Verwacht geen soepelheid VS met raketschild

Vandaag houdt president Bush een belangrijke toespraak over zijn plan voor een antiraketschild. Aansluitend bezoekt een Amerikaanse delegatie Europese hoofdsteden voor overleg over het schild. Een overzicht van de standpunten op dit moment.

De Amerikaanse boodschap is simpel: dat antiraketschild komt er en het ABM-verdrag uit 1972 tegen een strategische raketverdediging gaat dat niet verhinderen. ,,Dit verdrag,'' zei de Amerikaanse onderminister van Defensie Fisher onlangs, ,,moet worden vervangen, nietig verklaard of fundamenteel gewijzigd.'' Europa en de rest van de wereld zullen de Amerikaanse tijding met gemengde gevoelens ontvangen. De standpunten:

Verenigde Staten

De regering-Clinton stond een betrekkelijk klein schild voor ogen: een honderdtal onderscheppingsraketten gericht tegen een raketaanval van Noord-Korea, gestationeerd in Alaska. Het was dit land dat in de zomer van 1998 een Taepo Dong-raket met bijna intercontinentaal bereik afvuurde en daarmee het startschot voor de ontwikkeling van het raketschild loste. President Bush is minder ingetogen. Zijn regering heeft, refererend aan National Missile Defense, de isolationistisch klinkende toevoeging national laten vallen, maar dat betekent eerder dat de ambities `internationaal' zijn geworden. Behalve deze honderd raketten moeten er nóg honderdvijftig in het midden van de VS komen en moet ook de marine met dergelijke raketten worden uitgerust. Uiteindelijk moeten zelfs `ruimtelasers' in een baan rond de aarde worden gebracht. Afgelopen maandag werd bekend dat het Pentagon de ontwikkeling van al deze systemen wil versnellen. Extra kosten: acht miljard dollar.

Behalve de technologische en financiële hordes die deze grootse plannen moeten nemen, valt aan het diplomatieke front nog een felle strijd te verwachten. De rest van de wereld moet daarbij niet op al te veel Amerikaanse flexibiliteit rekenen. Minister van Defensie Rumsfeld meent dat Rusland ,,onderdeel van het probleem'' is. De VS vinden ook dat China niet al te hard moet klagen, aangezien het land bondgenoot Noord-Korea – in Amerikaanse ogen aanstichter van NMD – met de bouw van raketten heeft geholpen. Bovendien, aldus de Amerikanen, de raketverdediging is niet eens primair gericht tegen China en Rusland, maar tegen raketaanvallen van – de term is, na een korte vervanging door de aanduiding `zorgenstaat' onder Clinton, onder Bush weer in zwang geraakt – `schurkenstaten', zoals Iran, Noord-Korea en Irak. De VS denken de Europese bondgenoten te kunnen overtuigen van de noodzaak om deel te nemen aan die onderdelen van het raketschild die ze enerzijds eveneens onder het schild brengen, en anderzijds laten meeprofiteren van de technologische ontwikkelingen.

Groot-Brittannië / Frankrijk

De strategische consequenties voor de Europese kernmachten Groot-Brittannië en Frankrijk zijn op papier vergelijkbaar. De sterkte van hun kernarsenalen – vliegtuigbommen en op onderzeeboten gestationeerde kernraketten – kan indirect door de Amerikaanse plannen worden ondermijnd. Mocht Rusland, waartegen de Britse en Franse kernmachten zijn gericht, besluiten de kernarsenalen fors uit te breiden en Amerikaanse belangen in Europa op de doellijsten te zetten, dan leggen de Europese kernmachten in de machtsbalans minder gewicht in de schaal.

Toch lopen de Franse en Britse standpunten uiteen. De scepsis van de Labourregering heeft plaats gemaakt voor een pragmatisch standpunt: if you can't beat them, join them. Frankrijk is nog steeds tegen, al is de retoriek vanuit Parijs, met de versoepeling van de Britse en Duitse stellingname, sinds kort minder kil geworden. Als de Amerikanen hun plannen doordrijven, denken de Britten, zou het zonde zijn als de Britse industrie daarvan niet een graantje meepikt. De Britten hebben bij onderhandelingen over industriële deelname een belangrijke troef: het Amerikaanse Fylingdales-radarstation. Deze waarschuwingsradar moet, wil de raketverdediging tegen aanvallen vanuit het Midden-Oosten functioneren, worden gemoderniseerd. Hiervoor hebben de VS Britse toestemming nodig.

