Terugtrekplekken

Met het aantal huiseigenaren neemt ook het aantal tuinbezitters toe en met het voller worden van Nederland groeit de behoefte aan afzondering. Die behoefte kan worden bevredigd in een blokhut of tuinhuis. Een overzicht van de tuinhuizenmarkt.

Kota is Laps voor teepee. Als Lappen uitrusten van het rendiermelken of van het bestaan in bredere zin, doen ze dat graag in een soort Noord-Amerikaanse indianentent: veelhoekig dankzij evenveel stokken die in de hoogte rond een rookgat samenkomen. Dat bracht de Finnen op het idee kota's van hout te maken – en dat bracht Ed en Dinie Kommer uit Ruurlo weer op het idee houten kota's uit Finland te importeren.

Tussen de dennen bij hun hoofdkwartier gaat Dinie voor naar een blauwgroen gebeitste, zeskantige teepee- annex kotavormige blokhut. Op houten banken tegen de houten wanden liggen rendiervellen, in het midden verheft zich een ronde, ijzeren stookplaats om de poolkoude buiten te houden, om een zalm te grillen die je zelf uit een wak viste, of om een wok te verhitten voor iets indisch of chinees. ,,Het is ideaal om op te roerbakken'', zegt Kommer met een blik op de vuurplaats. Herinneringen aan de Achterhoek vervagen, virtuele wolven lopen likkebaardend langs de thermopane ruiten tot er iemand naar buiten moet. Voor een gesprekje bij de bank bijvoorbeeld: een kota van negen vierkante meter kost zonder rendiervellen ruim twaalfduizend gulden; een tweemaal zo grote heb je voor ƒ18.700.

Kota's zitten daarmee aan de top van de snel groeiende tuinhuizenmarkt, maar de account manager die even rekent, ziet dat het haast te geef is. Een gemiddeld woonhuis kost per vierkante meter drie tot vijf keer zoveel als een kota, en tien keer zoveel als een regulier tuinhuis. Wie groter wil gaan wonen en een tuin heeft en slim is, verhuist niet, maar neemt er een huis bij. Bouwmarkten en tuincentra doen vooral in blokhutten, met balken die op de hoeken iets uitsteken. Aan subarctische uitstraling geen gebrek, maar één opgezette elandkop aan de wand en je kunt er niet meer bij. Een slag groter lijkt nóg slimmer, al moet je daarvoor naar gespecialiseerde bedrijven. Het Lunterse berghuis (4.50 bij 4.75 meter) doet bijvoorbeeld ƒ452 per meter en is volgens een folder van fabrikant Brandola `reuze geschikt als gastenverblijf'. Dat daarmee wordt gedoeld op gasten die je nooit meer terug wilt zien is niet waarschijnlijk, want de wanden zijn van 3,5 centimeter dikke, massieve, eerste keus, Noord-Europese balken, de tiroler dakrand geeft aan elke logeerervaring een alpiene omlijsting, en openslaande deuren geven toegang tot wat er over is van de tuin. In de hoofdwoning kan de logeerkamer van een paar duizend gulden per meter een nuttiger bestemming krijgen, en als bonus heb je aanzienlijk minder logégekwek aan je oren.

Daarmee is nog maar één bestemming van het tuinhuis genoemd. Bert van Middendorp weet er wel meer. In Kootwijkerbroek, pal naast de boerderij van het omstreden MKZ-geval, zaagt en timmert zijn personeel wekelijks een tuinhuis of drie met de merknaam Wesselhoek. Een van zijn specialiteiten, het kleine achtkantige, opengewerkte prieel met 18de-eeuwse uitstraling, dient vaak alleen maar als ornament en om diepte aan de tuin te geven. ,,Zetten ze er een paar stoelen in om eens te kunnen rusten van het harken, en dat is het dan.'' Niet dat de rest van zijn cliëntèle veel meer wil: ,,De meesten willen een tuinhuis om in te zitten. En 's winters is het een berging.''

Het lijkt triviaal, maar er is meer aan de hand. Er zijn veel vormen van zitten. Kota's worden meestal met de raampartij van het woonhuis af geplaatst, maar de tuinhuizen uit Kootwijkerbroek hebben volgens de fabrikant altijd zicht op het hoofdkwartier. Wijzend naar het vijfhoekige model Eveline (3,25 bij 3,25; ƒ5.775) waarvan er jaarlijks 75 de poort uit gaan: ,,Dat zet je in een hoek van de tuin, de glazen deuren zitten schuin, en zo kun je mooi naar je huis kijken.'' En dan kun je elkaar toezwaaien? ,,Ja!''

In een kota zit je volgens Dinie Kommer juist om even nergens mee te maken te hebben. ,,Veel mensen trekken zich hier terug, voor meditatie of om naar muziek te luisteren.'' Middendorp waagt zich niet aan een theoretische onderbouwing van het verschil; daarvoor moeten we naar B. Wuestman van de grote Lugarde tuinhuizenfabriek in het Gelderse Laren. ,,Je zit buiten en toch binnen'', signaleert hij als managing director – en als ervaringsdeskundige: in zijn tuin staat naast het zwembad een Prima Fifth Avenue Duo Maxi (3,00 bij 4,80; ƒ9.660). ,,Veel mensen kijken vanuit hun woonkamer naar het huis van de buren – nooit naar hun eigen huis. Zit je in je tuinhuis, denk je: Verrek! Wat een leuk huis!''

