`Mitterrand wist van marteling Algerijnen'

François Mitterrand, wijlen de president van Frankrijk, was in de jaren vijftig als minister van Justitie op de hoogte van de martelingen en massale moordpartijen door het Franse leger in Algerije en hij moedigde deze zelfs aan.

Dit schrijft de Franse oud-generaal Paul Aussaresses, een van de hoofdrolspelers in de slag om Algiers in 1957, in zijn vandaag verschenen boek `Services spéciaux, Algérie 1955-1957'. Aussaresses beschrijft hoe hij destijds tegenstanders persoonlijk systematisch doodmartelde en geeft toe aan het hoofd te hebben gestaan van een ,,doodseskader''. Hij deed deze bekentenissen al eerder, in november vorig jaar, in Le Monde. Nieuw is dat hij nu tevens de rol van de politiek verantwoordelijken aan de orde stelt.

De met het Légion d'Honneur onderscheiden generaal Aussaresses (nu 83) zegt tegen Le Monde van gisteren een proces wegens oorlogsmisdaden niet te vrezen. ,,Ik neem het risico. Als justitie me vervolgt, jammer dan!'' De generaal gaf eerder al toe minstens tachtig mensen zonder vorm van proces te hebben geëxecuteerd. Hij zegt daar nu over: ,,Een leven is weinig waard voor me, het mijne niet meer dan dat van anderen. (...) Toch ben ik niet onverschillig (...). En vooral niet jegens het groepje mannen dat ik aanvoerde. Die bezaten de in mijn ogen belangrijkste eigenschap: vaderlandsliefde.''

Marteling noemt hij ,,heel doeltreffend'': ,,Het merendeel van de mensen slaat door en praat.'' Berouw heeft hij niet. Hij betreurt alleen dat een man die hij doodmartelde ,,niet gepraat heeft voordat hij stierf''. Over zijn motieven nu pas een boek te schrijven zegt hij dat hij ,,de laatste veertig jaar andere dingen te doen'' had, maar er de laatste maanden achter was gekomen dat de Algerijnse oorlog veel mensen interesseert.

Premier Jospin en president Chirac hebben beiden gezegd dat de onthullingen geen aanleiding zijn voor ,,collectieve schuldbetuiging'', maar dat historici hun werk moeten doen en ,,de waarheid'' aan het licht moeten brengen.