THE TRIO

Pianist Makato Ozone lijdt bepaald niet aan een minderwaardigheidscomplex. Hij noemt zijn groep simpelweg The Trio, daarmee veronderstellend dat de luisteraar wel weet wie achter deze naam schuil gaat. Met het bepalend lidwoord voor `Trio' lijkt hij ook nog eens te beweren dat al die andere driemansformaties er eigenlijk niet toe doen. In een ver verleden eigende saxofonist John Surman zich de pretentieuze naam al eens toe maar zijn Trio hield het maar één album vol. Pandora is inmiddels Ozones dertiende cd.

Wat Pandora laat horen is niet meer of minder dan een pianotrio op hoog niveau. Ozone refereert met zijn spel aan het klaviergeklater van zijn grote voorbeeld Oscar Peterson, maar heeft genoeg karakter om niet als een kloon te klinken. Zijn terloopse improvisaties, waar soms stukjes Thelonious Monk of Art Tatum in voorbij komen, zijn illustratief voor zijn virtuoze instrumentbeheersing. De ritmesectie, bestaande uit drummer Clarence Penn en bassist James Genus, weerhouden Ozone ervan weg te drijven op een al te luchtig wolkje romantiek. Toch zijn de meest uitgesproken van de elf composities de twee nummers waarin Branford Marsalis een bijtende tenor- of weemoedige sopraansax aan de mix toevoegt.

The Trio: Pandora (Verve, 549 629-2) Distr. Universal.