de `Barrere' – die Jansen nu voor onbepaalde tijd in bruikleen heeft. ,,Een topviool'', vindt zij. ,,Elke dag leer ik de mogelijkheden beter kennen. En de geschiedenis van zo'n instrument... Het is míjn viool die de solo's in Gone with the wind speelt!''

In 1997 soleerde Janine Jansen voor de eerste maal bij een beroepsorkest. Het Residentie Orkest, herinnert ze zich. Het was lang niet haar eerste podiumervaring. Die deed ze al als kind op bij The Fancy Fiddlers, het orkestje van leerlingen van Coosje Wijzenbeek, de pedagoge voor jong viooltalent bij wie zij van haar zesde tot haar zestiende studeerde. ,,Ik wilde toen al violiste worden, natuurlijk'', stelt ze. ,,Om die reden heb ik de middelbare school ook niet afgemaakt. Maar voor een echte solocarrière heb ik nooit bewust gekozen, die is meer per toeval van de grond gekomen. Je wint een concours, speelt één keer succesvol met orkest en dan vragen ze je terug. Dat leidt dan weer tot aanbiedingen van andere orkesten, en zo gaat het balletje rollen. Wie er wel komt en wie niet, is puur een kwestie van timing en geluk.''

Het was allemaal nog bijna anders gelopen. Haar oudere broer speelde cello, dus Janine wilde dat ook. ,,Mijn ouders vonden dat ik iets anders moest kiezen, en nu ben ik daar blij om. Het repertoire voor viool is zoveel breder dan voor cello, het verveelt me nooit. Ik bepaal aan het begin van het seizoen welke concerten ik wil instuderen en spelen, en in overleg met de orkesten die mij vragen, ontstaat dan een werkbaar compromis. En op de lange termijn, ach. Er is nog zoveel muziek om te ontdekken. Daar komt bij dat ik niet graag vooruit plan. Vroeger was dat nog erger. Ik herinner me nog goed dat Philipp Hirshhorn, die mijn docent was in Utrecht, op de eerste les vroeg waarom ik juist hem had gekozen. Oeps! Wist ik veel, ik hád helemaal niet bewust voor hem gekozen, maar wilde gewoon mijn diploma halen. Als ik daar nu op terugkijk, schaam ik me dood.''

Schrikbeeld

Tot aan de zomer van het volgend jaar is Jansens agenda gevuld met bijna zeventig concerten. Ze heeft verbintenissen aan het NOG-ensemble en het Rembrandt Trio (met cellist Jeroen den Herder en pianist Folke Nauta) voor haar solowerk opgegeven. ,,Het werd te druk, ik moest kiezen'', verklaart ze. ,,Mijn leven draait nu om soloconcerten, recitals en studeren. Daarnaast blijft er tijd over voor losse kamermuziekprojecten en masterclasses. En op dagen zonder repetities heb ik lekker de dag aan mezelf. Niet te vroeg opstaan, studeren, een rondje met de hond. Natuurlijk is het ontzettend gaaf om in het buitenland te spelen, maar er is een grens. Een solocarrière die uitsluitend bestaat uit reizen, optreden en wonen in hotelkamers lijkt me een schrikbeeld. Daar ben ik veel te huiselijk voor.''

Van de hardheid van het muziekbedrijf lijkt Janine Jansen zich nauwelijks bewust. Haar uitdagende publiciteitsfoto's springen in het oog en verraden een slimme impresario, maar volgens Jansen is het leven als solist lang niet zo rijk aan glamour als vaak wordt gedacht. ,,Natuurlijk, er zijn wel onvergetelijke momenten. Toen ik afgelopen jaar soleerde bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder Valery Gergjev, was ik echt even van mijn a propos gebracht. Dat ík daar mocht staan, naast die wereldberoemde man met zijn enorme uitstraling. Maar in het algemeen heerst er volgens mij een wat te romantisch idee van het leven als solist. Ik ben al blij dat ik sinds een jaar mijn rijbewijs heb, en na een concert niet meer moe op de trein naar huis hoef te wachten.''

Janine Jansen soleert de komende maand bij het Residentie Orkest o.l.v. Jaap van Zweden in het Vijfde vioolconcert van Mozart op 29/4, Tilburg; 30/4, Den Haag; 9/5 Rotterdam; 10/5 Utrecht; 10/6, Amsterdam. Informatie via www.residentieorkest.nl of 070-3607925. Bij het Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Hans Vonk speelt Janine Jansen het Derde vioolconcert van Saint-Saëns op 21/22 en 23/5 in Amsterdam. Res.: 020-6718345.