Oplichtende ontstekingen

Nemen we op onze oude dag een kunst- of een varkenshart of toch maar een uit cellen gekweekt hart? In het Haagse Museon spiegelt de tentoonstelling `Future body' de bezoeker voor wat hij in de nabije toekomst aan en in zijn lijf kan verwachten.

Die toekomst begint al bij binnenkomst. Iedere bezoeker van `Future body' krijgt een elektronische ID-card van wit plastic. Op deze kaart worden naam, leeftijd en geslacht vastgelegd. Bijna alle interactieve dingen die de bezoekers op de tentoonstelling doet, worden op de kaart weggeschreven en aan het eind moet hij worden ingeleverd. Thuis kan de bezoeker nog eens rustig op de website van het museon bekijken wat hij heeft gescored.

`Future body' komt uit Denemarken. In het Kopenhaagse Experimentarium (een doe-museum dat zich vooral richt op de schoolgaande jeugd) haalde de tentoonstelling 250.000 bezoekers in negen maanden.

De tentoonstelling is leerzaam en onthullend. Zo staat er een thermische camera die warmteverschillen registreert. Levensgroot geprojecteerd op een flink scherm zien de voorbijgangers er vreemd uit. Donkerblauwe contouren tekenen het lichaam af, terwijl handen en gezicht geel en rood oplichten. Het zijn die plekken die, onbelemmerd door kleding, lichaamswarmte uitstralen: hoe geler, hoe warmer. ,,Er was hier laatst iemand met een ontsteking aan zijn enkel'', zegt conservator Judith Aartsen. ,,Die ontsteking lichtte duidelijk op.''

Een computer verderop toont een virtuele mens, een lichaam waarvan op elke willekeurige hoogte dwarsdoorsneden te bekijken zijn. Op de film is te zien hoe Amerikaanse geleerden een stijfbevroren lijk in dunne plakjes zagen. Daarna worden de foto's van de mensenplakjes in de computer gevoerd. Eenmaal digitaal is het lugubere eraf, en levert de virtuele mens een interessante reis door het menselijk lichaam op. De manshoge kloonspiegel die er vlak naast staat en een antwoord geeft op de vraag `Hoe zou je eigen kloon eruit zien?', is daarentegen een wat flauw en gemakzuchtig onderdeel. Die simpelheid detoneert tussen alle technieksnufjes.

Even verder staat de `verouderingscomputer' die antwoord geeft op de vraag: hoe zie ik eruit over 25 jaar? Een groepje volwassen mannen verdringt zich kinderlijk uitgelaten voor het scherm. Onder grote hilariteit gelardeerd met ontzetting bestuderen zij de kraaienpoten en vervormingen die de computer op het beeld van hun gezicht heeft aangebracht.

In een vitrine over `vervangingsgeneeskunde' is op een plexiglazen model van een mens te zien welke onderdelen van het menselijk lichaam door middel van protheses en sensor- en stimulatie-apparaten allemaal met technische hulpmiddelen te vervangen zijn. Het model hangt zo vol met onderdelen, dat daarbij vergeleken het sleutelbord van een automonteur het toonbeeld van overzichtelijkheid van wordt. De bionische mens, al bekend uit de sf, komt er aan.

Andersom gaan robots steeds meer op de mens lijken. Bij `Future body' rijden een aantal zelfstandige robots rond die zo hun eigen gedrag hebben. Er zijn er die van licht houden en andere die juist liever in de schaduw blijven. De bezoeker kan deze robots sturen met een zaklamp.

Ten slotte geeft de digitale dokter bezoekers een gezondheidsadvies. Na het beantwoorden van vragen over gewicht, leeftijd, lengte en eetpatroon, volgt de diagnose. Ook Aartsen heeft het geprobeerd: ,,Ik kreeg het advies om meer fruit te gaan eten. Dan denk je, ja, het is maar een computer. Maar toch merkte ik dat het me bezighield. Ik ben het toch maar gaan doen, voor alle zekerheid.''

`Future body' t/m 6 jan 2002 in het Museon, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Open di t/m zo 11-17u. Toegang vanf 12 jaar ƒ13,50 Tel. 070-3381338 Internet www.museon.nl