Boven de stad

Alles is nieuw bij Biscayne Helicopters. De helikopters, de hangar, de tankauto. Alles nieuw, glad, glimmend, glanzend. Net als in de film. Zelfs piloot Jim Thompson, die voor me uit loopt door de immense ruimte, heeft iets filmster-achtigs. Zo stel je je een stoere helikopterpiloot voor. Een soort Harrison Ford. Zware stem. Vriendelijk, maar niet mee dollen. Hij wijst op een witte helikopter, voorzien van een camera, die aan de neus van het toestel hangt. Brutaal kijkt de metalen oogbol de wereld in.

De helikopter wordt door een kleine tractor naar buiten geduwd. Ik krijg een zwemvest aan en een zware koptelefoon op. Maar die blijkt nauwelijks te helpen tegen het gehuil van de turbinemotor, dat door de halfgeopende deuren naar binnen wordt gezwiept.

Dan verheft de helikopter zich abrupt. Miami ligt lui en lang uitgestrekt in de zon, van oceaan tot Everglades, waar de smog naadloos overgaat in de hete middagmist. Een miljoenenstad in eindeloze schakeringen van vuilwit en grijs. Straatarm, steenrijk. Deels Dallas, deels Derde Wereld.

De brand is niet moeilijk te vinden: vier bontgekleurde nieuwshelikopters cirkelen al rond een grijze rookkolom, die exact verticaal opstijgt uit een armoedige buitenwijk. ,,De normale verwarring'', kraakt Thompson door de koptelefoon. Hij praat aan één stuk door: met de andere helikopterpiloten, met de verkeersleiders, met de cameraman, en in korte, stotende zinnen ook met mij. De cameraman manipuleert handig met zijn kleine joystick. Hij zwenkt, zoomt, focust, tot hij beet heeft. Het bereik van de neuslens is indrukwekkend: een raam van het geblakerde huis verschijnt beeldvullend op de monitor, terwijl het met het blote oog nauwelijks te zien is. De camera kijkt onbewogen toe hoe twee brancards uit het huis getild worden, met lakens er overheen. Twee, drie seconden, dan wordt op de kleine monitor het nieuws alweer onderbroken voor een koekreclame, met lachende kinderen rond een tafel. ,,De kijkers krijgen weer weinig te zien vandaag'', mokt de cameraman. ,,Lijken laten ze al nooit zien. Ze willen geen bloed, geen zichtbare verwondingen. Zelfmoorden komen sowieso niet op de tv, want dat lokt er alleen maar meer uit. Maar wij zien alles wel. Alles. Elke dag.''

Plotseling is de belangstelling voor de brand verdwenen. ,,Bankoverval ten noorden van het vliegveld'', geeft het tv-station door. De helikopter draait rap om zijn as en is vijf minuten later alweer onderdeel van een andere luchtshow. Vier heli's in een elegante, getrapte formatie houden geduldig afstand van een politiehelikopter die een kilometer verder stil hangt boven een bankgebouw. Vier tafelschuimers, wachtend tot de heer des huizes klaar is met eten.

,,Officieel mogen we wel dichterbij'', zegt Thompson door de koptelefoon. ,,Maar vaak krijg je naderhand een boos telefoontje van de politie. De tweede keer wordt het tv-station gebeld door een kwaaie commissaris. En de derde keer word je ontslagen.'' De overval blijft onduidelijk en de benzine is bijna op. In een uur verbruikt de helikopter meer dan een auto in een hele dag. We landen in de late middagzon. De piloot holt naar de tankauto en vult zelf de helikopter weer met benzine. Vrijwel meteen gaat de telefoon. ,,We moeten weer'', zegt de cameraman, en hij rent al. Ik wacht af tot ze terugkeren, om een foto van de landende helikopter te maken. Vergeefs, de zon is vrijwel onder als het toestel weer aan komt dreunen. Thompson landt exact midden op het platform. De wieken komen suizend tot stilstand in de zware avondlucht. De piloot blijft even zitten achter het perspex, letterlijk met de handen in het haar. Hij wankelt uit het toestel.

,,Het is dat het donker wordt, anders zouden ze ons gewoon weer naar boven sturen'', zegt hij. Hij trekt een canvas hoes over zijn helikopter. Strijkt die liefdevol glad, als een jockey na een gereden race. Hij kijkt me aan, speelt met een touwtje. ,,Die stad, alles wat er gebeurt, het gaat op je zenuwen werken. Mijn vriendin wil altijd naar griezelfilms. Maar ik ga niet mee. Die films zie ik al de hele dag.''