Mijn cliënt de hanbaliet

Bij het betreden van het gerechtshof waar ik voor een zitting in hoger beroep moet tolken, ben ik me bewust van een aangenaam gevoel van deftigheid. Ik zou best eens voor de grap voor het Internationale Tribunaal willen tolken om te kijken of dat gevoel daar nog toeneemt.

rech

Een echtpaar met een kind gaat op een bank naast me zitten en ik zie meteen dat het mijn cliënten moeten zijn. Het klinkt misschien vreemd, `mijn cliënten', maar er bestaat geen aanduiding waarmee een tolk degene kan beschrijven voor wie zij moet tolken. Daarom zeg ik `mijn cliënt', wanneer ik voor een advocaat tolk, `mijn patiënt', wanneer ik voor een arts tolk, `mijn verdachte', als ik voor de politie tolk en in de gevangenis zitten `mijn gedetineerden'.

Hoe dan ook, ik wend me tot `mijn cliënten' om ze een hand te geven. Maar dit lukt alleen met de vrouw. Haar bebaarde echtgenoot maakt me duidelijk, door een bepaald gebaar (in de lucht groeten en met zijn vlakke hand over zijn hartstreek drukken) dat hij geen hand geeft aan vrouwen. Ik voel me enigszins gekwetst maar, in tegenstelling tot de vrouwelijke wethouder in het televisieprogramma `Rondom tien', weet ik dit gevoel automatisch om te zetten in medelijden met hem. Ik vermoed dat hij behoort tot de `hanbalieten', de strengste van de vier rechtscholen van de sunnieten die voornamelijk in Saoedi-Arabië en bij een deel van de Egyptenaren voorkomt. Een hanbaliet is in de volksmond in Egypte bijna een scheldwoord. `Wees niet zo hanbaliet' betekent: doe niet zo moeilijk. Ze maken het leven voor zichzelf bijna onleefbaar door de ontelbare, ingewikkelde regels. Ze zijn de calvinisten onder de moslims.

Wat deze mijnheer nastreeft is een volledige gehoorzaamheid aan Gods wetten in gedrag en gedachten, 24 uur per dag. Hij wordt gekweld door het feit dat een deel van zijn gedachten voortdurend met andere dingen bezig is dan met God. Het lijkt of vrouwen meer de baas zijn over zijn gedachten dan hijzelf. Daarom is hij vaak kwaad. Soms lijkt het of hij kwaad is op vrouwen, maar in feite is hij kwaad op zichzelf. Hij lijkt precies op de dominee van Steinbeck in `De druiven der gramschap'.

Later bemerk ik dat hij glashelder zit te liegen en probeert de boel te bedonderen. Ik heb vaak gemerkt bij gelovigen met veel uiterlijk vertoon dat ze heel gemakkelijk kunnen liegen om uit een moeilijke situatie te geraken, terwijl eenvoudige mensen zonder teveel aan dogma's leugens verafschuwen. De onfrisse geur uit zijn mond en de tersluikse blikken naar vrouwen in strakke broeken in de wachtkamer versnellen bij mij het proces van veroordeling. Mijn verstand zegt dat ik als tolk niet mag oordelen. Maar onderhuids gaan gevoelens van sympathie en antipathie gewoon hun gang.

Toch doe ik mijn best zijn woorden zo duidelijk en zo sympathiek mogelijk te vertolken, omdat het mijn werk is en omdat ik, in tegenstelling tot hem, veel meer de baas ben over mijn gedachten en gevoelens.

    • Nahed Selim