`Democratie Hongarije kalft af'

In Hongarije dreigt een conservatief nationalisme de liberale opvattingen van de vroege jaren negentig te verdringen. Het baart ombudsman Jeno Kaltenbach zorgen.

De Hongaarse ombudsman voor minderheden Jeno Kaltenbach maakt zich grote zorgen. Zijn land lijkt niet meer zo te hechten aan democratische instituties als het bureau van de ombudsman dat klachten van de burger over de overheid onderzoekt, graag zou willen. Rechts-nationalistisch gedachtegoed neemt toe, terwijl het bureau van de ombudsman aan invloed inboet.

Kaltenbach heeft er samen met zijn collega's voor mensenrechten en dataprotectie vijf jaar op zitten. Zij zijn de eerste ombudsploeg na ruim vijftig jaar communisme. Eind volgende maand loopt hun mandaat af. In principe kunnen ze opnieuw benoemd worden voor een periode van vijf jaar. Maar dat lijkt niet erg waarschijnlijk. De grootste regeringspartij, de conservatieve Fidesz, heeft alvast de aanval ingezet op de stoel van de ombudsman voor dataprotectie László Majtényi.

Dataprotectie hoeft volgens de Fidesz-parlementariër Róbert Répássy geen eigen ombudsman te hebben. De extreem-rechtse István Csurka, leider van de Hongaarse Partij voor Rechtvaardigheid en Leven, MIÉP, vindt dat het ministerie van Binnenlandse Zaken voldoende is uitgerust om de dataprotectie van de burger te behartigen. Majtényi voert al jaren strijd tegen de centrum-rechtse regering Orbán over de notulen van de ministerraad. Die zijn in Hongarije altijd openbaar geweest. Orbán heeft dat principe na zijn aantreden in 1998 meteen afgeschaft. Kaltenbach ziet in de aanval op Majtényi een eerste stap in de ontmanteling van het ambt van ombudsman.

In zijn bureau vlak achter het monumentale parlement denkt de jurist Kaltenbach met weemoed terug aan de eerste jaren na de val van het communisme. ,,Tussen 1990 en 1995 kende de Hongaarse democratie een zeer vooruitstrevende periode. Er werd een groot aantal democratische instituties opgericht. Ook op het gebied van nationale minderheden. De houding ten aanzien van minderheden was veel positiever omdat de mensenrechtenrechten gewoon veel hoger op de politieke agenda stonden. Nu moeten we vechten voor onze positie: het klimaat wordt steeds slechter.''

Hongarije kent officieel dertien minderheden. De Roma-gemeenschap is verreweg de grootste, maar er zijn ook belangrijke groepen Duitsers, Slowaken, Serviërs en Kroaten. Kaltenbach bevindt zich met zijn bureau precies op het uiterst gevoelige snijvlak tussen het multi-etnische Hongarije en het nationalistische Hongarije. In politieke termen vertaald: tussen het `anti-nationalistische liberale' Hongarije en het `nationalistische conservatieve' Hongarije.

De eerste jaren wist de ombudsman zich gesteund door een actief en creatief Constitutioneel Hof dat moeilijke beslissingen niet uit de weg ging. ,,Mensenrechten hadden prioriteit en de rechters hanteerden een brede interpretatie van hun mandaat.'' Maar dat eerste democratische hof is inmiddels afgelost en van het nieuwe hof krijgt hij vaker nee dan ja te horen op zijn verzoeken om de wet te onderzoeken. Kaltenbach noemt het huidige hof `zwak' en `formalistisch'. ,,Ik heb het hof om een uitspraak gevraagd over de passage in de grondwet over de minderheden. Er staat letterlijk dat de minderheden een constituerend deel uitmaken van de staat. Ik heb gevraagd of dit alleen maar mooie woorden zijn of dat dit ook een constitutionele betekenis heeft. Het hof heeft mijn verzoek om een uitspraak afgewezen met de opmerking dat het een algemene formulering was.''

De vraag was niettemin van groot belang omdat Kaltenbach al vijf jaar strijdt voor een parlementaire vertegenwoordiging van de minderheden. Hij vindt dat als de Hongaarse grondwet de minderheden bij name noemt, ze ook de mogelijkheid moeten hebben om als minderheid voor hun rechten op te komen. Dat is ook de reden waarom hij het constitutionele hof gevraagd heeft om de kiesdrempel van vijf procent te verlagen voor minderheden omdat ze anders geen kans hebben in het parlement te komen. Dat verzoek ligt al twee jaar in de la.

De ombudsman krijgt steeds minder armslag en dat heeft volgens hem te maken met een veranderend klimaat in Hongarije. Kaltenbach kreeg onlangs tot zijn ontsteltenis te horen dat veertig procent van de studenten op de historische faculteit in Pécs extreem-rechts is. Alarmerend vindt hij ook de steeds frequentere aanvallen op Roma in de Hongaarse media. Ook de politiek doet daar aan mee. Een groep zigeuners uit Zamoly die vorig jaar het land verliet en in Frankrijk politiek asiel aanvroeg en deels kreeg - zou `geïnspireerd' zijn geweest door `een buitenlandse geheime dienst'. Roma worden afgeschilderd als anti-Hongaars en anti-patriottisch.

De politiek zou veel duidelijker moeten aangeven wat `goed' en wat `kwaad' is. ,,Als je geen duidelijk waardesysteem hanteert kun je geen democratische samenleving opbouwen.'' De Hongaarse politiek speelt met vuur en de Hongaarse samenleving is volgens de ombudsman gemakkelijk te manipuleren. ,,De maatschappelijke domheid is de laatste tien jaar alleen maar groter geworden. Het onderwijs op scholen wordt nationalistischer. Hoe manipuleer je de mensen in Oost-Europa: door simpel taalgebruik dat bol staat van nationalisme.''

Als kandidaat-lidstaat van de EU staat het democratische gehalte van Hongarije niet meer ter discussie. Het baart Kaltenbach zorgen: ,,Naar mijn mening neemt de democratische grondovertuiging af. Partijen vinden dat het systeem dat tien jaar geleden werd ingevoerd te liberaal is en dat het best een beetje minder zou kunnen.'' Het Horthy-model, genoemd naar de autocratische regent die Hongarije tussen de wereldoorlogen bestuurde, doet volgens de uiterst bezorgde ombudsman weer opgang.