Begerigheid aan de top

DE VOORZITTER van het vakverbond FNV vindt dat de top van het Nederlandse bedrijfsleven te veel verdient. Hij is niet de enige. De president van De Nederlandsche Bank uitte deze week zijn bezorgdheid over de stijging met bijna 14 procent van het vaste salaris van Philips-bestuurders. FNV-voorzitter De Waal noemde in een vraaggesprek met deze krant de salarissen aan de top `absoluut mis'. Hij wil een fiscale maatregel voor veelverdieners, in de wandeling al `kleptocratentax' genoemd.

Dat De Waal het debat over buitensporige salarisstijgingen nog eens aanwakkert, is goed. Maar de maatregel die hij voorstelt, is fantasieloos en zal niet werken. Topinkomens fiscaal afromen roept zonder twijfel ongewenste reacties op. Getalenteerde managers uit het buitenland, werkzaam in Nederland, zullen erdoor worden verjaagd en bovendien: bestuurders hebben doorgaans knappe belastingadviseurs die ook voor zo'n `toptax' wel een oplossing weten. Toch moet er iets gebeuren om excessen zoals onlangs bij Philips te voorkomen. Het signaal dat uitgaat van een zo grote inkomensstijging aan de top, terwijl bij CAO-onderhandelingen voortdurend tot loonmatiging wordt opgeroepen, is verkeerd. Iedere loontrekker vergelijkt zijn schamele 3,5 procentsstijging met de 13,8 procent die het Philips-bestuur zichzelf dit jaar toekende.

Met goed verdienen is niets mis. Managers dragen grote verantwoordelijkheden, staan bloot aan immense spanningen en kennen hun prijs – een prijs die voor de échte top door internationale concurrentie wordt bepaald. Hebzucht is ook hun niet vreemd. Maar de beloning moet wel in verhouding staan tot het geleverde werk. Om de vraag in oude woorden te stellen: `Zijn deze arbeiders hun loon waardig?' Is er bijvoorbeeld nog een relatie tussen de hoogte van het salaris en de gemaakte jaarwinst? Toen de Amerikaanse autofabrikant Chrysler eens diep in de rode cijfers dook, besloot topman Iacocca zijn salaris voor dat jaar op één dollar te zetten. Op het moment dat de winst aantrok heeft hij een inhaalslag gemaakt, maar er was veel waardering voor zijn gebaar.

EEN RECHTVAARDIGE samenleving is niet gebaat bij de graaimentaliteit van een kleine groep managers. Het zullen er niet veel zijn, maar ze zetten wel de toon. Veel verdienen en het toch netjes houden, is weten te laveren tussen begerigheid en zelfbeperking. Zeggen dat de top van het Nederlandse bedrijfsleven bestaat uit louter `kleptocraten' is demagogisch. Maar uitwassen moeten worden aangepakt. Laat het gebeuren zoals destijds met de omstreden optieregelingen. Die werden aan banden gelegd door onderling overleg, druk van de publieke opinie en massage van binnenuit: geëngageerde ondernemers die zelf ook vonden dat dit de spuigaten uitliep.