Drugsoorlog is geen speelfilm uit Hollywood

Een combinatie van militaire acties tegen Colombiaanse drugshandelaren en economische steun aan cocatelers kan leiden tot het afnemen van zowel het geweld in Colombia als het drugsgebruik in Amerika, meent Andrés Pastrana. Steun van de Amerikanen is daarbij noodzakelijk.

Hollywood is een van de machtigste trendsetters van de openbare mening in de Verenigde Staten. Zelfs wie het hiermee niet eens is, kan niet ontkennen dat de amusementsindustrie een immense invloed heeft op cultuur en samenleving en daardoor het wereldbeeld en de opvattingen van talloze miljoenen mede bepaalt.

De impact hiervan strekt zich uit tot ver over de Amerikaanse grenzen en is in de hele wereld merkbaar. De voorbeelden liggen voor het oprapen, maar als president van Colombia beperk ik me tot de grote hoeveelheid recente films als Traffic, Blow en Proof of Life en televisieseries als The West Wing en Law & Order, omdat deze allemaal op de een of andere manier de strijd tegen illegale drugs tot onderwerp hebben. En dat niet alleen, ze lokken ook een discussie uit over de noodzaak van drugsbestrijding. In sommige gevallen komen ze tot de onverdeelde conclusie dat een dergelijke bestrijding vergeefs is.

De vraag naar illegale drugs is zonder enige twijfel de oorzaak is van deze nachtmerrie. Dat zeggen we in Latijns-Amerika al twintig jaar. Als de vraag naar drugs in de Verenigde Staten en Europa niet duidelijk afneemt en het verslaafden niet gemakkelijker wordt gemaakt om zich in ontwenningscentra te laten behandelen, is er weinig hoop op een oplossing voor de wereldwijde drugscrisis.

Maar de recente films en televisieprogramma's die de drugsoorlog in beeld brengen zijn niet meer dan amusementsprogramma's. Kijkers dienen ze te nemen voor wat ze zijn: films en niet de realiteit of volledige waarheid.

De gecompliceerde situatie in Colombia kan bijvoorbeeld niet in een film of krantenartikel worden samengevat. In de film Clear and Present Danger leidt het filmpersonage gebaseerd op de beruchte Pablo Escobar een onbekommerd bestaan. Hij wordt in beeld gebracht terwijl hij met zijn kinderen speelt en een mep geeft tegen een honkbal. In Blow zien we hem op zijn ranch, in een zakelijke bespreking. Wat we niet zien zijn de bommen die hij in Colombiaanse winkelcentra en vliegtuigen liet ontploffen; of de rechters, politici, journalisten en politiebeambten die hij in koelen bloede vermoordde; of de duizenden weduwen en wezen die hij en zijn trawanten op hun geweten hebben.

Ik werd onder bedreiging van een vuurwapen door handlangers van Escobar gekidnapt en heb het er maar net levend van afgebracht. De realiteit is dat er erg weinig Colombianen zijn wier leven onberoerd blijft door het geweld dat in ons land voortvloeit uit de drugshandel.

Escobar en velen van zijn collega-cocaïnebazen zijn dood of zitten achter de tralies. Maar hun aanvallen op Colombiaanse instellingen hebben littekens achtergelaten en de drugshandel vormt zonder twijfel nog steeds een daadwerkelijke bedreiging voor onze democratie, en wel op dezelfde manier als tijdens de drooglegging het mafiageld Amerikaanse instellingen onder vuur nam. Want de aard ervan is veranderd – de door kartels in grote steden geleide exploitatie heeft zich ontwikkeld tot een versplinterde, ondergrondse en grotendeels op het platteland gevestigde industrie. De reden voor deze verandering is duidelijk. De drugskartels van Medellin en Cali werden verslagen door Colombiaanse legereenheden en een bevolking die niet bereid was voor wrede gewelddadigheden en intimidatie te buigen.

Maar de drugsindustrie heeft op het afgelegen Colombiaanse platteland weer de kop opgestoken, in een gebied dat tot nu toe grotendeels grensgebied was, met een minimum aan lokale overheid en politie.

Het is duidelijk dat het geweld door gewapende Colombiaanse bendes wordt gefinancierd door drugsgeld. Om hieraan het hoofd te bieden heeft de Colombiaanse overheid een plan ontwikkeld dat inmiddels de steun kreeg van twee Amerikaanse regeringen, met eensgezinde instemming van het Congres. Het plan spitst zich toe op meer militaire acties tegen narcoticabendes en tegelijkertijd geeft het de boeren en hun gezinnen op lange termijn economische steun.

Ik ben er zeker van dat deze bilaterale inspanningen een positieve en blijvende uitwerking zullen hebben, in die zin dat de hoeveelheid drugs op Amerikaanse scholen en op straat kleiner zal worden en het geweld dat Colombia teistert zal afnemen. Alleen door een gezamenlijk en volgehouden beleid – een beleid waardoor vraag en aanbod effectief teruglopen en cocatelers en drugsgebruikers worden geholpen – zullen zowel Amerika als Colombia een aanzienlijke stap voorwaarts kunnen zetten.

Films uit Hollywood eindigen er vaak mee dat de jongen het meisje krijgt, of het goede het wint van het kwade, of de cowboy de zonsondergang tegemoet rijdt. Dat is in het echte leven niet altijd zo.

Niettemin laten wij ons in Colombia leiden door een nuchter optimisme en de vaste overtuiging dat het rechtmatig is om de krachten te bestrijden die onze democratie willen ondermijnen. Het is voor Colombianen van grote betekenis te weten dat we er bij het uitvoeren van deze moeilijke taak niet alleen voor staan en dat we bijval krijgen van veel Amerikanen.

Andrés Pastrana is president van Colombia. © LAT-WP Newsservice