De verlegen verleidster

Ze houdt van koken, autorijden en televisiekijken – liefst soaps en zoetigheid uit de Hollywoodfabrieken – en leest zelden een boek. Ze sjeesde voor twee universitaire studies en leidde jarenlang een huisvrouwenbestaan, dat ze zich als `aangenaam' herinnert. Ze heeft nimmer een begeesterend of aanstootgevend denkbeeld geuit en geldt onder de snobistische intellectuele elite van Jakarta als een onbenul. Haar taalgebruik heeft de souplesse van Javaanse teak, ze spreekt lijzig, op het moeizame af, en als ze haar stem verheft, lijkt ze in snikken uit te barsten. Toch kan ze een duizendkoppige menigte met een enkel handgebaar verleiden tot uitzinnig gejuich, heeft ze het geschopt tot vice-president van Indonesië en hoeft ze maar te knikken of ze wordt president. Ze is een fenomeen, maar bovenal een raadsel.

Een deel van de oplossing is haar naam. Dyah Permata Megawati Setyawati Soekarnoputri (54) is de oudste dochter van founding father Soekarno. De eerste president van Indonesië is al 31 jaar dood, maar zijn charisma leeft voort, vooral onder stedelijke armen als peddelaars van fietstaxi's en straatventers. Dat Megawati zijn naam draagt, was in 1987 voldoende reden voor de destijds zieltogende Partij voor Indonesische Democratie (PDI) haar te vragen als campagnevoerster. Zes jaar later rebelleerde het makke partijtje tegen Soeharto's Nieuwe Orde en koos het niet de van hogerhand geparachuteerde kandidaat, maar `Soekarno's dochter' als voorzitter. Deze politieke wedergeboorte van de familie Soekarno was een nachtmerrie voor de oude man aan de macht. In 1996 forceerden ministers en generaals een bestuurscrisis in de PDI en werd Megawati afgezet. Die ruwe ingreep maakte haar definitief tot idool van de verdrukte massa's, de moederlijke tegenhanger van de autoritaire vaderfiguur Soeharto.

De statussprong van first daughter naar `moeder van de kleine man' nam tijd. Na de roemloze dood onder huisarrest van haar vader – ze was toen 22 – huwde ze een gevechtspiloot, die kort daarop de dood vond bij een crash boven Irian Jaya (nu Papua). Haar tweede huwelijk, met een Egyptische diplomaat, begon in 1972 met een romantische vlucht naar de bergen van West-Java en werd twee weken later ongedaan gemaakt. In 1973 huwde ze haar huidige man en de vader van haar drie volwassen kinderen, de Sumatraanse ondernemer Taufik Kiemas. Over hem wordt gefluisterd dat hij de echtverbinding zakelijk misbruikt.

Nu het parlement, mede door toedoen van haar nieuwe partij, de PDI-P, president Wahid schaakmat heeft gezet en diens lot in haar mollige handen rust, doet ibu (moeder) er het zwijgen toe. Die stilte is haar handelsmerk. Megawati's politieke loopbaan wordt niet gemarkeerd door scherpe stellingnamen of heroïsche gebaren, maar door aan lijdzaamheid grenzende berusting in haar `roeping': de nationalistische fakkel, ooit ontstoken door haar vader, verder dragen.

Ze wekt eerder de indruk dat ze gebukt gaat onder die roeping dan dat ze behagen schept in haar publieke rol. Het liefst zit ze thuis bij de buis, met een kussen op haar schoot. Want Megawati is intens verlegen en leeft pas op in een kleine kring van getrouwen of voor een anonieme menigte, die ze niet in de ogen hoeft te zien. Tijdens partijvergaderingen verhult ze haar onzekerheid met moederlijke gestrengheid en kan ze heel bits zijn tegen haar `kroost'. Nu de politieke elite van Indonesië, ook haar politieke tegenstanders van weleer, Wahids presidentschap zo beu is dat een waar monsterverbond haar naar het hoogste ambt duwt, wordt ze verscheurd door twijfels.

Wat zij vindt, moeten we opmaken uit de mededelingen van politici die de deuren van haar ambtswoning en werkpaleis platlopen en haar citeren zoals het in hun kraam te pas komt. Woordvoerders en raadslieden nemen haar in bescherming of doen mee aan het spel der beïnvloeding. Megawati's zwijgen wordt een beetje goedgemaakt door haar lichaamstaal. Toen Wahid op 28 maart zijn antwoord op de eerste waarschuwing van het parlement voor dit voltallige college liet voorlezen, zat zij ambtshalve naast hem. Zij boog voortdurend zo ver naar rechts, weg van Wahid, dat ze bijna uit haar zetel viel.

