EMI is op zichzelf aangewezen

EMI heeft het grootste deel van het afgelopen decennium tevergeefs geprobeerd deals te sluiten. Het lijkt erop dat het concern nu aan het eind van zijn latijn is. Het laatste fusieplan - met Bertelsmann - moest worden opgegeven, omdat het er niet in geslaagd is van de toezichthoudende instanties in Brussel het groene licht te krijgen. Een fusie met een andere grote muziekuitgever zou waarschijnlijk op dezelfde bezwaren stuiten. EMI zou kunnen proberen zichzelf te verkopen aan een groot multimediaconglomeraat als Disney, maar daar kan maar beter niet op worden gerekend.

EMI kan beter ophouden met het nastreven van deals en proberen er zelf het beste van te maken. In de muziekindustrie is nog steeds sprake van enige groei, ook al is die niet spectaculair - wellicht 5 procent per jaar. En de winstmarges van 15 procent zijn ook niet slecht, dus er is geen crisis.

EMI moet doen waar het goed in is: het contracteren van talent zonder er te veel voor te betalen, het energiek promoten van zijn artiesten en het door zoveel mogelijk distributiekanalen pompen van zijn producten.

Daar is niets magisch aan. Het zou de gewoonste zaak van de wereld moeten zijn voor Ken Berry, het hoofd van EMI's muziekdivisie. De enige nieuwe uitdaging is de vraag hoe de kansen van het internet het best benut kunnen worden, bijvoorbeeld via de alliantie met Bertelsmann, AOL Time Warner en het Amerikaanse softwarebedrijf Real Networks.

EMI wordt op dit moment verhandeld op een niveau van 11 maal de jaarwinst vóór rente en belastingen. In vergelijking met de rest van de mediasector is dat misschien niet duur, maar om de koers omhoog te krijgen, moet Berry het product spannender zien te maken.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld

    • Joy Tadaki