Het nieuws van 3 mei 2001

De stakende dokters

HUISARTSEN STAAN bekend als overwegend nuchtere, verstandige mensen. Ze zijn toegewijd aan hun vak en vormen de onderbouw van het Nederlandse systeem van gezondheidszorg. Als zij massaal gehoor geven aan de actie-oproep van de Landelijke Vereniging van Huisartsen (LHV), dan is er kennelijk iets aan de hand. Inderdaad. Een te lang veronachtzaamde kwaal is deze week manifest tot uitbarsting gekomen. Hoewel staken niet erg past voor beroepsbeoefenaren die een vitale functie bekleden, valt er begrip voor de acties op te brengen. Artsen zijn werkzaam als kleine zelfstandigen, de tarieven voor hun verrichtingen liggen vast en zijn jarenlang niet aangepast. Ze zijn overgeleverd aan de overheid en de verzekeraars die de inkomens en de vergoedingen voor de praktijkkosten bepalen. Met als bijwerking dat artsen die investeren in hun praktijk, dat deels uit eigen zak betalen, terwijl degenen die nalaten hun praktijk te verbeteren, een hoger inkomen overhouden. Tegelijkertijd verandert de positie van huisartsen. Hun onafhankelijkheid staat onder druk en de status van de dokter is aan erosie onderhevig. De LHV heeft het jarenlang laten afweten, maar is nu toch begonnen aan een offensief. Bij de buitenwacht wekt dat verbazing, temeer daar accountantsbureaus in opdracht van respectievelijk de LHV en het ministerie van Volksgezondheid met sterk uiteenlopende bedragen komen voor redelijk geachte extra investeringen in de huisartsenpraktijken. Accountants laten hun oren wel heel erg hangen naar hun opdrachtgevers.