Geen uitstel van ruiming zeldzame heideschapen

De ruiming van twee kuddes zeldzame heideschapen hoeft niet te worden uitgesteld, zo bepaalde de rechter vanmorgen.

Twee soorten natuurbeschermers stonden woensdag voor de president van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven in Den Haag.

De ene soort, aangevoerd door Vereniging Natuurmonumenten, eiste dat bij de ruimingsoperatie in de wegens besmetting met mond- en klauwzeer onder toezicht gestelde stedendriehoek Apeldoorn-Deventer-Zwolle twee kuddes zeldzame schapen worden gespaard. De natuurorganisaties vinden het niet nodig om de inmiddels gevaccineerde kudde Schoonebeeker schapen op de Tongerense Heide en de kudde Veluwse heideschapen bij Heerde te doden, omdat er geen gevaar voor besmetting bestaat en omdat door het afmaken van de enkele honderden dieren het voortbestaan van de beide zeldzame rassen op het spel staat.

De natuurorganisaties vinden dat moet worden gewacht met het doden van de schapen, totdat in Europa politiek en wetenschappelijk overeenstemming is bereikt over de vraag onder welke voorwaarden zeldzame landbouwhuisdieren bij het bestrijden van mond- en klauwzeer mogen worden gespaard. De natuurorganisaties worden in hun juridische actie gesteund door 553 personen die bij wijze van steunbetuiging een aandeel hebben gekocht in de kudde Schoonebeeker schapen.

De andere soort natuurbeschermers, die van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, meent dat aan het ruimen van deze dieren niet valt te ontkomen, aangezien er wel degelijk gevaar van besmetting met het mond- en klauwzeervirus bestaat. We moeten ieder mogelijk risico uitbannen, zo meent het ministerie. Het ruimen van deze twee kuddes hoeft volgens de ambtenaren van minister Brinkhorst helemaal niet te betekenen dat de rassen met uitsterven worden bedreigd, integendeel, juist het opofferen van deze twee kuddes kan de redding betekenen voor de totale Nederlandse populatie aan Schoonebeeker schapen en Veluwse heideschapen van ieder ongeveer dertienhonderd exemplaren.

En met een fokprogramma kan de populatie binnen enkele jaren weer op peil zijn gebracht. Het houden van veel zeldzame schapen is trouwens toch niet goed, stelde de raadsman van de minister, want daarvoor is er in Nederland te weinig heidegrond.

Vanmorgen stelde de president van de rechtbank de minister in het gelijk. Het is niet aan de rechter om zich uit te spreken over veterinaire risico's van het in leven laten van de schapen, aangezien de beoordeling van deze risico's juist is toebedeeld aan de minister van Landbouw, zo stelt de president van het college, en de overwegingen van de minister om te ruimen zijn niet volledig onderuit gehaald. Wat de zeldzaamheid van de schapen betreft, volgens de rechter is niet voldoende aangetoond dat het doden van een deel van de dieren tot gevolg zal hebben dat de twee soorten als geheel in hun voortbestaan worden bedreigd.