Watersnood

`Oral history ontaardt zo snel in oral fantasy', zeggen tegenstanders van die vorm van geschiedbeoefening vaak. Wat dat betreft levert Friso Endt hun een perfecte illustratie met het artikel (25 april) over zijn belevenissen als verslaggever tijdens de watersnood van 1953.

Het is een fraai verhaal, maar het kan niet kloppen. Hij schrijft hoe hij al in de avond van 1 februari in Ossendrecht sprak met de piloot van de enige Nederlandse marinehelikopter, die daar met een drenkeling van Oude Tonge kwam. Maar die helikopter is die hele zondag niet in de lucht geweest vanwege de te harde storm. Piloot R. Idzerda begon pas maandag 2 februari aan de reddingsoperatie. Dat heeft hij me zelf verteld en het blijkt ook uit de verslagen van toen. Endt kan dus ook niet in de ochtend van 2 februari in Zierikzee zijn afgezet door die helikopter. Dan zou hij de eerste zijn geweest die voet aan wal zette op het eiland dat de eerste 24 uur van de ramp van de buitenwereld was afgesloten. De eerste mens van buitenaf die het eiland bereikte was de Yersekse visser Hubrecht Koster, die (op 2 februari in de namiddag) met zijn schip door het gat van Ouwerkerk voer.

    • Kees Slager