Bluesfestival ontstijgt clichés

Op het gemiddelde bluesfestival zijn het vooral de spierballen die tellen. Gespierde, dikbuikige bluesrock waarin volume het wint van subtiliteiten is als regel dominant. Maar een goed festival biedt ook uitzicht op alternatieven. Zeker het Groningse festival met `rhythm & blues' in de naam, want die term heeft van oudsher een bredere betekenis dan alleen blues. Al vielen daar ook in vroeger jaren niet direct de rockabilly van Reverend Horton Heat of de gitaarrock van Slobberbone onder.

Maar de aanwezigheid van die bands zei wel iets over de brede blik van dit festival. Daarin was ook ruimte voor heel wat zachtzinniger, akoestische klanken. Niemand beheerste dat kunstje zo goed als Guy Davis, die niet voor niets de W.C. Handy Award in ontvangst mocht nemen vanwege zijn bijdragen aan de bluestraditie. Hij wentelde zijn buigzame stem om zijn woeste uithalen op de akoestische gitaar en speelde een gemeen potje mondharmonica. Zijn theaterervaring bleek uit setafsluiter `New Shoes', waarin hij met niet meer dan stem, mondharmonica en stampende voeten de zaal op zijn kop kreeg.

Blues mag dan een mannenwereldje zijn, van oudsher doen vrouwen behoorlijk mee. Ana Popovic, een in Nederland neergestreken Joegoslavische, trad in de voetsporen van de vooroorlogse bluesgrootheid Memphis Minnie met haar stoere spel op de slidegitaar, dat meer indruk maakte dan haar songmateriaal.

Hoogst explosief was de voordracht van de jonge Shemekia Copeland, die van haar betreurde vader Johnny terdege heeft geleerd hoe je de blues moet kruiden met snufjes funk en soul. Haar worstelingen met het andere geslacht verklankte ze zo assertief, dat we ons over haar verder geen zorgen hoeven maken. Maar hoe volumineus ze, in alle opzichten, ook was, ze moest toch haar meerdere erkennen in Zora Young. Met een stem als een jubelende misthoorn, overduidelijk door gospel gevormd, oversteeg ze met gemak de bluesclichés waarin haar begeleidingsband grossierde.

Zo konden de dames het met gemak opnemen tegen de heren, al ging ook die categorie behoorlijk tekeer. Bij zanger-gitarist Robben Ford, ooit in de band van Miles Davis, zat de essentie niet in het wat gemakzuchtige songmateriaal maar in zijn verfijnde solo's, waarvan er met gemak twee in een nummer pasten. Popa Chubby zocht die essentie in de beproefde van-dik-hout-zaagt-men-planken-formule, waarmee hij ver na middernacht met gemak de zaal vloerde.

Festival: Rhythm & bluesnight. Gehoord: 28/4. Oosterpoort, Groningen.

    • Jacob Haagsma