De vos kan weer in alle rust op jacht

Wat hebben vleesvervangers, vaccinfabrikanten, everzwijnen en de minister van Landbouw met elkaar te maken? Allemaal profiteren ze op een of andere manier van de MKZ-crisis. Deel 2 van een serie: De herwonnen vrijheid van vossen en zwijnen.

,,Voor de vissen is het nu spitsroeden zwemmen, dit zijn we niet gewend'', zegt Geert Euverman van Staatbosbeheer, boswachter in het Springendal bij het Twentse Ootmarsum.

Luttele dagen nadat het gebied was gesloten voor bezoekers in het kader van de maatregelen tegen het MKZ-virus, nu zes weken geleden, verschenen ze opeens op de waterpartijen in het gebied: aalscholvers. Euverman: ,,We hadden er opeens vijfentwintig zitten, een geheel nieuwe soort voor het Springendal. Ze richten zich vooral op afstammelingen van goudvissen met nog kleurige sporen van hun tamme voorgeslacht. Die zijn extra zichtbaar.''

De vogels reageerden razendsnel op de afsluiting van natuurgebieden voor het publiek. En ze zijn de enige niet. Reeën en zwijnen gaan weer de paden op, nestelende roofvogels trekken de lanen in. Iedereen had het graag anders gezien, maar onbedoeld is door de MKZ-crisis een ongekend grootschalig experiment ontstaan. Het biedt stof voor onderzoek op de langere termijn, als alle afgesloten gebieden weer worden opengesteld. Maar effect is nu al merkbaar en was dat ook al heel snel.

Degelijk ontsmet gaan terreinbeheerders af en toe uit noodzaak wel hun veld in. Geert Euverman stond er al snel van te kijken: ,,Het is een onwerkelijk gevoel. Op de paden alleen jouw sporen, en die van reeën, die je nu uit allerlei onverwachte hoeken ziet opduiken. IJsvogels die op hun gemak langs doorgaans druk door mensen bezocht water zitten. En dat op zondagmiddag om drie uur.''

Ook bewoners van afgelegen stukken Veluwe die relatief in de luwte van het recreatieverkeer liggen, melden opmerkelijke veranderingen. Edelherten die zich 'snachts hooguit schichtig op weilandjes en velden begeven, liggen er nu geregeld in alle rust bij, soms zelfs wat uurtjes in de schemer meepikkend. Bewoners van afgesloten bosgebied melden dat ze nu voor het eerst zeldzame of moeilijk waarneembare dieren, zoals de streng beschermde boommarters, ook overdag zien.

Zijn het allemaal slechts anekdotes waar je niet al te veel conclusies aan moet verbinden? Gerard Müskens, ecologisch onderzoeker van Alterra (voorheen het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek) in Wageningen onderschrijft het algemene effect uit eigen ervaring. ,,Het zijn indrukken. Het lastige is natuurlijk dat je ze niet kunt controleren, omdat je die terreinen niet in kunt. Maar niet-afgesloten gebieden die grenzen aan wel vergrendeld terrein, worden van de weeromstuit ook vrijwel niet meer door recreanten bezocht. Als ik daar rondloop, valt me op dat je nu veel meer prenten van reeën en zwijnen op de paden ziet. Ze trekken de paden weer op, en steken ze ook veel makkelijker over, ze hoeven minder alert te zijn. Marters gebruiken die paden nu ongetwijfeld ook veel meer. Maar ook zullen dieren nu inderdaad op onverwachte plekken opduiken die ze normaal ontwijken. Zelf zag ik ook opeens edelherten waar je die hoogst zelden overdag tegenkomt. En op de eerste dag nadat een gebied van Natuurmonumenten op de St.Jansberg in noord-Limburg weer opengesteld was, kwam ik een vos tegen die in alle rust op jacht was. Overdag, en dat is behoorlijk uitzonderlijk.''

Eerste indrukken na de heropening van enkele natuurparken, eind vorige week, bevestigen het beeld dat het wild inderdaad druk doende is geweest zijn ritme om te gooien. Jakob Leidekker, boswachter voor Natuurmonumenten in Nationaal Park Veluwezoom meldt vanmorgen: ,,Gisteren had ik hier op een doorgaande weg elf damherten voor de auto staan. Dat gebeurt je anders nooit. Je ziet nu meer.''

In de polders profiteren de weidevogels sterk van de huidige crisis. Het effect van afwezigheid van wandelaars en fietsers in de polder, zoals op doorlopende tiendwegen en kades, kan alleen maar groot zijn. Müskens: ,,Ga maar na, je ziet hoe vaak weidevogels altijd al bij de minste belangstelling de lucht in gaan om te dreigen en te alarmeren. Elke keer minder dat ze het nest moeten verlaten telt voor het broedsucces. Daarnaast is er de afwezigheid van vee, en de meeste boeren zullen vooralsnog het land niet opgaan. Nesten worden niet vertrapt, en het maaien en mesten, dat vaak al eind april begint, blijft achterwege. Daarmee vallen heel veel risico's voor jongen van bijvoorbeeld kieviten en grutto's weg.''

Cornelie van der Hoop van Vogelbescherming Nederland ziet een klein minpuntje voor de vogels. Het vee zelf zullen ze niet zo missen, maar de uitwerpselen daarvan wel. Insectenetende vogels, zoals veel zangvogels, maar ook jonge kieviten profiteren van de insectenverzamelingen rond koeienplakken. Van der Hoop: ,,Maar ze zullen wel alternatieven vinden. En zacht nestmateriaal vinden ze ook wel ergens anders, nu er minder schapenwol voor het grijpen is. De toegenomen rust in de Nederlandse natuur weegt daar echter ruimschoots tegen op.''

Deel 1 verscheen in de krant van dinsdag 1 mei.