De teloorgang van de lange korrel

De Surinaamse rijstboer zaait zijn percelen amper nog in. Ooit teelde hij de beste korrel ter wereld, nu wordt hij weggeconcurreerd. Wat is er allemaal misgegaan in Nickerie, de `rijstschuur' van Suriname?

De rijstbouw in het district Nickerie heeft niets weg van de mooie plaatjes uit Aziatische landen. In de westelijke grensstreek van Suriname zijn er geen buffels die door dessa's waden. Zware machines rijden over uitgestrekte rijstvelden, die Nederlandse namen als Bernardpolder dragen.

Veel velden liggen er echter ongebruikt bij en worden overwoekerd door struiken en bomen. Afgelopen jaar daalde het aantal ingezaaide hectaren in Nickerie, waar haast alle Surinaamse rijst vandaan komt, al met 35 procent. Dit voorjaar wordt een absoluut dieptepunt verwacht. Het Surinaamse dagblad de Ware Tijd schat dat slechts op vijftien procent van de percelen geoogst wordt.

Rijstboer Jibodh heeft van zijn 1.200 hectaren er maar 400 ingezaaid. De hindoestaanse man vertelt in een bedompt kantoor dat hij het niet lang meer kan bolwerken. Alles zit tegen. Kunstmest en bestrijdingsmiddelen, die uit het buitenland gehaald moeten worden, zijn met de lage koers van de Surinaamse gulden onbetaalbaar. De prijs van de dieselolie voor de combines is in het najaar door de regering verdrievoudigd. Het ergste is nog de rente van de banken, die veertig procent bedraagt.

Als de rijst nog tegen een mooie prijs verkocht kon worden, viel daarmee misschien te leven. Maar de wereldmarktprijzen zijn binnen enkele jaren gehalveerd. Probleem voor rijstboer Jibodh is verder dat hij per hectare minder oogst. Vorig jaar leverde één hectare gemiddeld nog negentig zakken op. Dit jaar verwacht hij amper boven de zestig zakken te komen, omdat de velden wegens de vele buien veel te vochtig zijn.

Bus- en taxichauffeur Djabar is al vier jaar geleden gestopt met de rijstteelt. Toen hij het bedrijf van zijn vader zo'n twintig jaar geleden overnam, telde het nog 1.200 hectaren. Maar in de jaren tachtig, toen legerleider Bouterse de baas was, begon de vrije val van de Surinaamse gulden op de internationale markt, en Djabar moest haast al zijn land verkopen om te overleven. Uiteindelijk hield hij nog achttien hectaren over, en die liggen nu braak. Voor Djabar is uiteraard Bouterse de hoofdschuldige. Rijstboer Jibodh en andere telers houden ook de huidige president Venetiaan verantwoordelijk voor de crisis in de rijstteelt. De creoolse politicus zou geen enkele affiniteit hebben met een sector die grotendeels in handen is van hindoestanen. Zijn regeringen hebben de infrastructuur en de uitgebreide irrigatiewerken in Nickerie stelselmatig verwaarloosd.

De 58-jarige teler Ragoenath uit de Clarapolder in Nickerie kan daardoor zijn rijstpercelen niet meer inzaaien. De wegen naar zijn veld staan, nu de irrigatiewerken kapot zijn, onder water. Hij heeft enkele hectaren moeten huren, om toch iets te kunnen oogsten. Voor zijn woning loopt een vieze sloot, waarin enkele familieleden liggen te baden. De waterleiding is ook al enkele jaren defect.

In de jaren zeventig beleefde Nickerie nog ongekende voorspoed. De lange, aromatische, korrel uit het gebied gold als een van de beste rijstsoorten ter wereld. Door de hoge verkoopcijfers stroomde het geld binnen. Er gingen stemmen op voor onafhankelijkheid van het gebied. Nickerie kon het makkelijk zonder Paramaribo stellen.

De rijstteelt in Nickerie ontstond begin 20ste eeuw. Indiase contractarbeiders ontgonnen het gebied, nadat zij hun termijn bij de Nederlandse plantages hadden uitgediend. In 1949 kreeg de teelt een grote stimulans door de oprichting van de Stichting Machinale Landbouw (SML). In het plaatsje Wageningen in West-Suriname begonnen de Nederlandse initiatiefnemers een onderzoekscentrum dat rijstsoorten veredelde. SML ontwikkelde daarnaast duizenden hectaren moerasgrond tot rijstpercelen, en bouwde begin jaren zeventig een hypermoderne rijstfabriek.

In de jaren negentig raakte het modelbedrijf in verval. President Wijdenbosch probeerde in 1998 bedrijfsonderdelen van SML aan de Zuid-Afrikaanse rijstmagnaat Mangli te verkopen. Toen het parlement de deal terugdraaide, was de koopsom al geïncasseerd en spoorloos verdwenen. Een gedeelte van de rijstopbrengst van SML was nodig om Mangli schadeloos te stellen. President Wijdenbosch zou vervolgens zelf nog eens in de kas van het staatsbedrijf gegrepen hebben om de bruggenbouwers van Ballast Nedam te betalen. Het personeel van SML moest begin dit jaar staken om zijn loon uitgekeerd te krijgen.

De fabriek draait weer. De padi, de ruwe rijstkorrel, wordt in een grote hal gedroogd en gepeld. Een klein gedeelte gaat naar de slijpmachines, om het zilvervlies te laten verwijderen. De bulk wordt opgeslagen als bruine rijst, voor de export. Vier van de acht silo's van SML staan echter leeg. Bedrijfswoordvoerder Dalgeer vertelt dat het bedrijf door ,,de situatie'' slechts vierduizend van zijn achtduizend hectaren rijstpercelen heeft kunnen inzaaien.

