Waarom staken de huisartsen?

Waarom staken de huisartsen precies? Een overzicht van de eisen en van de toezeggingen die reeds door het kabinet zijn gedaan.

De huidige staking van de huisartsen is maar een van de acties die het bestuur van hun vakbond, de Landelijke Huisartsen Vereniging, organiseert. Na de staking weigeren de huisartsen, als volgende stap, nieuwe patiënten aan te nemen en stoppen ze op advies van de LHV het overleg met onder meer apothekers en zorgverzekeraars.

Wat is eigenlijk de inzet van de acties?

Hoger inkomen

Bij de vaststelling van de tarieven gaat het tarievenbureau CTG ervan uit dat de huisarts in een normpraktijk van 2.350 patiënten (waarvan 65 procent in het ziekenfonds) dit jaar minimaal 198.000 gulden aan jaarinkomen krijgt. Per uur komt dat gemiddeld neer op een bedrag tussen de 80 en 100 gulden. Volgens de LHV is dat niet aantrekkelijk genoeg meer voor jongeren om huisarts te willen worden en voor de zittende huisartsen te weinig als adequate vergoeding voor hun werk. In opdracht van Borst is het CTG begonnen met een onderzoek naar passende inkomen van de huisarts. De LHV eiste begin dit jaar als voorschot op de uitkomsten van dat onderzoek 450 miljoen gulden ofwel een verhoging van het inkomen van 60.000 gulden per huisarts. De verzekeraars vonden deze claim niet onderbouwd en hebben hiervoor minister Borst niet om extra geld gevraagd.

Werkdrukverlaging door een betere praktijkondersteuning.

Het vorige bestuur van de LHV bereikte hierover overeenstemming met de verzekeraars en Borst: per drie huisartsen zou een praktijkverpleegkundige kunnen worden aangesteld. Het geld daarvoor zouden de huisartsen zelf `verdienen' door voortaan medicijnen per computer te gaan voorschrijven, wat tot minder groei van de kosten voor farmaceutische hulp leidt. Van die besparing (450 miljoen gulden) zouden de huisartsen 260 voor de praktijkondersteuning mogen gebruiken. Het invoeren van het `elektronisch voorschrijfsysteem' verloopt echter traag, veel huisartsen voelen er niet voor. De verzekeraars hebben inmiddels een fonds gevormd waaruit vooruitlopend op de invoering van het EVS de praktijkverpleegkundigen worden gefinancierd.

Hogere vergoeding van de praktijkkosten.

De vergoeding van de kosten voor de praktijkvoering (de huur van de praktijkruimte, het salaris van de assistente, de kosten van inventaris, instrumenten, verwarming, vervoer, administratie) vormt al bijna twee jaar onderwerp van gesprek tussen de huisartsen en verzekeraars. Voor een `normpraktijk' van 2350 patiënten krijgt een huisarts via de tarieven en allerlei opslagen nu 164.000 gulden. Begin vorig jaar liet de LHV het adviesbureau Deloitte & Touche (D&T) een berekening maken van de gewenste vergoeding. Op basis van gesprekken met een groep huisartsen over de ideale praktijk voor een solistisch werkende huisarts rekende D&T uit dat de vergoeding dan 298.000 gulden moest bedragen, een verschil van 134.000 gulden per huisarts. De LHV eiste daarop voor de 7.500 actieve huisartsen ruim één miljard gulden extra voor de praktijkkostenvergoeding. Verzekeraars en Borst zetten vraagtekens bij de claim. De zorgverzekeraars lieten een andere adviesbureau (PWC) onderzoek doen. Op basis van de daadwerkelijke kosten op dit moment van honderd huisartsen concludeerde dit bureau dat een verhoging met bijna tienduizend gulden reëel was.

Begin dit jaar erkende de LHV dat de gevraagde verhoging met 134.000 gulden in een keer waarschijnlijk niet haalbaar zou zijn. Zij bracht haar eis terug tot een verhoging met 60.000 gulden (in totaal 450 miljoen gulden). De verzekeraars vonden ook die claim niet goed onderbouwd en vroegen aan minister Borst vooralsnog ruim 70 miljoen gulden om de vergoeding nu al met 10.000 gulden per huisarts te kunnen verhogen. Deze wens werd vrijdag gehonoreerd.

Meer opleidingsplaatsen voor huisartsen en een hoger salaris voor de `huisarts-in-opleiding'.

Minister Borst heeft al toegezegd de opleidingscapaciteit geleidelijk aan uit te breiden. In 2004 zouden dan 525 basisartsen aan hun opleiding tot huisarts kunnen beginnen, waarmee de maximum-opleidingscapaciteit was bereikt.

Ook beloofde ze het inkomen van de huisarts-in-opleiding gelijk te zullen trekken met dat van de basisartsen die in opleiding zijn voor verpleeghuisarts, een verhoging van 3500 gulden bruto per maand naar 6000 gulden. De uitgaven hiervoor, oplopend van 80 tot 100 miljoen gulden, heeft het kabinet vrijdag gehonoreerd.

Structurele financiering van avond-, nacht- en weekenddiensten.

Samen met de zorgverzekeraars zijn er verspreid over het land inmiddels zo'n zeventig grootschalige `dienstenstructuren' opgezet voor de regeling van de huisartsenzorg buiten de reguliere kantooruren. In een aantal gevallen komt de regeling neer op het vestigen van een huisartsenpost bij of vlak naast een eerste hulpafdeling van het ziekenhuis. De kosten per dienstenstructuur (inclusief huisartsassistente en vaak auto met chauffeur) zijn gemiddeld bijna twee miljoen gulden. Het kabinet heeft hiervoor vrijdag 150 miljoen gulden beschikbaar gesteld, het bedrag dat de verzekeraars hadden gevraagd.

Gerectificeerd

Huisartsen

In het artikel Waarom staken de huisartsen? (in de krant van woensdag 2 mei, pagina 3) wordt gemeld dat het inkomen van de huisarts-in-opleiding is verhoogd van 3.500 tot 6.000 gulden. Het maandsalaris is evenwel opgetrokken tot 4.816 gulden (exclusief toelagen voor onder meer rijden van visites en diensten buiten kantoortijd).