Evenmin als Middendorp beschikt Wuestman over aanwijzingen dat een heftige afzonderingsdrang de gemiddelde tuinhuisganger in beweging zet. Ter illustratie noemt hij de categorie startende vutters en gepensioneerden: vaak willen ze dan een tuinhuis om hun wederhelft niet van vroeg tot laat voor de voeten te lopen, en/of als hobbyruimte. Merkwaardig genoeg wil menige wederhelft dan zelf ook ineens een tuinhuis. En vervolgens valt de keus in veel gevallen op twee tuinhuizen met een verbindingsgang ertussen, zodat je naar de hoofdwoning moet om even alleen te zijn.

,,Ja'', wil de Utrechtse reclameschrijver Rafaël Barnhard wel beamen, ,,er wordt af en toe gezwaaid.'' Vijftien passen achter zijn huis staat sinds drie jaar een tuinhuis waar hij met groot genoegen kantoor houdt. Vanachter een grote werktafel kijkt hij door vier glazen deuren zijn huis in, en kan hij zijn kinderen (5 en 7) zien langs rennen, terwijl hun moeder of de oppas de leiding heeft. ,,Soms zitten de kinderen hier een tekening te maken'', zegt Barnhard bij de brandende gaskachel in zijn schitterende werkplek, ,,en soms is dit verboden terrein voor ze.''

Een bureau met pc, achter in het tuinhuis, biedt meer afzondering dan de tafel bij de deuren. Volgens Barnhard combineert een tuinhuis de bekende voordelen van thuiswerken, zoals nooit in de file staan, met de rust die in menig kantoor aan huis ontbreekt. ,,Werken in een tuinhuis geeft mij de perfecte balans tussen privé en zakelijk. Tussen huis en tuinhuis ligt een fysieke en psychologische demarcatie waarmee ik zelf kan schuiven, naargelang mijn werkdruk en mijn stemming. Het is niet meer dan een paar stappen, maar toch ga je een grens over.''

Fax, telefoon (met apart nummer) en internet doen de afstand tot opdrachtgevers intussen vervagen, al vindt Barnhard zijn kantoor niet chique genoeg om klanten te ontvangen. In een wereld die ten onder gaat aan chique kantoren met steriele interieurs, spic & span van plint tot deurknop, lijkt die vrees ongegrond. Hoeveel accountants, advocaten of andere kantoorgangers hebben bijvoorbeeld tuindeuren die vrijkwamen bij de sloop van een gesticht? Barnhard wel. Oorspronkelijk waren het er tien. De andere zes zitten in een tuinhuis bij Geldrop, naast de grote werkloods van tuinhuis- en meubelontwerper Piet Hein Eek – bekend om zijn gebruik van sloopmateriaal.

Barnhards werkplek was een van Eeks eerste tuinhuizen. Het exemplaar naast zijn loods werd al vaak gefotografeerd, want binnen is het front van een wandgrote ladekast gemaakt van sloopplanken vol oude verfsporen: kleuren verschillen ongegeneerd, verf ontbreekt waar de planken in hun vorige leven tegen balken zaten, het bladdert, en het is prachtig. Een ander Eek-huis begon met twee halfronde fabrieksdeuren die de maten aangaven voor de rest. ,,Je krijgt daardoor een vorm die je nooit had gekregen zonder die deuren'', zegt hij naast het resultaat. Wat Eek doet is, onder meer, ,,een aanklacht tegen de weggooi- en sloopcultuur. Wat wordt weggegooid is vaak veel mooier dan wat er voor in de plaats komt.''

Het gebruik van sloopmateriaal betekent maatwerk: ,,In mijn opleiding draaide het vooral om produceerbaarheid en massaproductie en dat soort onzin'', verduidelijkt hij. Massaproductie is wel goedkoper: een Eek-huis doet gemiddeld ƒ35.000.

Het mooiste aan elk tuinhuis zijn de nevelen waarin de functie is gehuld: een overdekte leegte waarin ongeveer alles mogelijk is. Menig tuinhuis werd al omgebouwd tot woonplek voor een binnenshuis niet langer te handhaven puber. Iemand die zelf in zijn tuinhuis wilde gaan slapen, terwijl het van de gemeente alleen als hobbyruimte mocht worden gebruikt, kreeg van zijn aannemer het advies: ,,Dan zegt u toch gewoon dat slapen uw hobby is.''

Een sauna is in een tuinhuis snel geplaatst en in een kota kan zelfs worden volstaan met het plaatsen van een saunahittebron. Er zijn meldingen van tuinhuizen als hondenhokken, therapieruimtes en naaiateliers. En voor het geval de aflossing van de tuinhuishypotheek in moeilijkheden komt: Wuestman van Lugarde noemt terloops de mogelijkheid de onderzijde van een raamkozijn met een brede plank uit te rusten zodat er ijsco's en candybars van eigenaar kunnen veranderen.