De Italiaanse vrouw moet luider praten

De Italiaanse vrouw vecht voor een plaats in de politiek. Een `Electoraal pact tussen vrouwen' probeert over de politieke scheidslijnen heen een betere vertegenwoordiging van vrouwen te bereiken.

,,Als u verder wilt in de politiek, zult u moeten leren harder te praten. We kunnen niets verstaan van wat u zegt.'' Het is een man die dit roept, aan een tafel met vooral vrouwen. De aangesprokene zoekt hulp bij de voorzitter, en krijgt die. ,,'s Ochtends is iemands stem vaak wat zwakker'', zegt gespreksleider Valeria Ajovalasit. ,,Maar probeer toch maar met iets meer volume te praten.''

In deze zaal in het Paleis van de Noormannen in Palermo, de zetel van het regionale bestuur van Sicilië, zitten vooral vrouwen. Ze zijn gekomen om hun steun te betuigen aan het `Electorale pact tussen vrouwen voor de democratie', een verbond dat probeert om meer vrouwen in de politiek te krijgen.

,,Italië heeft een enorme achterstand op dit gebied'', zegt Ajovalasit, voorzitter van de actiegroep Arcidonna. ,,Ons land staat op de laatste plaats in Europa.'' Ze citeert een wereldwijd overzicht van vrouwen in parlementen. Daar komt Italië op de 56ste plaats, op gelijke hoogte met Kaapverdië en St. Lucia.

Het huidige parlement in Rome, waarin 6,4 procent minder vrouwen zitten dan in het voorgaande, wordt door mannen gedomineerd. In de Kamer van Afgevaardigden is elf procent vrouw, in de Senaat acht procent. En afgaande op de kandidatenlijsten voor de parlementsverkiezingen van 13 mei, zal hier niet veel in veranderen.

De vrouwen rondom de tafel zijn ondernemer, schoolhoofd, huisvrouw. Bijna allemaal vertellen ze kandidaat te zijn voor een splinterpartij, of een vrijwel verloren strijd te moeten aangaan. Aan de tafel zitten de twee kandidaat-voorzitters voor het presidentschap van de regio, waarvoor Sicilië in juni gaat kiezen. Dat zijn mannen, net als de politieke figuren wier portretten aan het muren van het paleis hangen.

Een van de voorstellen van Ajovalasit is: laat vrouwen op vrouwen stemmen. Het electorale pact waaraan zij meewerkt wil lijsten maken met alle vrouwelijke kandidaten. Uiteindelijk is 52 procent van de kiezers vrouw.

Dromerig verwijst ze naar Frankrijk, waar op de kieslijsten evenveel mannen als vrouwen moeten staan. Dat is haar einddoel. Misschien kan Italië dan zijn achterstand inlopen op andere landen van de Europese Unie. Zweden, met 42 procent vrouwen in het parlement, lijkt onbereikbaar. In Duitsland is 31 procent van de parlementariërs vrouw.

De Italiaanse politiek is in dit opzicht een afspiegeling van de samenleving. Ook in het bedrijfsleven kom je weinig vrouwen tegen op topposities. Er studeren meer vrouwen dan mannen af aan de universiteit, maar ze vinden moeilijker een baan en stijgen minder snel. In de grote bedrijven is drie procent van de topmanagers vrouw, al ligt dat percentage hoger in de kleinere familiebedrijven. Zes procent van de burgemeesters is vrouw.

Die ongelijkheid is ,,een tragisch bloedbad voor vrouwen'', zegt Alessandra Mussolini, Kamerlid voor de rechtse Nationale Alliantie. Arcidonna is een links-georiënteerde organisatie, maar steeds vaker slaan vrouwen een brug over de politieke scheidslijnen heen – al liet Mussolini in januari op tv zien dat vrouwen uit verschillende kampen elkaar ook fysiek te lijf kunnen gaan.

Het is niet toevallig dat Italië een minister van Gelijke Kansen heeft, de communiste Katia Bellillo. Zonder portefeuille weliswaar, maar tekenend voor het streven om vrouwen een grotere rol te geven. Daarbij doet de centrum-linkse coalitie iets meer haar best dan de rechtse oppositie. Die laatste telt onder haar partijleiders niet één vrouw en brengt weinig vrouwen in het veld als kandidaat. Maar ook de centrum-linkse coalitie is weinig vrouwvriendelijk: de leider van de Groenen is de enige vrouw onder de negen partijleiders.

,,We moeten de cultuur veranderen, de gebruiken'', zegt Rosa Russo Jervolino, twee jaar geleden minister van Binnenlandse zaken. Vrouwen worden vaak nog gezien als echtgenoten en moeders, degene die het eten kookt en de was doet. Een carrière komt op de tweede plaats.

Dat verklaart waarom vrouwen pas in 1946 stemrecht kregen en Italië pas twintig jaar later zijn eerste vrouwelijke ministers kreeg. Typisch Latijns machismo? Onzin, vindt Ajovalasit. In de Spaanse Kamer van Afgevaardigden is 28 procent vrouw. ,,We moeten gewoon hard gaan vechten voor onze rechten.''