In de Bijlmer moet jong talent vechten

Regisseur Sophie Hoeberechts werkt in de Amsterdamse Bijlmer met 21 schoolkinderen aan het toneelstuk `Ik ben mijn grootste fan', met veel improvisaties: ,,Ik heb liever dat ze fiks struikelen en dan iets geniaals doen.''

,,Ruggen recht! Laat die armen gewoon langs je lichaam hangen, kom op schattebouten, deze scène werkt echt het beste als jullie alleen met jezelf bezig zijn.'' Gewapend met microfoon en strenge blik torent regisseur Sophie Hoeberechts boven de kinderen uit. Ze repeteren een scène uit de voorstelling Ik ben mijn grootste fan! Twee dagen voor de première ,,spuit de adrenaline ze de oren uit'', zegt Hoeberechts. De jonge acteurs en actrices, tussen de acht en dertien jaar oud, zitten allemaal op basisschool De Blauwe Lijn in de Amsterdamse Bijlmer. Een zwarte school, ingesloten tussen vervallen flats en ongure parkeergarages.

Samen met Finn Poncin en Judith Bovenberg heeft Hoeberechts een groep van 21 kinderen onder haar hoede. Het project is een uitvloeisel van `Nes in de Bijlmer'. Vorig jaar streken de Nestheaters neer in Zuidoost om daar `talenten' te ontdekken en samenwerkingsverbanden te smeden. Hoeberechts had niet eerder kinderen geregisseerd, maar speelde wel al jaren voor hen, samen met Poncin en hun theatergroep O'Mamaree. Bovendien heeft ze affiniteit met kinderen door haar rol in de jeugdserie Loenatik van de VPRO.

Oorspronkelijke opzet was werken met de hele school, zo'n honderd kinderen groot. Ongeveer de helft van hen bleek niet geïnteresseerd of mocht niet meedoen van de ouders. Het project begon begin januari met 52 kinderen. Toen kwam de afvalrace. ,,Het bleek absoluut onmogelijk om ze ook maar één minuut stil te krijgen'', vertelt Hoeberechts. ,,Je zit hier toch in een achterstandswijk en hebt te maken met verwaarloosde kinderen. Ouders zien zo'n toneelproject als het verlengde van naschoolse opvang en veel kinderen dachten er net zo over. Ze hadden absoluut geen ambitie om `ontdekt' te worden, ze terroriseerden, vochten en sloegen. De helft moest weg.''

Uiteindelijk bleven er 23 redelijk gemotiveerde kinderen over, waarvan er nog twee vlak voor de première afvielen. Toch is Hoeberechts nu tevreden. ,,Het stuk gaat echt over hen en het gevecht dat ze hebben moeten leveren om bij de première uit te komen. Dat vind ik geen noodgreep, maar werken met wat je hebt. Ik ben nooit bang geweest dat je met zo'n grote groep jonge kinderen geen mooie voorstelling zou kunnen maken. Je moet ze alleen niet in een keurslijf drukken of dingen laten doen waar ze niet achter staan. Zo heb ik geen teksten voor ze geschreven, we werken met de verhalen waar ze zelf mee aankomen. Dat is moeilijk genoeg, want wat ze de ene week prachtig vertellen, kan hen de volgende week volledig in de war brengen.''

`Jonge kinderen in een spannend drakengevecht' luidt de ondertitel van het stuk. ,,Je hebt keurige kinderen die al een dik harnas van beschaving hebben opgebouwd tegen de tijd dat ze tien, elf, zijn. Deze kinderen niet. Ze hebben maar een heel dun laagje vernis en daaronder zit een enorme draak verborgen, die bij de minste prikkeling vuur spuugt. Dat is moeilijk voor ze en ik heb ze steeds opnieuw verteld dat ze wel mogen uitbarsten maar ook bij zichzelf moeten blijven, ondanks het feit dat er dingen misgaan.''

Het beste valt de voorstelling te typeren als `theaterjazz': een vast thema met improvisaties eromheen. Net als de stukken van O'Mamaree is het een combinatie van dans, film en `gecomprimeerde scènes met tekst' geworden. Precies wat de bedoeling was, want al is Hoeberechts streng, al te strak wil ze niet worden. ,,Ik hou niet van theater met vastgelegde stapjes, ik heb liever dat ze een paar keer fiks struikelen en dan iets geniaals doen.''

Blijkbaar werkt die aanpak, want even later pakt een schuchter meisje de microfoon en zegt: ,,Ik werd gepest door twee grote jongens. Omdat ik te veel eet, zeiden ze. Dat deed pijn. In mijn buik. Maar nu heb ik geen pijn meer. Ik ben belangrijk. Ik mag er zijn.'' Hoeberechts: ,,Dat vind ik zo mooi, daarvan krijg ik tranen in mijn ogen.''

`Ik ben mijn grootste fan!' 5 en 6 mei BZO Ganzenhoef, Amsterdam Zuidoost. 11 t/m 13 mei De Brakke Grond, A'dam. Inl. 020 - 626 68 66.