Een geheim jongenskrantje

Het heeft iets lugubers en intrigerends tegelijk: een jonge concentratiekampbewoner die dr. Bock, de directeur van het mortuarium, interviewt.

,,Sinds wanneer bestaat het mortuarium?'

,,De Zentralleichenkammer bestaat sinds 12 augustus 1942.'

,,En hoeveel lichamen heeft u sindsdien afgelegd?'

,,Eenentwintigduizend.'

,,Hoeveel van hen zijn gestorven aan besmettelijke ziektes?'

,,Geen idee, ik weet alleen dat er 120 aan tyfus zijn bezweken.'

,,En wat gebeurt er met de lichamen? Wat is de procedure?' Volgens Bock worden de lichamen `onder rabbinaal toezicht' gewassen, gekleed en geborgen.

,,Worden zij als mensen behandeld, of als bakstenen', vraagt Petr Ginz, de interviewer, nog. ,,Mijn medewerkers nemen hun werk serieus, ze zijn uiterst gedreven. Zo moesten ze vorig jaar bijvoorbeeld vierduizend lichamen in een keer verwerken. Zelfs tóen stelden zij niet teleur. Het was alsof ze boven zichzelf uitstegen, alsof ze door iets hogers op de been werden gehouden.' Aan het eind van het gesprek bedankt de dertienjarige interviewer de directeur hartelijk. ,,Toen keerde ik terug van de krochten van de aarde naar de warmte van een zonnige septemberdag.'

Het gesprek tussen Ginz en Bock is een van artikeltjes in We are children just the same, een (vertaalde) bundeling van artikelen, gedichten, columns en tekeningen die tussen 1942 en 1944 verschenen in het Tsjechische Vedem (`Aan de leiding'), een jeugdblad in het concentratiekamp Theresienstadt. Het blad, met de hand geschreven en gekopieerd, had een oplage van een dozijn exemplaren. In twee jaar tijd verschenen zo'n honderd nummers.

De redactie van Vedem bestond uit 13- tot 15-jarige Tsjechische jongens, onder wie Petr Ginz, die naar Terezín waren gedeporteerd, de Tsjechische naam voor Theresienstadt, een stadje ten noorden van Praag. Sommige jongens arriveerden alleen, andere samen met hun ouders, onder wie zich bekende wetenschappers bevonden. De jongens werden na aankomst ondergebracht in L 417, een jongensbarak, waar de leefomstandigheden iets beter waren dan in de rest van het kamp. Ze kregen enige medische zorg en onderwijs.

Een van hun onderwijzers was de 29-jarige Valtr Eisinger, docent Tsjechische literatuur. In een klein kamertje met drie stapelbedden onderwees hij `zijn' jongens. Tijdens een van die lessen werd ook het idee voor Vedem geboren. ,,Wij willen niet langer een willekeurig groepje jongens zijn, die zich passief onderwerpen aan het lot dat anderen hun hebben toemeten', verklaarde de redactie bij de oprichting van het blad. Iedere vrijdagavond groepeerden de redacteuren zich rond de stapelbedden om uit eigen werk voor te dragen. De productie van het blad was niet zonder gevaar. ,,Maar het was avontuurlijk', legt een redacteur uit. ,,En wij hadden even de illusie dat we vrij waren.'

De bijdragen van de jonge redacteuren zijn niet altijd van cynisme gespeend. Zo verslaan Hanuš Weil en František Feuerstein in december 1943 het beruchte bezoek van de Zweedse Rode-Kruisdelegatie aan Theresienstadt. Nieuwsgierig naar `wat er nou gebeurt met al die gedeporteerde Europese joden' had de commissie toestemming gevraagd een concentratiekamp te inspecteren. De redacteuren beschrijven wat er gebeurde:

,,Op 6 december zal het epicentrum van de joodse gemeenschap van Bohemen worden bezocht door een aantal hooggeplaatsten. De kampleiding heeft de volgende maatregelen afgekondigd: in de ochtend worden ongelimiteerde hoeveelheden koffie, melk en suiker verstrekt. Ouderen en zieken worden extra goed toebedeeld en bij de lunch worden dubbele porties vlees en aardappelen uitgereikt. 's Avonds: appelbollen met zoete saus.' De dag voor het bezoek worden in hoog tempo straten gereinigd, hekken geverfd en winkeletalages ingericht. ,,Maar op de langverwachte dag kwam het bezoek niet opdagen', aldus Weil en František. De geplande maaltijd werd vervangen door een waterige soep.

In een ander nummer beschrijft Herbert Fischl een gesprek tussen de directeur van het kampdepartement `Joodse Problemen' en zijn assistent. De man heeft vernomen dat er in de buitenlandse pers steeds vaker artikelen verschijnen over `de erbarmelijke omstandigheden waaronder joden leven'. Het wordt tijd voor een propagandafilm, aldus Fischl. ,,En dus krijgt een bataljon dames op leeftijd de opdracht zich te gaan baden. Orthodoxe joden en rabbijnen worden naar het kamporkest gedirigeerd om te dansen op het ritme van de jazzband. En een select gezelschap gevangenen mag zoetigheid verslinden voor het oog van de camera.'

De redactie van Vedem werd om de paar maanden vervangen: in twee jaar tijd werkten zo'n honderd jongens mee aan het blad, van wie vijftien de oorlog overleefden. Slechts een van hen, Zdenek Taussig, zat tot het einde toe in Theresienstadt; dankzij hem belandde Vedem na de oorlog op het bureau van een Tsjechische uitgever. De communisten wisten publicatie van het materiaal lange tijd te dwarsbomen; het was volgens hen de zoveelste `morele rechtvaardiging' voor Israëls agressie jegens buurstaten in het Midden-Oosten.

In 1995 werd alsnog een selectie uit Vedem gepubliceerd. Sindsdien is het in Praagse boekhandels verkrijgbaar, in het Tsjechisch, in het Duits en in het Engels.

Onderwijzer Valtr Eisinger heeft de uitgave van zijn geesteskind nooit mogen meemaken. In een ontroerende bijdrage schetst zijn vrouw Vera Sommerová hoe het hun verging: ,,Naarmate er meer transporten naar het oosten vertrokken, nam de angst toe dat wij van elkaar gescheiden zouden worden. Daarom vroegen wij in de zomer van 1944 toestemming om te trouwen in Terezín.' Dat gebeurde ook, onder het toeziend oog van Eisingers leerlingen. Maar nog geen twee weken later werd de docent alsnog opgeroepen – zogenaamd voor een transport naar Duitsland. Na lang aandringen kreeg Vera toestemming van de kampleiding om zich bij hem te voegen: ,,Dolblij stapte ik in de overvolle trein, naar wat later Auschwitz bleek te zijn'. Eenmaal daar werd het paar van elkaar gescheiden. ,,Ik heb mijn Valtr daarna nooit meer gezien.'

We are children just the same; Vedem, the secret magazine by the boys of Terezín, Praag, Aventinum Nakladatelství. ISBN 8071511099

    • Danielle Pinedo