Afscheidscadeau

Een mooier `afscheidscadeau' had Elsevier-columnist Nic van Rossum zich niet kunnen wensen: als de voortekenen niet bedriegen keert `het linkse geweten' van de PvdA, Jan Pronk, volgend jaar niet terug in de Tweede Kamer. Gedurende zijn werkzame leven heeft Van Rossum er nimmer twijfel over laten bestaan dat hij Pronk niet mocht: ,,Ik heb een hekel aan die man. Alles is mis: dat mondje, zijn stem, het absolute gelijk. Pronks beleid heeft nooit gedeugd en hij staat me fysiek tegen. Al die miljarden die Pronk over de balk heeft gegooid – misdadig. Je kunt rustig zeggen dat Pronk dictaturen in het zadel heeft gehouden'', aldus Van Rossum in zijn afscheidsinterview in Elsevier. Andermaal laakt hij terecht de aanleg van de Betuwelijn: ,,Met dat project is zoveel misgegaan, mensen zijn belazerd. (...) Het dossier schurkt tegen de corruptie aan.''

Verderop in Elsevier wordt aandacht besteed aan de `guerrilla op het Binnenhof': de strijd om een plek op de kandidatenlijst voor de verkiezingen van volgend jaar. De PvdA blijkt niet alleen op Pronk te zijn uitgekeken, maar ook op Karin Adelmund. Nieuwe Kamerleden `die niet hebben overtuigd' maken ook weinig kans op terugkeer. Van hen kan nauwelijks worden verwacht dat zij zich teweer stellen tegen het gedrag van meer ervaren collegae. Laat staan dat zij zich kunnen positioneren.

Dat heeft de overheid ook nagelaten, zegt minister Korthals (Justitie) in een gesprek over het toenemend aantal claims aan het adres van de overheid in VN. ,,Als overheid moet je niet te snel met tegemoetkomingen komen, want dan schep je precedenten. En dan beloon je in feite de luiheid van private partijen die eigenlijk verantwoordelijk zijn. De overheid moet nee durven zeggen.'' Dat haalt je de koekoek: op tal van terreinen heeft de overheid het de afgelopen decennia laten afweten (WAO, asielbeleid, veiligheid) en nu wordt zij uitgedaagd een Grote Sprong voorwaarts te maken – uitgerekend door politici die dat `afweten' hebben gedoogd.

Het laten afweten is niet besteed aan de zestiger Jan Kok, die vijf jaar geleden de overstap maakte van IBM naar het vrijwilligerswerk rond milieu, groen en leefbaar. Hij is van de tijd dat ,,we er iets van wilden maken'', zegt hij in HN. Nu ontwaart hij alom verharding: ,,Niemand interesseert het ene bal wat een ander van belang vindt. (...) Het denkklimaat is materialistisch, op het platte af.'' Ook Max Arian laat niet af – hij levert `onder protest' een bijdrage `Ik beken' aan de discussie tussen de babyboomers en hun nakomelingen. Arian behoort tot de eerste categorie en was er in de jaren 60 en 70 helemaal bij: ,,Ik heb ooit officieel opgeroepen Coca-Cola te boycotten. Barbiepoppen waren verboden, hoe de kinderen er ook om smeekten. En, o ja, we deden een serieuze poging onze kinderen op te voeden zonder bezittelijke voornaamwoorden, want we vonden dat die kapitalistisch waren'', schrijft hij in De Groene Amsterdammer, dat een special wijdt aan de generaties van Catullus tot de twintigers van 2001.

Wat betreft kennis van de holocaust laat de arabische wereld het afweten, aldus HP/De Tijd. ,,Daar schuilt geen kwade wil achter. De holocaust is domweg geen onderdeel van de historische betrekkingen tussen Israël en de Arabische wereld. Immers de holocaust vond plaats in Europa (...).'' In het geschiedenisonderwijs op arabische scholen wordt er geen aandacht aan besteed – anderzijds is de vraag gerechtvaardigd of op Israëlische scholen voldoende aandacht wordt besteed aan de geschiedenis van de Palestijnen.

De geschiedenis van het monument op de Dam wordt schitterend beschreven door Stijn Aerden in HP/De Tijd. Hoe eind jaren vijftig mensen voor de gezelligheid op de treden gingen zitten, hoe een agent bureau Warmoesstraat binnenrende: ,,Commandant, commandant, ze eten er nu ook een bóterham!'' Toen moest al het andere (Damslapers, mariniers) nog komen. En de kermis, die vermaledijde kermis. Nu de Dam is verbouwd, mag de kermis er niet meer terugkeren. Een mooier `afscheidscadeau' kunnen weinig Amsterdammers zich wensen.