Niet-nucleair Europa

De landen van de Europese Unie zonder kernmacht hebben van het Amerikaanse plan allemaal hetzelfde te vrezen: nucleaire herbewapening van Rusland en verhoogde internationale spanningen. Dat vrezen sommige landen althans. De centrum-linkse regering van Duitsland is lange tijd faliekant tegen het Amerikaanse raketschild geweest, omdat het een isolationistische zet zou zijn. Maar net als de Britten, vreest kanselier Schröder, dat de industrie van zijn land bij aanhoudende kritiek een kans misloopt om te delen in technologische expertise. Het is, om dezelfde reden, niet waarschijnlijk dat bijvoorbeeld Italië en Spanje zullen volharden in een afwijzend standpunt. Van de kleine Europese landen speelt Denemarken een belangrijke rol. Dat de Amerikaanse delegatie tijdens de rondreis naast Brussel, waar de NAVO zetelt, Londen, Parijs en Bonn ook Kopenhagen aandoet, getuigt daarvan. Wil het raketschild werken, dan moet de waarschuwingsradar bij Thule op Groenland worden gemoderniseerd. Hoewel Groenland zelfstandig is, draagt Denemarken nog steeds de verantwoordelijkheid voor de defensiepolitiek van het arctische eiland.

Rusland

De voormalige wereldmacht stelt dat de Amerikaanse raketverdediging kernraketten kan onderscheppen en daardoor per definitie de nucleaire machtsbalans ondergraaft. Het Amerikaanse argument dat het maar om een bescheiden `schildje' gaat, maakt in Moskou geen indruk. Als de techniek er eenmaal is, luidt het Russische standpunt, dan is uiteindelijk een complete `paraplu' mogelijk. Rusland vreest bovendien dat China zich genoodzaakt voelt het kernarsenaal uit te breiden. Rusland voert tegen `raketverdediging' een defensieve strijd, maar tezelfdertijd heeft het land de frontale aanval ingezet. De inzet van de eerste strijd is de handhaving van het ABM-verdrag. Een andere defensieve zet is het aanbieden van een eigen, bescheidener raketschild, `Europro' geheten. Niemand neemt dit plan overigens serieus.

Het offensief is vooral gericht tegen Europa, in de hoop dat de bondgenoten de VS duidelijk maken dat de Amerikaanse intenties kwalijke consequenties hebben. De Russen hebben aangekondigd dat Amerikaanse belangen in Europa op de doellijst komen te staan als het antiraketschild doorgaat. Ook dreigt Rusland het INF-akkoord over de vernietiging van de kernraketten voor de middellange afstand – de SS-20's, de kruisraketten en de Pershing II – te verscheuren en opnieuw SS-20's te produceren. Het is de vraag waar het geld vandaan moet komen om die raketten te bouwen. En die vraag geldt nog meer voor de Russische claim zélf een pendant van het schild te kunnen bouwen.

China

China heeft in eigen ogen van een Amerikaans raketschild veel te vrezen. De Amerikaanse regering probeert Rusland ervan te overtuigen dat de nucleaire afschrikking van het land niet in het geding is, omdat het `schild' alleen maar bescherming moet bieden tegen een aanval met een handjevol raketten. Maar China hééft maar een handjevol kernraketten die het grondgebied van de VS kunnen bereiken. Een goed werkend raketschild zou China's nucleaire afschrikking zo goed als opheffen. China heeft, bij het doorgaan van het Amerikaanse plan, maar één optie om de afschrikking te behouden: grote aantallen intercontinentale kernraketten bouwen. De financiering hiervan zou daarentegen een zware wissel trekken op de Chinese economie. China ziet in Amerikaanse intenties dan ook een complot om de status van enige mondiale supermacht te garanderen.