Uit het Vergeetboek

Op 19 april schreef ik hier een stukje onder de titel `IJle mist'. Het ging over een aan Achterberg toegeschreven strofe die ik in november 1979 in de overlijdensadvertentie van de politicus Anne Vondeling had gezien. De tekst bestond (in mijn herinnering, zeg ik er maar meteen bij) uit vier regels, waarvan ik de tweede was vergeten:

Over de heide, door de ijle mist

(-)

rinkelt de nacht aan kettingen

omlaag

en klapt het deksel van de wereld

dicht.

Ook na lang zoeken kon ik deze strofe indertijd niet vinden in de Verzamelde gedichten. Pas twintig jaar later zag ik de bijna gelijkluidende tekst weer terug: opnieuw in een overlijdensadvertentie. Die was, bleek uit contact met de nabestaanden, ontleend aan de advertentie van Vondeling. Mijn vraag was dus: waar komen die regels toch vandaan en zijn ze eigenlijk wel van Achterberg?

De reacties kwamen wat later dan de redacteur van de Achterpagina gewend is. Liefhebbers van Achterberg mailen niet, maar schrijven brieven. Wàt ze schreven heeft mij in een stemming van deemoed gebracht die nog wel enkele dagen zal aanhouden.

Ik had werkelijk alles fout. Allereerst: de tekst is wèl van Achterberg, het is de voorlaatste strofe van `Fait accompli'. Verder: dat gedicht staat gewoon in de Verzamelde gedichten (op pag. 955). Bovendien was het niet een advertentie van het partijbestuur, zoals ik dacht, maar van de familie van Vondeling. En ten slotte: bij Achterberg `klapt' het deksel niet dicht, maar `gaat' het dicht.

Een van de briefschrijvers was Peter de Bruijn van het `Constantijn Huygens Instituut voor tekstedities en intellectuele geschiedenis'. Hij bezorgde de historisch-kritische uitgave van Achterbergs Gedichten (Den Haag, 2000) en liet me weten dat Achterberg op het kladhandschrift aanvankelijk `laat' had in plaats van `gaat'. Met dat `klapt' had mijn geheugen die regel dus ook nog eens in een patsboemsfeer getrokken die bij Achterberg ontbreekt. Geen wonder, denk ik achteraf, dat de Achterbergkenners die ik had geraadpleegd die strofe niet konden thuisbrengen.

Maar het is nog erger. Van die ene regel die ik was vergeten herinnerde ik mij alleen nog dat die niet zo mooi was. In werkelijkheid was er helemaal geen vierde regel. Die moet ik er dus eerst bijverzonnen hebben en daarna zijn vergeten. Wat ik had onthouden was de omtrek van een gat in mijn geheugen.

Weten dat er iets was, al weet je niet meer wat, is zèlf al bijna net zo voorlaatst als die strofe van Achterberg. Mensen die zich zorgen maken over hun geheugen krijgen van de psycholoog soms een vragenlijst mee die ze om de paar maanden moeten invullen. Daar komen vragen op voor over alledaagse situaties, in de trant van: `Gebeurt het u vaak dat u naar de winkel loopt en dan niet meer weet wat u moest kopen?'

Bij dit soort onderzoek doet zich een merkwaardig methodologisch artefact voor. Mensen die werkelijk een verslechterende geheugenfunctie hebben, bijvoorbeeld door een inzettende Alzheimer, scoren steeds ongunstiger op dergelijke vragenlijsten, maar vanaf een bepaald moment gaan de scores plotseling weer omhoog. Dat is pas echt een slecht teken: ze beginnen dan te vergeten wat ze waren vergeten. Dat ik dit zo precies weet (geloof ik), komt omdat de geheugenpsychologie mijn vak is.

Een van de briefschrijvers heeft er nog mijn aandacht op gevestigd dat `Fait accompli' oorspronkelijk verscheen in de bundel Vergeetboek. Hartelijk dank. Dat kon er ook nog wel bij.

    • Douwe Draaisma