Een dodelijk verzetje

Even voor vijf uur 's middags komt de scheidsrechter de kleedkamer van Dynamo Kiev inlopen. Hij is gekleed in een uniform van de SS, spreekt Russisch en vraagt de tegenstander voor de wedstrijd op `zijn' manier te groeten. Het is zondag 9 augustus 1942. Het vooroorlogse voetbalelftal van Dynamo Kiev, voordien de club van het Sovjetministerie van Binnenlandse Zaken (NKVD), speelt zijn op één na laatste wedstrijd. De tegenstander van FC Start, zoals het team van veredelde lijfeigenen van Broodfabriek 3 in Kiev zich noemt, is Flakelf: een ploeg van de Duitse luchtafweer die uit de rest van bezet gebied is ingevlogen om een wedstrijd te spelen die niet verloren kán worden.

De spanning in Kiev kookt over. Drie dagen eerder heeft FC Start al met 5-1 gewonnen van Flakelf. Revanche is geboden. Tot donderdag had FC Start in de provisorische competitie alleen Oekraïense clubs verslagen. Dat was sport. Nu is de zaak politiek geworden. De Duitse bezetter heeft de Oekraïne opgedeeld in vier bevolkingsgroepen met aflopende rechten en oplopende plichten: Rijksduitsers, Volksduitsers, Slaven en regelrechte communistisch/joodse vijanden. Het idee van radicale Oekraïense nationalisten dat Hitler hen van Stalin zal bevrijden, is een illusie gebleken. Ze mogen de rust bewaren, moeten hun buren verklikken en dienen verder hun mond te houden.

In FC Start spelen alleen vertegenwoordigers van categorie drie en een enkele verborgen representant van type vier. Ze zijn Untermenschen, dwangarbeiders die niet meer mogen leren dan elementair lezen en schrijven. De voetbalgekke directeur van Broodfabriek 3, die zichzelf via allerhande chicanes tot Volksduitser heeft laten opwaarderen, heeft bed en brood verschaft omdat hij ze op de binnenplaats wil zien ballen. Het kleine Zenitstadion aan de Kerosinestraat is conform ingedeeld. Op de (ere)tribunes zitten soldaten van de SS en de Wehrmacht. Langs het veld staan soldaten met karabijnen en herdershonden. Daarachter zitten de Oekraïense toeschouwers op de grond.

Flakelk doet wat de scheids heeft gevraagd. De spelers brengen de rechterarm omhoog en roepen `Heil Hitler'. De elf van FC Start – in rode shirts omdat de keeper alleen die kleur toevallig nog in huis had – strekken vervolgens ook de rechterarm. En brullen: `Fizkoeltoera', wat in het Sovjetrussisch `fysieke cultuur' betekent maar eigenlijk `een gezonde geest in een gezond lichaam'.

Onder dit gesternte begint de wedstrijd. Op de geüniformeerde arbiter hoeft FC Start niet te rekenen. De spelers moeten zichzelf op het veld in veiligheid spelen. Dat lukt. Tijdens de rust staat FC Start met 3-1 voor. Het Oekraïense publiek wordt overmoedig, heft spreekkoren aan tegen de eretribune en zoekt ruzie met de hondenbrigade. Hongaarse en Roemeense soldaten, die op het slagveld bondgenoten van Duitsland moeten zijn, beginnen openlijk partij te kiezen tegen Flakelf. In de kleedkamer van FC Start komt intussen de voorzitter van voetbalclub Roech op bezoek, een vereniging die wordt geleid door een collaborateur. Hij bindt de spelers op het hart alsnog te verliezen: ter wille van de veiligheid van de Oekraïne, het publiek en henzelf.

Maar de wedstrijd heeft inmiddels haar eigen dynamiek gekregen. Terwijl de honden en geweren langzaam over de krijtlijnen naar het veld oprukken, scoren beide teams nog tweemaal. Eindstand: 5-3.

Direct na afloop gebeurt er weinig. De ordetroepen hoeven alleen maar in de lucht hun wapens leeg te schieten en honden los te laten om de rust te bewaren. Pas nadat FC Start een week later de pro-Duitse club Roech met 8-0 heeft afgedroogd, grijpt de Gestapo in. De spelers van FC Start worden tijdens hun werk in Broodfabriek 3 gearresteerd. Eén van hen, een oude agent van de NKVD en dus behorend tot categorie 4, wordt doodgemarteld. Vier anderen worden op 24 februari 1943, bij wijze van represaille, standrechtelijk geexecuteerd in het concentratiekamp Sirets. Een week later geeft de Wehrmacht zich bij Stalingrad over.

Als de oorlog in Kiev voorbij is, worden de slachtoffers mythische figuren in de Sovjet-Unie. In het stadion wordt een standbeeld voor hen opgericht. Alleen klopt het verhaal rond de mythe niet, zo toont de Schotse journalist/biograaf Andy Dougan aan in Dynamo Kiev, sterven voor de eer van het vaderland. Volgens de Sovjetlegende zijn alle spelers direct na de wedstrijd opgepakt, in vrachtwagens geladen en nog in voetbalplunje bij Babi Jar (de beruchte plek waar in 1941 bijna 34.000 joden soms levend zijn begraven) doodgeschoten. Van een competitie in Kiev tijdens de oorlog is uiteraard helemaal geen sprake. Achteraf heeft het gehele volk en masse achter de Sovjetpartizanen gestaan.

Pas na de val van het socialistische rijk in 1991 trad een van de overlevenden van FC Start naar buiten. Natuurlijk ging het de spelers van FC Start en de bezetter om politiek, aldus vleugelspeler Machar Gontsjarenko in een radio-interview vier jaar voor zijn dood in 1996. Maar het ging de meesten er niet om enghartige aanhankelijkheid jegens Stalin te tonen. Ze waren met iets anders bezig: `in alle openbaarheid, onder het oog van zowel de burgers van Kiev als de Duitse bezetter, te bewijzen wat een grote voetballers ze waren, zonder vernederd te worden en zonder voor iemand te buigen'.

Mede dankzij Gontsjarenko toont Dougan, in zijn iets te romantisch aangezette Dynamo Kiev, aan dat iedereen zijn eigen vorm van verzet kiest. Als het er op aankomt zijn in het verzet ook verzetjes niet zelden verzet.

Andy Dougan: Dynamo Kiev. Sterven voor de eer van het vaderland. Balans, 198 blz. ƒ34,50