`Stichting Boijmans moet iets doen'

De New-Yorkse bankier Eberstadt, gesteund door de Amerikaanse regering, eist teruggave van drie kunstwerken van Jan Toorop door Nederlandse musea. VS-gezant Bindenagel wil geen druk uitoefenen op de Nederlandse overheid, maar bemoeit zich wel met de zaak.

De speciale gezant van de Amerikaanse regering voor Holocaust-zaken, J.D. Bindenagel, ontkent dat hij druk uitoefent op de Nederlandse overheid om drie kunstwerken van Jan Toorop uit Nederlandse musea af te staan aan de New-Yorkse bankier Walter Eberstadt. De 79-jarige Eberstadt is een kleinzoon van het in de oorlog omgekomen joodse echtpaar Ernst en Gertrud Flersheim aan wie de kunstwerken voor de oorlog toebehoorden. Ruim twee jaar geleden diende Eberstadt in Nederland claims in voor de drie werken van Toorop die tot dusver niet werden gehonoreerd.

Volgens Bindenagel heeft hij, in een brief aan de Nederlandse ambassadeur in Washington Joris Vos, slechts geïnformeerd of er een oplossing in zicht is in de kwestie Eberstadt. Die brief kwam bovendien voor de Nederlandse regering niet als een verrassing, aldus Bindenagel. ,,De Amerikaanse ambassadeur in Nederland, Cynthia Schneider, heeft de claims van Eberstadt al enkele maanden geleden aangekaart bij het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en bij staatssecretaris van Cultuur R. van der Ploeg. De Nederlandse overheid wist dat ook ik mij om deze zaak bekommer en dat ik mij namens de Amerikaanse regering op de hoogte wilde stellen van de ontwikkelingen.''

Bindenagel, die als `reizend diplomaat' voor het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken werkt, zegt de afgelopen jaren regelmatig overleg te hebben gevoerd met de Nederlandse regering, niet alleen over de restitutie van oorlogskunst, maar ook over de joodse bank- en verzekeringstegoeden en over de compensatie van Nederlanders die in de oorlog als dwangarbeider in Duitsland werden ingezet.

Bindenagel: ,,Het is nuttig om het beleid van verschillende landen inzake de teruggave van joods bezit dat door de nazi's werd geroofd, op elkaar af te stemmen. Daarom heb ik in Nederland meermalen besprekingen gevoerd met de ministeries van Financiën, van Buitenlandse Zaken en OCenW.Dat is alleen al belangrijk voor internationale bruiklenen. Gelukkig wordt daar ook door Nederland nu hard aan gewerkt.''

Bindenagel is nu in Nederland voor de internationale Holocaust-conferentie die gisteren door premier Kok in Amsterdam werd geopend. Eind vorige week werd bekend dat Bindenagel zich inzet voor de claims van Eberstadt op de werken van Toorop. Het gaat om het schilderij Het gebed voor de maaltijd (1907), eigendom van de Zeeuwse Museumstichting, het schilderij De Thames bij London Bridge (1885) van de Gemeente Rotterdam en de tekening Godsvertrouwen (1907) die toebehoort aan de Stichting Museum Boijmans van Beuningen. De werken zijn door de nazi's in beslag genomen en verkocht nadat het echtpaar Flersheim in 1937 uit Frankfurt naar Nederland was gevlucht met achterlating van hun bezittingen. Via de kunsthandel kwamen ze in Nederlandse musea terecht.

Eberstadt is inmiddels in gesprek met de Zeeuwse Museumstichting over een schikking waarbij het doek in het Zeeuws Museum in Middelburg kan blijven.

De Gemeente Rotterdam wil het schilderij De Thames bij London Bridge niet teruggeven omdat het volgens de gemeente niet uitgesloten is dat Eberstadts grootvader Ernst Flersheim het doek in 1937 zelf van de hand heeft gedaan. Volgens een woordvoerder van de gemeente heeft ambassadeur Cynthia Schneider vorige week contact opgenomen met de Rotterdamse wethouder voor kunstzaken Hans Kombrink. De afdeling Kunstzaken zal de oorlogsgeschiedenis van het schilderij nu opnieuw nagaan en daarna een advies uitbrengen aan het college van BenW van Rotterdam.

Bindenagel is niet van plan zich te mengen in het beleid van de gemeente Rotterdam omdat hij er van uitgaat dat die `een verstandige beslissing' zal nemen. Wel wil hij overleg voeren met de voorzitter van de Stichting Museum Boijmans van Beuningen, J.N.A. van Caldenborgh, over de tekening Godsvertrouwen die de Stichting sinds 1943 in haar bezit heeft.

Bindenagel: ,,De claim op Godsvertrouwen is voor Eberstadt duidelijk een halszaak. De Stichting moet inzien dat ze deze kwestie niet kan afhandelen door met de armen over elkaar te blijven zitten. Ze moeten iets doen.''

Van Caldenborgh laat desgevraagd weten dat hij Bindenagel graag zal ontvangen: ,,Ik heb hier de Amerikaanse ambassadeur Schneider ook al op bezoek gehad. Haar boodschap was duidelijk: teruggeven die tekening. Maar ik heb als voorzitter van deze stichting ook te maken met de statuten en met de nagedachtenis van de bestuursleden die de tekening destijds in goed vertrouwen aankochten. Staatssecretaris Van der Ploeg heeft ons nu in een brief een voorstel gedaan voor een oplossing van de zaak. Het stichtingsbestuur zal daar aan het eind van deze maand over vergaderen. Zoals het er nu uitziet zullen we niet buigen voor de druk die van alle kanten op ons wordt uitgeoefend, maar ik sluit niets uit.''

Volgende week zal directeur-generaal J. Riezenkamp van het ministerie van OCenW in Washington overleg voeren over de claim op Godsvertrouwen en de twee andere claims van Walter Eberstadt.

In zijn gesprekken met het Nederlandse ministerie van OCenW heeft Bindenagel in een eerder stadium ook de claims ter sprake gebracht van de erven Goudstikker en van Nick Goodman, de in Los Angeles wonende kleinzoon van het in de oorlog vermoorde joodse echtpaar Friedrich en Louise Gutmann. De claim van Goodman heeft betrekking op kunstvoorwerpen uit het bezit van zijn grootouders die na de oorlog uit Duitsland werden gerecupereerd en in het bezit kwamen van de Nederlandse Staat.

Op de Goodman-claim wil Bindenagel niet ingaan: ,,Die is nu in behandeling bij de Nederlandse regering. Over de zaak Goudstikker hebben wij van de Nederlandse regering begrepen dat na de oorlog met de weduwe Goudstikker een schikking werd getroffen. Daar kan alleen nog aan worden getornd als beide partijen de zaak willen heropenen.''

Bindenagel wil niet beweren dat Nederland een slechte reputatie heeft wat betreft de restitutie van oorlogskunst. ,,De opstelling van Nederland en andere Europese landen is weleens wat formeel-juridisch vergeleken bij die van de Verenigde Staten. In Europa speelt de verjaring van deze zaken ook een rol. Nederland heeft over het geheel genomen geen slechte naam bij de afwikkeling van door de nazi's geroofde goederen, maar bij de behandeling van bepaalde gevallen kun je wel vraagtekens zetten.''