Turkije worstelt tegen boze droom

Turkije hoopt zich met een extra krediet van 10 miljard dollar uit de `kwade droom' van een financiële crisis te bevrijden. De beurs is opgeveerd en het parlement werkt hard aan nieuwe wetgeving om economische hervorming te versnellen.

Komt er een einde aan Turkije's boze droom? Voor het eerst sinds de autoriteiten op 22 februari de koers van de nationale munteenheid, de lira, loslieten en deze meteen zo'n 40 procent van haar waarde verloor, geloven veel Turken weer dat er mogelijk licht gloort aan het einde van de tunnel. Dat herwonnen optimisme komt niet alleen door het krediet van zo'n tien 10 miljard dollar dat de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds Turkije inmiddels hebben toegekend.

Misschien dat het aftreden van de minister van Energie, Ersümer, de Turkse harten nog wel meer heeft verblijd. Want de regels van het politieke spel, zo hopen veel Turken, zijn veranderd: op alleen al de verdenking van corruptie staat een sanctie, zo bewijst Ersümers aftreden. De tijden dat de Turkse politieke klasse met een glimlach zijn feilen afdekte, lijkt definitief voorbij.

Niet alleen veel Turken hebben opgetogen gereageerd op het aftreden van Ersümer die in opspraak kwam na een serie onthullingen over de aanbesteding van elektriciteitscontracten bij de stad Konya. Ook het Internationaal Monetair Fonds hamert al langere tijd op de noodzaak om politiek en bestuur in Turkije doorzichtiger te maken. Op de zogeheten non-transprantie index staat Turkije maar liefst nummer vier, na China, Rusland en Indonesië. Volgens bronnen in Ankara had het IMF het opstappen van Ersümer zelfs als voorwaarde gesteld voor het toekennen van het krediet. ,,De politiek en de economie in Turkije moeten ontvlochten worden", zo liet IMF-directeur Köhler vorige week nog weten.

Het droevige lot van de banksector – een van de redenen waardoor de internationale financiële markten hun vertrouwen in de Turkse lira verloren en de munt moest devalueren – is voor veel Turken een sluitend bewijs van de nefaste gevolgen als politici zich al te veel met de economie gaan bemoeien. Met name staatsbanken staan onder aanhoudende zware druk van politici om allerlei politieke vrienden en belangengroeperingen die veel stemmen opleveren te subsidieren. ,,Het politieke systeem van de laatste vijftig jaar is voor de volle honderd procent gebaseerd op patronage'', aldus Ali Carko^glu van de prestigieuze Bosphorus-universiteit in Istanbul.

Een van de belangrijkste doelen van het pakket wetsvoorstellen waar het Turkse parlement zich nu over buigt, is die band tussen politiek en economie te doorbreken. Zo wordt een groot aantal staatsbedrijven geprivatiseerd. De banksector wordt hervormd en de centrale bank wordt onafhankelijk.

In de onderhandelingen voor de noodkredieten is de Turkse onderhandelaars wel duidelijk geworden dat het de internationale gemeenschap ernst is met de eisen die ze aan Ankara stelt. Al twee keer kwam de internationale gemeenschap Turkije de afgelopen tijd te hulp. Dit is de laatste keer, zo zouden de Turken in Washington te horen hebben gekregen – hierna liggen jullie eruit. Het aantal voorwaarden dat aan de noodlening vastzit, is groot – zo wordt de eerste tranche pas beschikbaar gesteld als het pakket hervormingsvoorstellen door het Turkse parlement is aangenomen.

Ook binnen Turkije staat de druk inmiddels behoorlijk op de ketel. Uit een opiniepeiling die enige tijd geleden werd gehouden, bleek dat Turkije inmiddels in hoge mate verbitterd is over zijn politici: als er nu verkiezingen zouden worden gehouden zou geen enkele partij boven de kiesdrempel van tien procent zou uitkomen. Enige weken geleden gingen zelfs middenstanders – voor Turkije ongekend! – de straat op om te protesteren tegen de aanhoudende economische misère.

En daar ligt onmiddellijk een valkuil voor het economische hervormingsprogramma. Niet alleen voor politici immers is het moeilijk om te breken met het verleden van patronage en clientèle. De protesterende middenstanders vroegen de regering om een serie maatregelen (bijvoorbeeld lagere rente en een verlate betaling van belasting) om het hoofd boven water te houden. Toen de protesten uit de hand dreigden te lopen, gaf de regering toe.

Net als vroeger vinden zulke belangengroeperingen hun pleitbezorgers binnen de regering: tijdens een kabinetszitting kwam het tot een felle ruzie tussen minister van Economische Zaken Dervis, algemeen gezien als de pleitbezorger van vernieuwing en transparantie, en zijn collega van Landbouw, die speciale noodmaatregelen voor boeren eiste.

Een terugval in clièntelisme en belangenbehartiging is niet het enige gevaar dat het herstructureringsprogramma bedreigt. Onderschatting van de bezwaren van de internationale gemeenschap tegen het Turkse bestel is een andere risicofactor. Turkije weet dat het geopolitiek ook na de Koude Oorlog van groot belang is.

Het laatste wat de Verenigde Staten willen, zo weten veel Turken, is een zware crisis in Turkije die op termijn de toch al onrustige regio verder zou kunnen destabiliseren. Daarom geloven veel mensen dat – zelfs als de derde ronde van noodkredieten mislukt – er toch, ondanks alle waarschuwingen uit Washington, toch wel weer een vierde zal komen en misschien zelfs wel een vijfde.

Dit idee dat Turkije ook in de toekomst wel een potje kan breken staat haaks op de urgentie waarmee vooral Dervis het hervormingspakkket door het parlement wil stuwen.

Voorlopig echter schijnt de zon in Turkije. De beurs in Istanbul veerde vorige week direct op na de bekendmaking van het IMF-krediet en het ontslag van Ersümer. En het Turkse parlement is zo hard aan de slag gegaan dat het soms wel tot diep in de nacht vergadert, zo liet een optimistische premier Ecevit vorige week weten.