Dalgeer beweert dat SML nog steeds zaaigoed veredelt. Maar volgens oud-politicus Harry Kisoensingh is de rijstteelt in Nickerie mede in de problemen geraakt doordat SML de laatste jaren niet met goede nieuwe rijstsoorten kwam. ,,Rijstsoorten degeneren ontzettend snel, na vier jaar hebben zij veel van hun kwaliteit verloren'', legt hij uit.

Kisoensingh maakte zich als onder voorzitter van het Surinaamse parlement altijd sterk voor de rijstsector. Vorig jaar verloor hij bij de verkiezingen echter.

Met zijn pick-up-truck scheurt Kisoensingh door een half ontgonnen gebied, waar de jungle afgewisseld wordt met kaalgegraasde weilanden. Hier hadden nieuwe rijstvelden moeten komen. Na de onafhankelijkheid lanceerden de Surinaamse autoriteiten het Multi-purpose Corantijn-project, waarmee zij de rijstpercelen in Nickerie met 42.000 hectaren wilden uitbreiden. Met Nederlands ontwikkelingsgeld liet de regering een reusachtige waterpomp bij de plaats Wakay bouwen, die zoetwater uit de grensrivier Corantijn haalde. Het water zou via een kanaal van zestig kilometer lengte geleid worden naar het irrigatiestelsel voor de nieuwe rijstpercelen in Nickerie. Maar de pompen bij Wakay functioneren niet goed. In het kanaal staat wel wat water, maar dat komt uit de moerassen waarin het kanaal doodloopt. De aansluiting op het irrigatiestelsel is er nooit gekomen, net zo min als de 42.000 hectare nieuwe rijstpercelen. Toen Nederland in 1982 de ontwikkelingshulp aan Suriname stopzette, raakte het project in de versukkeling.

Kisoensingh rijdt langs een ander geflopt ontwikkelingsproject, een houten schuur die enkele jaren geleden gebouwd is door de Europese Unie.

Een coöperatie van rijsttelers mocht hier zelf rijst drogen en pellen, zodat zij meer geld voor hun product konden vangen. De machines staan onder een dikke stoflaag. Door corruptie is het Europese project gesneuveld, zegt Kisoensingh.

Ook als het geslaagd was, zou het echter de vraag blijven of Brussel de Surinaamse boeren echt wil helpen. Kisoensingh denkt dat de Europese invoerbeperkingen misschien wel het grootste probleem vormen voor de Surinaamse telers. Suriname en het buurland Guyana, die beide onder dezelfde Brusselse regeling vallen, mogen sinds 1997 jaarlijks nog maar 125.000 ton rijst naar Europa verschepen. ,,Brussel wil hiermee de belangen afschermen van de Zuid-Europese rijsttelers.''

Volgens het hoofdproductschap akkerbouw stijgt de import van rijst uit Guyana in Nederland, ondanks de invoerbeperkingen van de Europese Unie, echter nog steeds, terwijl het Surinaamse product snel terrein verliest. In 1998 exporteerden beide landen elk 21.000 ton rijst naar Nederland. Een jaar later zette Guyana liefst 36.000 ton hier af, en Suriname nog maar 10.000 ton. Dat cijfer valt misschien nog veel lager uit als meegerekend wordt dat veel Guyaanse rijst als Surinaams product verkocht wordt.

Peter Allart, algemeen directeur van de Nederlandse rijstimporteur Silvo, heeft gezien hoe de Surinaamse rijsttelers zijn weggespeeld. Het kwaliteitsverlies speelt volgens hem een doorslaggevende rol. Silvo verwerkt in zijn installatie in Papendrecht bruine rijst tot witte rijst. ,,Als het zilvervlies is weggeslepen, resteert er van 100 kilo gemiddeld 75 kilo'', legt Allart uit. ,,Vroeger hielden wij bij de Surinaamse rijst meer eindproduct over. Tegenwoordig zit de Surinaamse rijst echter onder die 75 kilo.'' Allart wijt het kwaliteitsverlies aan de Surinaamse rijsthandelaren. Die geven de telers zo weinig voor hun product, dat zij zelfs hun beste korrels moeten verkopen voor een goed inkomen. Terwijl die korrels juist hard nodig zijn als zaaigoed voor de volgende oogst.

Baan Soechit, zelf rijsthandelaar in Frankrijk, neemt het op voor zijn Surinaamse collega's. De handelaars zouden op hun beurt weer uitgeknepen worden door importeurs uit Zuid-Europa. Deze gehaaide ondernemers pikken het grootste deel van het Europese quotum in, en met die monopoliepositie kunnen zij de Surinaamse handelaar de laagste prijs bieden. Soechit is Surinamer van geboorte en zijn familie is nog steeds een grote rijstteler in Nickerie. Maar padi uit zijn moederland koopt hij amper nog. Soechit ziet nog maar weinig toekomst voor de telers daar.

Kisoensingh wil toch een poging wagen. Hij ontgint een verwilderd stuk grond voor de rijstteelt. Kisoensingh zegt dat de telers in Nickerie zelf ook fouten hebben gemaakt. ,,Wij verdienden een hoop geld, en lieten onze kinderen daarvan in het buitenland peperdure studies volgen. Intussen vergaten wij geld te reserveren voor nieuw zaaigoed.''

Kisoensing scheurt met zijn truck langs het gebouw van ADRON, een nieuw onderzoekscentrum dat in 1999 is opgericht met subsidie van de Europese Unie. ADRON is er juist in geslaagd een concurrerende rijstsoort te ontwikkelen met een korte groeiduur.

Misschien is er toch nog hoop voor Nickerie.