Wâldrock drijft op de bieromzet

Sponsors, subsidies, standplaatsen voor horeca – festivals verdienen niet alleen aan de toegangskaartjes.

HET POPFESTIVAL, dat van oudsher in het teken stond van love, drugs en rock & roll, is uitgegroeid tot een echte business. De verschillen zijn groot. Kleine, lokale festivals bouwen een feestje voor een paar duizend gulden. Bij grote evenementen zijn er al snel miljoenen guldens mee gemoeid.

Een festival is duur. Er moet een locatie afgehuurd worden, podia moeten worden opgezet, tenten geplaatst, bands geboekt, licht en geluid aangelegd en er moet beveiliging zijn. Nederland kent een grote verscheidenheid aan popfestivals, hierdoor is het niet duidelijk wat het gemiddelde festival kost.

Hoeveel geld er voor een festival als Lowlands of het inmiddels afgelaste Dynamo Open Air wordt vrijgemaakt, wil Ben Giezenaar, financieel projectmanager van muziekorganisator Mojo Concerts, niet kwijt. ,,Maar reken maar uit: als wij onze financiën plannen, gaan we uit van een basis van het aantal verwachte personen maal de prijs van het kaartje.''

Vorig jaar trok Lowlands het maximale aantal bezoekers van 57.500, een kaartje kostte toen 175 gulden. Dat zou inhouden dat Lowlands vorig jaar een budget van ruim tien miljoen gulden had. Dit jaar worden er weer 57.500 bezoekers verwacht, een kaartje voor drie dagen kost 195 gulden. Het festival zou dit jaar dus een budget van ruim elf miljoen gulden hebben.

Zo simpel is het niet. Naast het inkomen uit de kaartverkoop, verdienen de festivalorganisatoren aan horeca-inkomsten en sponsoring. Ook worden enkele festivals gesubsidieerd, bijvoorbeeld door het Fonds voor de Podiumkunsten of het Nederlands Popmuziek Plan.

Er wordt wel geroepen dat festivals moeten leven van de bieromzet. Dit geldt niet voor alle festivals, maar de horeca-inkomsten zijn over het algemeen wel zo hoog dat ze een groot gedeelte van de omzet vormen. Het metalfestival Wâldrock, dat vorig jaar 8.500 bezoekers trok, kan eigenlijk niet zonder de bieromzet. ,,Zonder die inkomsten zou de prijs van de kaartjes omhoog moeten, dat doen wij liever niet. Wij willen dat dit een gezellig, betaalbaar festival blijft'', vertelt Kees Koudstaal van de stichting Wâldrock. Vorig jaar ging er op het Friese Wâldrock 16.000 liter bier doorheen.

Grotere festivals zijn minder afhankelijk van de consumptieomzet. Zij krijgen veelal meer geld van sponsors en hebben een hogere kaartomzet. Desondanks liggen hier de prijzen van het eten en drinken over het algemeen hoog. Een pizzapuntje kan al 7,50 gulden kosten. Vijf gulden voor een sapje is normaal. Een biertje is veelal het goedkoopst. Festivalgangers kunnen meestal nergens anders terecht voor eten en drinken, dus betaalt men. De organisatoren van de festivals verdienen aan de consumptie doordat de cateraar een percentage van de omzet afstaat of een flink bedrag betaalt voor een standplaats.

Ook sponsors kunnen festivals voorzien van geld. Dick Vos, producent van evenementen, schat dat het popfestival gemiddeld eenderde van het budget verkrijgt uit sponsorinkomsten. ,,Die variëren van een paar duizend gulden tot ruim een ton. De meeste festivals hebben verscheidene sponsors. Ze trekken het niet zonder hen.''

In ruil voor reclame op podia, kaartjes, advertenties en dergelijke, delen sponsors mee in de kosten. Daar zijn grofweg twee mogelijkheden voor. ,,Negen van de tien sponsors schenken geld. Een andere mogelijkheid is facilitaire sponsoring. In dat geval leveren sponsors materiaal, bijvoorbeeld podia of tenten, voorzien van hun logo's. Ook komt het wel voor dat bierbrouwerijen sponsoren via een korting op de inkoop van bier en ook bijvoorbeeld de bekertjes en de verkooppunten leveren'', zegt Vos.

Bedrijven sponsoren popfestivals voornamelijk om naamsbekendheid te krijgen. Ze willen dat een bepaald festival wordt gekoppeld aan hun naam. De logo's van Samson, Dommelsch, Coca Cola en Postbank zijn al jaren opvallend aanwezig op de grote Nederlandse popfestivals.

Ook popfestivals kunnen geld verkrijgen uit subsidies. Toch gebeurt dat maar zelden. Lowlands is een van de uitzonderingen. Omdat Lowlands behalve muziek ook theater, dans en film aanbiedt, krijgt het geld uit het Fonds voor de Podiumkunsten. ,,Maar dan hebben we het niet over belachelijke bedragen. Het ministerie wil graag jeugd naar het theater lokken. Als de jeugd niet naar het theater komt, brengt de organisatie van Lowlands het theater wel naar de jeugd toe. Hier wil het ministerie wel in investeren. Theater is duur, met die subsidie is het eerder mogelijk om gezelschappen aan te trekken'', stelt Giezenaar van Mojo Concerts.

Voor popfestivals is het moeilijk om een subsidie te krijgen. De eisen zijn hoog en veel aanvragers hebben geldgebrek, waardoor ze geen advocaat in de arm kunnen nemen. Hierdoor weten ze vaak te weinig van subsidieprocedures. ,,Een goed uitgewerkte en opvallende aanvraag, maakt meer indruk op de fondsen. Hier hebben festivals geen advocaat voor nodig, dat kunnen ze met hun eigen creatieve inzicht ook wel'', zegt Anne-Marie Klijn, entertainment-advocaat bij Boekel De Nereé.

Klijn heeft het idee dat de popwereld te weinig naar subsidies kijkt. ,,Met mensen uit de popwereld werken wij niet veel samen. Mensen met een klassieke achtergrond vallen vanuit de traditionele hoek sneller aan. Ze voelen zich eerder aangetast in hun rechten. Als popmusici een subsidie niet krijgen of niet meer krijgen, denken ze `jammer' en laten ze het er verder bij zitten. Dat komt misschien door hun relaxte levenshouding. Maar ook zij hebben geld nodig.''

    • Lisette Douma