Duif op het nippertje gered

Je slaat de hoek om en je staat in een album van Kuifje; daar staat, in een zaal van het Nationaal Luchtvaartmuseum Aviodome, het gedeeltelijk met planten overwoekerde geraamte van een vliegtuig. Op de grond kruipen grote kevers, een enorme libelle rust op de resten van een wiel en bovenin het stalen staketsel kruipt een vogelspin. Kaketoes en papegaaien, zoals we die kennen uit Het Gebroken Oor van Hergé, spelen voor veelkleurige dead parrots. We kijken naar de resten van de `Duif', ergens op de pampa van Venezuela. Op de achtergrond rijst een tafelberg omhoog. De kenner weet zich in de buurt van de Angel Falls, de hoogste waterval van de wereld, die zich duizend meter langs de flanken stort van de Auyan Tepuy, de Berg van het Kwaad, zoals de indianen hem noemen.

Toen eind jaren veertig een Amerikaanse expeditie naar deze waterval werd georganiseerd, stuitten de ontdekkingsreizigers in een grashut van een opperhoofd op een blinkend metalen stoel. Het was de vliegtuigstoel van de laatst overgebleven Fokker F.8, die in 1939 op die plek was neergestort. In een vitrine ligt het novembernummer van National Geographic 1949 waarin die `troon' is te zien.

Fokker ontwierp de F.8 in 1926 als passagierstoestel voor de KLM volgens het gebruikelijke Fokker-principe: een houten vleugel en een romp van stalen buizen bekleed met doek. Nieuw was dat er drie stoelen op één rij stonden. De F.8 was daarmee het eerste `wide body' passagiersvliegtuig met twee motoren. In 1937 deed de KLM de F.8's van de hand. Eén ervan werd in maart 1939 verkocht aan de Venezolaanse regering. Drie weken later reeds stortte de `Duif', zoals de naam van het toestel luidde, neer tijdens een binnenlandse vlucht.

Bij toeval kwam Aviodome er achter dat niet alleen de pilotenstoel nog bestond, maar dat naar alle waarschijnlijkheid het toestel ook nog redelijk intact was. In 1999 werd weer een expeditie uitgerust en voor Aviodome en aerofiel Nederland kwam deze nog net op tijd. De indianen, zo bleek, stonden op het punt de stalen buizen van de Duif te verzagen tot doelpalen voor een stevige competitie op de pampa's. De brandstoftanks waren in gebruik als wateropslag en bierbrouwerij. Doek en hout waren verrot, maar na 62 jaar tropische, vochtige hitte konden 12 van de 16 bouten waarmee beide motoren waren opgehangen, nog worden losgedraaid.

Een foto-expositie in de gang naar het fraaie wrak toont de Hollandse Indiana Jones aan het werk. Ook de lokale indianen lieten zich niet onbetuigd. Op een onschuldig ogend plaatje zien we een indiaan tot zijn middel in het water van een poeltje staan. Hij is op zoek naar het linkerwiel dat daar ergens, volgens de overlevering, op de bodem moet liggen. Wat we niet zien is dat hij maar heel even in het water blijft. Want hij weet dat er nog iets anders op de bodem kan liggen: een anaconda, de grootste slang op aarde, die zijn prooi dooddrukt en in zijn geheel inslikt. De indianen hadden veel over voor die knotsgekke kerels uit Holland, maar niet hun leven. Uiteindelijk werd, dankzij de inzet van een Cougar-helikopter en een Hercules van de Venezolaanse luchtmacht, het met bamboelatten en plastic bindstrips vastgemaakte stalen buizenframe aan de Venezolaanse vergetelheid onttrokken. Het linkerwiel is nooit gevonden.

Nationaal Luchtvaartmuseum Aviodome-Schiphol, Westelijke Randweg 201, Luchthaven Schiphol. Open tot 1 okt dag. 10-17u. Toegang: kinderen 4 t/m 12 jr ƒ12,50, volw ƒ15. Inl 020-4068000. Internet: www.aviodome.nl