Illegale Turken meteen opgevangen in Turkse kring

Illegale Turken houden zich staande met hulp van familie, koppelbazen en Turkse huiseigenaren. De nieuwe bediende in een koffiehuis in Rotterdam-West is ook illegaal.

Sakir is al acht jaar toerist – het Turkse eufemisme voor illegaal. Hij werkt zwart, verdient geld voor zijn alleenstaande moeder in Turkije en zou wel willen trouwen, om een legale status te krijgen. Maar dat is nog niet gelukt. Turkse meisjes hebben een gezond wantrouwen tegen illegale landgenoten: wil hij trouwen om mij, of om de verblijfsvergunning?

Sakirs oom regelde zijn visum, haalde hem naar Nederland, hielp bij het vinden van baantjes en bood onderdak. Acht jaar later woont Sakir nog steeds bij zijn oom en tante, in een nieuwe flat in de Rotterdamse wijk Spangen. Hij beweegt zich in een Turkse schaduwwereld, in de marge van de Nederlandse samenleving.

Richard Staring wijst het huis aan. Sakirs verhaal, zegt de cultureel antropoloog, is illustratief voor de manier waarop illegale Turken hun weg vinden in Nederland. Hoe zij ondanks de steeds strengere Nederlandse regelgeving – gericht op uitsluiting van illegalen – het hoofd boven water houden met hulp van familie, vrienden, kennissen, koppelbazen en huiseigenaren. Allemaal van Turkse afkomst. Want ons kent ons en wij helpen elkaar. Staring: ,,De illegale migratie en aanwezigheid van Turken speelt zich volledig af binnen Turkse netwerken en in een Turkse economie.'' Het is de voornaamste conclusie van zijn proefschrift, Reizen onder regie Het migratieproces van illegale Turken in Nederland. Familieleden staan garant, zodat Turken op een toeristenvisum naar Nederland kunnen reizen. De overkomst is geregisseerd. Bij aankomst worden de `toeristen' opgevangen. Ze krijgen onderdak, soms geld en worden op alle mogelijke manieren binnen een Turks circuit aan werk geholpen. En uiteindelijk wordt geprobeerd de toeristen een legale status te bezorgen, door hen te koppelen aan een legaal Turks meisje.

In de afgelopen acht jaar heeft Staring intensief 52 illegale Turken gevolgd. Hij leerde hen kennen in koffiehuizen, winkels, via andere mensen of in de moskee. ,,Ik ging daar rondhangen, backgammon spelen. En af en toe bracht ik het gesprek op illegaliteit.'' Staring spreekt Turks. ,,Anders had ik deze studie nooit kunnen doen'', zegt hij. Vrijdag promoveert hij aan de Erasmus Universiteit.

Sakir, een van Starings respondenten, werkte als ober in een Turks koffiehuis op de Mathenesserweg in Rotterdam-Delfshaven. Er liggen dikke kleden op de tafeltjes, aan de muur hangen posters van Turkije, de televisie staat op een Turkse zender, in de hoek staat nogal plompverloren een enorme Coca Cola-koelkast. Er zijn twintig Turkse mannen, ze kaarten en lezen Turkse kranten. ,,Is dat politie'', vragen ze elkaar in het Turks, op het moment dat er twee vreemden binnenkomen. Staring stelt hen gerust, ook in het Turks. Dat breekt het ijs.

De Turkse koffiehuizen, restaurants en slagerijen zijn typisch plekken waar de toeristen werk vinden. ,,De Turkse economie is omvangrijk'', zegt Staring. ,,Dat biedt ruimte voor zwart werk.'' Ofwel: de eigenaar van een zaak neemt een illegale landgenoot in dienst. En dus is de nieuwe bediende in het koffiehuis op de Mathenesserweg ook illegaal. Hij is nu negen maanden in Nederland.

Behalve de horeca is ook de land- en tuinbouw populair bij de Turkse illegalen in Rotterdam het Westland is dichtbij. Dat gaat altijd via Turkse koppelbazen. Verder werken de toeristen in de bouw of in `de confectieindustrie' (lees: Turks naaiatelier). Ook dat gaat altijd via-via, zegt Süleyman. Hij heeft in twaalf ateliers gewerkt. ,, Je noteert van elkaar de telefoonnummers van de ateliers. Als ik geen werk heb, bel ik en vraag ik of ze mensen zoeken.''

Het is niet zo ingewikkeld. En dat de toeristen zelf gebruikmaken van Turkse contacten, dat zij het koffiehuis inlopen en vragen `kan je mij helpen, want ik ben toerist' is heel begrijpelijk. Ze bevinden zich in een lastige positie en kunnen zonder hulp vrijwel niets. Opvallender is dat de legale Turken zo massaal hun illegale landgenoten steunen. Ze stimuleren hun overkomst en helpen actief bij de inbedding in Nederland. De helft van de legale Turken heeft toeristen geholpen bij het vinden van werk. Ze verwijzen de nieuwkomers door naar een koppelbaas of informeren bij hun eigen baas. Driekwart van de legale Turken kent en steunt toeristen in hun directe omgeving.

Het hemd is natuurlijk nader dan de rok. Turken helpen vooral hun familie, en dan vooral de nabije familie. En niet onbelangrijk: ,,Ze zien illegaal verblijf niet als iets crimineels. Ze vinden het ook logisch om de toeristen te ondersteunen. Ze zijn vaak zelf ook illegaal geweest'', zegt Staring. De legale Turken voelen zich verantwoordelijk voor hun illegale landgenoten, niet voor andere illegalen. ,,De hulp is exclusief voorbehouden aan Turken'', zegt Staring. Uit het proefschrift doemt het beeld op van een op onderlinge steun gefundeerde gemeenschap.

Maar zo rooskleurig is het voor de toeristen zelf niet. Ze zijn afhankelijk van hun familie die huisvesting biedt. Als ze zich niet gedragen, komen ze misschien op straat te staan. En als ze met een paar andere illegalen een ruimte huren altijd bij een Turkse huiseigenaar is dat ook niet echt prettig. Ze voelen zich afhankelijk en leiden een marginaal bestaan. Legale Turken beschouwen hen toch als minderwaardig. Ze werken voor een paar gulden per uur en kunnen net zo snel worden ontslagen als aangenomen. Sakir werkte in tamelijk korte tijd overal en nergens. Op een schip in Amsterdam, in een Turkse bar in Rotterdam, op een kippenboerderij in Eindhoven en als stenenverver in Hilversum. Zo reist hij rond, het zwarte werk in het Turkse circuit achterna. ,,Het is eigenlijk geen leven'', zegt Staring.

Toch zal het doorgaan, denkt hij. ,,De overheid vindt dat misschien niet leuk, maar het is de realiteit. De toeristen blijven komen.'' Niet alleen in Nederland trouwens. Staring beschrijft uitgebreid de transnationale Turkse netwerken in West-Europa. Kort gezegd: omdat er overal Turken wonen, zullen Turkse illegalen overal heen reizen. En omdat driekwart van de Turken trouwt met iemand uit Turkije, zal ook de vervolgmigratie nog minstens twintig jaar doorgaan.

Starings vrees is dat het restrictieve Nederlandse beleid de informele Turkse economie verder ondergronds zal duwen, dat mensensmokkelaars machtiger worden en dat illegalen in een nog beroerdere positie belanden. Nu zijn de toeristen door de hulp van familie en kennissen nog niet op straat of in de criminaliteit beland. Staring: ,,Maar als het beleid nog strenger wordt, zal dat wel gebeuren.''