De relatie tussen de twee machtigste mensen van Indonesië is gecompliceerd. Ze is belast door traditionele opvattingen over respect en loyaliteit en stoelt op een ooit sterke genegenheid, maar ze is in anderhalf jaar zwaar op de proef gesteld. Wahids vader, de moslimgeleerde Abdul Wahid Hasyim, was Soekarno's eerste minister van Godsdienstzaken. Nadat Hasyim in 1953 was omgekomen bij een auto-ongeluk, bleef Soekarno belang stellen in diens vrouw en kinderen en de families hielden intensief contact. Wahid (1940) is zeven jaar ouder dan Megawati en zij noemt hem sinds haar kinderjaren kakak (oudere broer).

Die band werd voor het eerst getest toen in oktober 1999 niet Megawati, wier PDI-P met bijna 35 procent van de stemmen als grootste partij eindigde, maar Wahid – zijn partij kreeg maar 11 procent – president werd. Weinigen weten wat Wahid dreef in te gaan op de uitnodiging van andere, tegenover vrouwelijke leiders minder tolerante islamitische partijen om zijn `zusje' uit te dagen. Misschien vond hij dat ze te veel weerstand opriep door te zinspelen op de volkswoede als zij haar overwinning niet kon verzilveren. Wellicht had hij domweg geen vertrouwen in haar capaciteiten. Nadat Wahid had gewonnen, bewoog hij zijn partij Megawati te kandideren voor het vice-presidentschap, als verzoenend gebaar naar haar gefrustreerde achterban. Die stemming won zij wel.

Wahid liet haar weinig ruimte en zij verdween in zijn schaduw. In april 2000 schrok de president zo van IMF-kritiek op het regeringsbeleid dat hij twee ministers ontsloeg. Een van hen was de bekwame bewindsman van Staatsbedrijven, Laksamana Sukardi, lid van de PDI-P en een lieveling van Megawati. Onder vuur genomen door de jaarlijkse zitting van het Volkscongres, het hoogste college van staat, beloofde Wahid Megawati meer bevoegdheden te geven en het congres ging om.

Die belofte bleek weinig waard. Megawati mocht de wekelijkse vergaderingen voorzitten van een nieuw kabinet, waarin nagenoeg geen partijgenoot zitting had en over de samenstelling waarvan zij niets te zeggen had. De wispelturige Wahid deed alles om haar gezag te ondermijnen. In besloten kring strooide hij praatjes rond over buitenechtelijke affaires en tegenover een delegatie van het Volkscongres uitte hij twijfel aan haar regeertalent. Megawati deed wat zij correct achtte en hield de rollen van vice-president en partijleider krampachtig uit elkaar. Zij bleef Wahid seconderen bij officiële gelegenheden en viel hem in het openbaar nooit af, maar gaf haar partij het groene licht om te zagen aan zijn zetel.

De grondwet schrijft voor dat de president, indien hij voor het einde van zijn ambtstermijn aftreedt of wordt afgezet, wordt opgevolgd door de vice-president. Megawati hecht aan haar vaders grondwet en heeft zich bereid verklaard in diens voetspoor te treden. Ze staat bovendien onder immense druk van een breed politiek front en van haar eigen achterban om het roer van staat over te nemen. Maar ze schrikt terug voor de definitieve doodsteek aan kakak en ook voor abrupte overname van een failliete boedel. Faalt ze waar Wahid faalde – herstel van economie en internationaal vertrouwen – dan zijn haar kansen in 2004 verkeken. Bovendien koestert zij een diep wantrouwen jegens de moslimpartijen, die haar gooi naar het hoogste ambt in 1999 blokkeerden omdat zij een vrouw is, en die haar nu als het kleinste kwaad naar voren schuiven. Als Wahid de eerste president wordt die tussentijds moet opstappen, waarmee rekening wordt gehouden nu het parlement hem deze week voor een tweede keer berispte, schept dit een precedent dat zich tegen haar kan keren. Volgens adviseurs maakt zij zich ook grote zorgen over mogelijk massaal geweld tussen Wahids en haar militante aanhangers. Dus blijft Megawati zwijgen en houdt ze het land in spanning. Ze hoeft in feite niets te doen. Als zij haar bedenkingen opzijzet en een Kamermeerderheid haar zin krijgt, valt het presidentschap haar vanzelf in de brede moederschoot.