Heldhaftig weglopen

Op een expositie in Heerenveen is te zien welk lot dienstweigeraars en deserteurs in nazi-Duitsland wachtte. Een betrekkelijk onbekend aspect van de Tweede Wereldoorlog in beeld.

Drie mannen zitten aan de rand van hun vers gedolven graf. Drie lachende soldaten staan achter hen, geweer en pistool op hun achterhoofden gericht. De foto is waarschijnlijk genomen in Litouwen in 1941. Op ruim honderd foto's op de tentoonstelling `Onderdrukking en bevrijding', dienstweigeraars en deserteurs in het Derde Rijk in het Ferdinand Domela Nieuwenhuis Museum in Heerenveen, ziet de bezoeker de waanzin van de Tweede Wereldoorlog in al zijn gruwelijkheid.

Of het nu een foto van een joodse vader is die met zijn zoontje op de arm gelaten de lens inkijkt of die van vermoorde vrouwen uit het getto van Misocz in Polen, waarvan de nog levenden als aangeschoten wild worden afgemaakt, die van een verkoold lijk na een bombardement van Keulen of die van Russische vrouwen die verplicht de executie van verwanten moeten aanschouwen: de foto's op de sobere expositie zijn stuk voor stuk schokkend. Terecht staat aan het begin ervan vermeld dat die niet geschikt is voor jeugdige bezoekers.

De foto's zijn afkomstig uit het Antikriegsmuseum in het voormalige Oost-Berlijn, waar eind jaren tachtig begonnen werd met een speurtocht naar dienstweigeraars en deserteurs in nazi-Duitsland. Fragmenten uit hun afscheidsbrieven staan tussen de afbeeldingen van oorlogsgruwelen. Zo begrijp je als bezoeker waarom dit kleine aantal dappere mannen (geschat wordt dat nazi-Duitsland enkele duizenden dienstweigeraars en deserteurs telde) `nee' durfde zeggen tegen Hitlers oorlogsmachinerie. Het is een expositie zonder opsmuk, die door haar directheid een grote uitwerking op de bezoeker heeft.

Het kostte nogal wat moeite de afscheidsbrieven en foto's van nabestaanden in handen te krijgen. Beschouwen wij de mannen als helden, die een ander licht werpen op het beeld van `de Wehrmachtsoldaat', voor de nabestaanden was het in veel gevallen pijnlijk om herinnerd te worden aan de executie van een familielid. Volgens directeur Ad Geerdink van het museum maakte de expositie indertijd veel los in Duitsland. ,,Veel Duitsers weten nog steeds niet om te gaan met deserteurs in hun familie. Het is een taboe. Een deserteur was niet solidair, liet zijn kameraden in de steek en was misschien gewoon laf.''

De fragmenten uit de brieven en de kleine biografietjes spreken dit laatste tegen. De meeste deserteurs waren principieel tegen het doden van medemensen. Sommigen waren dat uit geloofsovertuiging, anderen weigerden ter plekke in opdracht te moorden. Soldaat Lothar Pfeiffer kreeg opdracht met zijn divisie de bevolking van een dorp bij Kiev uit te moorden. ,,Zoals het heette: Allen afslachten! Toen kwamen de vrouwen eraan met hun kind op de arm. Toen heb ik gezegd: Nee, dat doe ik niet.'' Of hij wist dat dit bevelsweigering was. ,,Ik zeg: het spijt me, maar dat doe ik niet. Ik heb op de grond naast hen geschoten, Dat zag men. Toen heeft men mij uit de groep genomen.''

Franz Jägerstätter (36) werd in maart 1943 gearresteerd, omdat hij niet wilde opkomen. Als gelovig katholiek kon hij dat niet met zijn geweten in overeenstemming brengen. In de gevangenis schreef hij zijn vrouw en drie dochtertjes een brief: ,,Het kan onmogelijk een misdaad of zonde zijn, wanneer men als katholiek de huidige plicht tot militaire dienst weigert, hoewel iemand dan de zekere dood voor ogen heeft. Is het dan niet christelijker om zichzelf op te offeren, dan dat men, om voor zichzelf nog een poosje het leven te redden, eerst nog anderen moet vermoorden, die toch ook het recht bezitten op aarde te leven (..)?''

Alfred Andreas Heiss werd in 1935 veroordeeld tot tien weken opsluiting in het concentratiekamp Columbia in Berlijn, wegens ,,staatsvijandige uitlatingen''. In 1940 weigerde hij een inkwartieringsbevel, werd gearresteerd en in augustus ter dood veroordeeld. Als christen weigerde hij het Wehrmachtuniform aan te trekken. In de stukken van zijn aanklacht staat het zo: ,,Omdat het Nationaal Socialisme anti-christelijk van aard is, moet hij (zo zei hij) het verrichten van militaire dienst voor de nationaal-socialistische staat afwijzen. Hij is, ondanks dat hem gewezen werd op de straf die de wet daarop stelt, bij deze weigering gebleven.''

Gustav Stange wees dienen voor Adolf Hitler radicaal af. Bij het proces voor de krijgsraad vroeg de kapitein hem of hij wist wat er gebeurde wanneer elke soldaat zou weigeren dienst te nemen in het leger. ,,Dan zou de oorlog gelijk afgelopen zijn'', antwoordde hij.

Expositie `Onderdrukking en bevrijding, Dienstweigeraars en deserteurs in Nazi-Duitsland'. T/m 17 juni in het Ferdinand Domela Nieuwenhuis Museum, Minckelersstraat, Heerenveen. Open: di t/m vr 11-17u, za/zo 13-17u. Tel 0513-623408

    • Karin de Mik